Ricardo Izecson dos Santos Leite (Gama, Federaal District, 22 april 1982) – alias Kaká – is een Braziliaans voormalig profvoetballer die doorgaans als middenvelder speelde. Hij speelde voor São Paulo, AC Milan, Real Madrid en Orlando City. Kaká debuteerde in 2002 in het Braziliaans voetbalelftal, waarmee hij datzelfde jaar wereldkampioen werd en in 2005 en 2009 de Confederations Cup won. In 2007 werd hij uitgeroepen tot Wereldvoetballer van het Jaar en won hij met AC Milan de UEFA Champions League, de UEFA Super Cup en het FIFA-wereldkampioenschap voor clubs.
Jeugd Kaká groeide op in de Braziliaanse middenklasse. Zijn vader Forest Izecson Pereira Leite was ondernemer en zijn moeder Cristina dos Santos Leite een lerares. Hij werd geboren in Gama (Federaal District), maar verhuisde na een paar jaar naar het veel grotere São Paulo. Zijn jongere broer Digão was ook profvoetballer. Deze sprak als kind zijn broers voornaam Ricardo foutief uit als 'Caca', waar de voetbalnaam Kaká van afgeleid is.
Kaká ontsnapte tijdens zijn jeugd op het nippertje aan een volledige verlamming van zijn lichaam. Hij dook in september 2000 in een ondiep zwembad en kwam hierbij ongelukkig op zijn nek terecht. Hij herstelde compleet en de voetballer ziet dit als een teken van God en is sindsdien een zeer gelovig evangelisch christen. Hij staat een deel van zijn inkomen als tiende af aan zijn kerk.SOCCER : Kaka able to see beyond dollar signs Rob Hughes, International New York Times, 1 december 2004. Tijdens zijn herstel stelde Kaká elf doelstellingen voor zichzelf die hij inmiddels alle elf heeft bereikt; weer kunnen voetballen, een profcontract bij São Paulo, in het eerste elftal van São Paulo spelen, spelen voor het Braziliaans elftal van spelers onder 18 jaar, een basisplaats krijgen in het eerste van São Paulo, spelen op het jeugd-WK, uitgenodigd worden voor het A-elftal van Brazilië, spelen in het A-elftal van Brazilië, spelen op een WK, een transfer naar een topclub in Spanje of Italië en de UEFA Champions League winnen.Dit is de reden waarom voetballegende Kaká opeens streng gelovig werd voetballoopbaan.nl. Gearchiveerd op 9 augustus 2022.
Carrière
São Paulo Kaká debuteerde in januari 2001 in de hoofdmacht van São Paulo, waar de Braziliaan ook de jeugd doorliep. Hij speelde 55 wedstrijden in zijn eerste jaar voor São Paulo en kwam daarin tot zeventien wedstrijden. In zijn tweede seizoen schroefde hij zijn doelpuntenaantal op naar 23 in 48 wedstrijden. Hij zou de eerste seizoenshelft van het seizoen 2003 meedoen en nog tot zeven goals komen in 22 wedstrijden. In tweeënhalf jaar kwam Kaká tot 125 wedstrijden en 47 goals.
AC Milan miniatuur|Kaká in Moskou in actie voor AC Milan in 2007. In juli 2003 nam AC Milan Kaká voor 6,5 miljoen euro over, op aanraden van Leonardo, voormalig Braziliaans international en destijds bestuurslid bij de Milanese club. Hij maakte op 1 september tegen US Ancona zijn debuut voor AC Milan en debuteerde diezelfde maand tegen Ajax ook in de Champions League. Binnen een maand kreeg hij de voorkeur boven Rui Costa op de plek van aanvallende middenvelder achter spitsen Jon Dahl Tomasson, Filippo Inzaghi en Andrij Sjevtsjenko. Hij scoorde op 5 oktober in de stadsderby tegen Internazionale zijn eerste treffer voor AC Milan. In zijn eerste seizoen werd hij gelijk kampioen van Italië en hij had daar met tien goals en vijf assists een flink aandeel in. Kaká was dat jaar voetballer van het jaar in de Serie A en eindigde als vijftiende in de Ballon d'Or-verkiezing en tiende in de verkiezing van FIFA World Player of the Year, die respectievelijk gewonnen werden door ploeggenoot Shevchenko en landgenoot Ronaldinho.
In zijn tweede seizoen maakte Kaká deel uit van een vijfmansmiddenveld, waarbij Kaká een soort schaduwspits was achter Shevchenko. Hij werd op het middenveld ondersteund door Gennaro Gattuso, Massimo Ambrosini en Clarence Seedorf voor de verdediging en Rui Costa of Andrea Pirlo als spelmaker. Milan begon het seizoen met het winnen van de Supercoppa tegen SS Lazio. In de Champions League was Kaká de belangrijkste speler die Milan naar de finale leidde, met twee goals en vijf assists in aanloop naar de finale. Deze wordt sindsdien het Mirakel van Istanbul genoemd, omdat Milan in de rust met 3-0 voorstond. Kaká was de beste speler van de eerste helft: hij versierde de vrije trap waaruit de openingstreffer van Paolo Maldini viel, stond aan de basis van de 2-0 van Hernán Crespo en gaf de assist op de derde treffer, opnieuw van Crespo. Na rust kwam Liverpool echter terug tot 3-3 en na penalty's won Liverpool FC. Kaká benutte zelf zijn strafschop, maar zag ploeggenoten Serginho, Pirlo en Shevchenko missen. Kaká werd opnieuw genomineerd voor de Ballon d'Or en de FIFA World Player of the Year, maar eindigde respectievelijk als negende en achtste. links|miniatuur|Kaká in 2009 bij een persconferentie van AC Milan samen met Ronaldinho, David Beckham en trainer Carlo Ancelotti. Op 9 april 2006 scoorde Kaká tegen Chievo Verona voor het eerst in zijn carrière een hattrick. Milan eindigde als tweede in de Serie A, terwijl Kaká zeventien competitiegoals scoorde. Maar na het omkoopschandaal kreeg Milan dertig punten aftrek, waardoor het derde eindigde. Hij werd opnieuw genomineerd voor de Ballon d'Or en de FIFA World Player of the Year, maar eindigde respectievelijk als elfde en zevende. Op 2 november 2006 scoorde hij tegen RSC Anderlecht zijn eerste Champions League-hattrick. Hij werd dat seizoen topscorer van de competitie met tien goals. Ook bereikte hij voor de tweede keer de finale, opnieuw tegen Liverpool FC. Die werd op 23 mei 2007 verslagen. Hij was goed voor een assist voor de tweede treffer van Inzaghi en versierde de vrije trap waaruit de openingstreffer viel. Hij werd verkozen tot UEFA Club Voetballer van het Jaar en maakte deel uit van het UEFA Team of the Year.
Kaká begon het seizoen 2007/08 met het winnen van de UEFA Super Cup tegen Sevilla, waarbij hij de derde en laatste goal maakte. Hij speelde op 30 september tegen Catania zijn 200'ste wedstrijd voor Milan. Op 5 oktober werd hij verkozen tot FIFPro World Player of the Year en werd hij voor de tweede keer in zijn carrière opgenomen in het FIFPRO World XI. Op 2 december won hij als achtste Milan-speler de Ballon d'Or. Hij won met 444 stemmen en liet daarmee Cristiano Ronaldo en Lionel Messi achter zich. Twee weken later won Kaka het wereldkampioenschap voetbal voor clubs door de finale te winnen van CA Boca Juniors. Kaka scoorde hierin de derde treffer in een 4-2 overwinning en gaf bovendien twee assists. Hij ontving de Gouden Bal voor speler van het toernooi. Een dag later werd hij verkozen tot FIFA World Player of the Year met 1047 stemmen, ten opzichte van 504 voor Messi en 426 voor Ronaldo. In januari 2008 werd Kaká voor de tweede keer verkozen tot Serie A Speler van het Jaar. Op 29 februari 2008 verlengde hij zijn contract tot de zomer van 2013. Dat seizoen scoorde Kaká vijftien goals in de Serie A. In zijn laatste seizoen, na de komst van landgenoot Ronaldinho, kwam hij tot zestien competitiegoals, waarmee hij eindigde op 269 wedstrijden en 95 goals in zes seizoenen.thumb|Kaká spelend voor Real Madrid in februari 2012.
Real Madrid Kaká tekende op 9 juni 2009 bij Real Madrid. Hij kwam over voor een bedrag van naar verluidt 65 miljoen euro en tekende voor zes seizoenen. Hiermee was hij op dat moment de op een na duurste voetballer aller tijden, achter Zinédine Zidane. Hij maakte op 29 augustus tegen Deportivo La Coruña zijn debuut voor Real in een 3-2 overwinning. In de volgende competitiewedstrijd tegen RCD Espanyol was hij goed voor zijn eerste twee assists in Spaanse dienst. Zijn eerste goal voor Real maakte op hij op 23 september tegen Villarreal. Op 21 februari 2010 was hij, opnieuw tegen Villarreal, goed voor twee goals in een 6-2 overwinning. Kaká was goed voor negen goals en twaalf assists in zijn eerste seizoen, maar veroverde geen prijzen met Real.
Kaká miste het eerste halfjaar van zijn tweede seizoen in Madrid door een langlopende blessure aan zijn linkerknie waaraan hij geopereerd moest worden. Na acht maanden maakte Kaká op 3 januari 2011 tegen Getafe als invaller voor Karim Benzema zijn rentree voor Real. Een week later was hij meteen weer goed voor een goal en een assist tegen zijn favoriete tegenstander Villarreal. Op 23 april was hij, na een korte blessure in maart, goed voor twee goals en twee assists in een 6-3 overwinning op Valencia. Dat jaar werd Real opnieuw tweede in de competitie, wel won het de Copa del Rey-finale tegen FC Barcelona. Kaká kwam die wedstrijd niet in actie. Dat seizoen kwam Kaká tot slechts veertien competitiewedstrijden, waarin hij wel goed was voor zeven goals en vijf assists.
Kaká begon zijn derde seizoen bij Real uitstekend met een goal en een assist in zowel de eerste competitiewedstrijd tegen Real Zaragoza als zijn eerste Champions League-wedstrijd tegen Ajax. Dat seizoen won Kaká voor de eerste keer de La Liga, met een recordaantal punten (100). Kaká was daarin belangrijk met vijf goals en tien assists en kwam in alle competities tot acht goals en zestien assists. Kaká begon zijn vierde en laatste seizoen bij Real met het winnen van de Supercopa de España tegen FC Barcelona. Dat seizoen was hij geregeld bankzitter. Wel werd hij op 4 december tegen Ajax de Braziliaanse topscorer aller tijden in de Champions League, aangezien hij in die wedstrijd als aanvoerder de 3-0 scoorde en daarmee zijn 28'ste in die competitie. Op 12 januari 2013 tegen CA Osasuna pakte Kaká als invaller binnen achttien minuten twee gele en dus een rode kaart. Opnieuw werd Real tweede in de competitie en werd het voortijdig uitgeschakeld in de beker en Champions League. In augustus 2013 gaf Kaká aan dat hij zeer ontevreden was bij Real Madrid omdat hij geen speeltijd kreeg en diende hij een transferverzoek in bij De Koninklijke. Hij speelde in totaal 120 wedstrijden voor Real Madrid, waarin hij goed was voor 29 goals en 39 assists.
AC Milan Op deadlineday van de zomer van 2013 keerde Kaká transfervrij terug bij AC Milan. Hij ging opnieuw met rugnummer 22 spelen en tekende een contract voor twee seizoenen. Hij werd ook vice-aanvoerder achter Riccardo Montolivo. Hier maakte hij op 14 september tegen Torino FC zijn rentree. Hij raakte wel meteen geblesseerd die wedstrijd en besloot geen salaris te willen ontvangen tot hij weer fit was. Dat was op 19 oktober tegen Udinese, toen hij als invaller weer in het veld kwam. Drie dagen later was Kaká in de Champions League-wedstrijd tegen FC Barcelona goed voor een assist op landgenoot Robinho. Op 30 oktober scoorde Kaká tegen SS Lazio zijn eerste goal van het seizoen. Op 7 januari 2014 scoorde Kaká tegen Atalanta Bergamo zijn 100'ste doelpunt in dienst van AC Milan. Als aanvoerder was hij die wedstrijd ook nog goed voor zijn 101'ste goal, terwijl hij ook de assist gaf op de derde goal van de wedstrijd, gemaakt door Bryan Cristante. Op 11 maart scoorde hij tegen Atlético Madrid in het Estadio Vicente Calderón, waarmee hij drie seizoenen lang de laatste speler was die in dat stadion scoorde tegen Atlético in een knock-outwedstrijd in de Champions League. Op 29 maart speelde Kaká tegen Chievo Verona zijn 300'ste wedstrijd voor AC Milan en was hij goed voor twee goals in een 3-0 overwinning.