De hoge koning van Ierland (Iers-Gaelisch: Ard Rí na hÉireann) was de opperste koning van Ierland. Het hoge koningschap als heerschappij van een verenigd Ierland dateert uit de 8e-9e eeuw en hield stand tot c. 1200. Hiervoor had de positie van hoge koning een eerder symbolische, en voor de bekering tot het christendom, alhoewel hierbij geen eenduidige breuk is, nog een priesterlijke en sacraal-religieuze, invulling. In de Ierse mythologie gaan de hoge koningen terug tot in de verre prehistorie, met Sláine mac Dela († c. 1934/1513 v.C.) van de Fir Bolg als eerste hoge koning. Het hoge koningschap werd tevens sterk geassocieerd met het koningschap van Tara, tenminste tot aan het koningschap van Brian Bóruma, de eerste niet-Uí Néill koning sinds ruwweg de 5e eeuw.
Koningschap van Tara Het hoge koningschap zoals dat zich zou hebben ontwikkeld omtrent de 8e-9e eeuw onder de Uí Néill-dynastie was nauw verbonden met het koningschap van Tara. Het is niet onwaarschijnlijk dat Tara al sinds oudsher een centrale plaats innam in Ierland, wat de gehechtheid van de Uí Néills aan de titel, zelfs wanneer Tara zelf al lang verlaten was, zou verklaren. De Heuvel van Tara werd al vanaf het Neolithicum tot in de Bronstijd als begraafplaats gebruikt, en de grondwerken dateren uit de Keltische IJzertijd. Tara zou volgens verschillende Ierse mythologieën als verdediging gediend hebben tegen de “Andere Wereld”. Dit komt het meest expliciet naar voor in de 9e-eeuwse Baile in Scáil, waarin Conn Cétchathach de wallen bouwde om als bescherming te dienen tegen bovennatuurlijke krachten. In de Finncyclus verdedigde Fionn mac Cumhaill Tara tegen Áillen “de verbrander” en in de mythologische cyclus kon de god Lug het koningschap van Tara verkrijgen van zijn “Anderwereldse” voorganger Nuadu. De Boyne riviervallei, waar Tara zich bevindt, bevat ook andere Neolithische bouwcomplexen, zoals die van Brú na Bóinne, waar de vroege koningen van Tara zelfs tot aan de vroege middeleeuwen begraven zouden zijn.
Het koningschap van Tara zou echter geen temporele politieke invulling als heerschappij van een verenigd Ierland gehad hebben. Het had eerder een cultische, religieuze rol die wellicht intermitterend was. Net zoals voor andere Ierse koningschappen was het koningschap van Tara gekarakteriseerd door het behouden van buada (prerogatieven) en het zich onthouden van gessa (taboes). Zo mocht de koning zich, onder andere, niet in Tara bevinden tijdens zonsopgang, het noorden van Tethba betreden op een dinsdag en geen reis onderbreken in Mag Breg op een woensdag. Zoals ook voor andere koningschappen was er in de Ierse mythologie aan Tara een “soevereiniteitsgodin” verbonden; koningen trouwden met deze godinnen om soevereiniteit over het desbetreffend land te verkrijgen. Voor Tara was dit Medb Lethderg. Het is mogelijk dat Medb, koningin van de Connachta in de Ulstercyclus, van haar werd afgeleid.
Tara en het verbonden koningschap hadden mogelijks een ‘nationaal’ karakter zoals dat van Autricum voor de Galliër, waar jaarlijks een vergadering van druïden plaatsvond. Opmerkelijk is dat in de prehistorische koningslijsten van Tara, alhoewel deze constructies zijn van de latere Uí Néill-koningen, het koningschap niet enkel gedomineerd werd door de verre voorvaders van de Uí Néills, maar dat er ook koningen uit de andere provincies en geslachten aan bod kwamen.
Cormac mac Airt, een kleinzoon van Conn Cétchathach, was een van de semi-legendarische vroege koningen van Tara. Zijn koningschap wordt in de eerste helft van de 4e eeuw geplaatst. De bouw van de vele complexen rond Tara werd in latere eeuwen vooral aan hem toegeschreven, alsook zou hij zich tot het christendom bekeerd hebben, alhoewel dit geen blijvend effect had. Volgens Byrne zou zijn koningschap historisch gegrond zijn, alhoewel de mythische elementen, zoals zijn geboorteverhaal, latere toevoegsels zijn. De vermenigvuldiging van mythes rondom Cormac zou erop wijzen dat zijn afstammelingen, de Connachta en de Uí Néill, hem beschouwden als grondlegger van het hoge koningschap verbonden aan Tara. Zijn oorlogen met de Ulaid en het daarbij bemachtigen van Tara zouden immers, zo meent Byrne, een historische basis gehad hebben.
Geschiedenis De beroemdste hoge koning van Ierland was Brian Boru die op Goede Vrijdag van het jaar 1014 de Noormannen uit Dublin versloeg, hetgeen het einde betekende van de dominantie van de Noormannen in Ierland. Ondanks de grote overwinning werd Brian na de slag vermoord door een gevluchte Noorman. De invasie van Normandische heren uit Engeland luidde het einde van het hoge koningschap in, alhoewel men meermaals de titel trachtte te restaureren, zoals tijdens het campagne van Edward Bruce.
Lijst van hoge koningen Het volgende is een lijst van Ierse hoge koningen vanaf Niall Noígíallach, een afstammeling van Conn Cétchathach.Francis John Byrne, Irish kings and high-kings, Dublin: Four Courts Press, 1973.
Nummering Naam DynastieJaartal i Niall Noígíallach mac Echach Mugmedóin (*Uí Néill) ? ii Nath Í mac FiachrachUí Fiachrach ? iii Lóegúire mac Néill Uí Néill † c. 463 iv Ailill Molt mac Nath Í Uí Fiachrach † c. 482 v Lugaid mac Lóeguiri Uí Néill † c. 507 vi Muirchertach Mac Ercae mac Eógain Uí Néill: Cenél nEógain † c. 536 vii Tuathal Máelgarb mac Cormaic Caich mac Coirpri Uí Néill † c. 544 viii Diarmait mac Cerbaill Uí Néill † c. 565 ix Forggus mac Muirchertaig Cenél nEógain † c. 566 Domnall mac Muirchertaig Cenél nEógain † c. 566 x Ainmuire mac Sétnai Uí Néill: Cenél Conaill † c. 569 xi Báetán mac MuirchertaigCenél nEógain † c. 572 Eochaid mac DomnaillCenél nEógain † c. 572 xii Báetán mac NinnedoCenél Conaill † c. 586 xiii Áed mac AinmuirechCenél Conaill † c. 598 xiv Áed Sláine mac DiarmatoUí Néill (*Síl nÁedo Sláine) † c. 604 Colmán Rímid mac BáetáinCenél nEógain † 604 xv Áed Allán (Áed Uaridnach) mac DomnaillCenél nEógain † 612 xvi Máel Cobo mac ÁedoCenél Conaill † 614 xvii Suibne Menn mac FiachnaiCenél nEógain † 628 xviii Domnall mac ÁedoCenél Conaill † 642 xix Cellach mac Máele CoboCenél Conaill † 658 Conall Cáel mac Máele CoboCenél Conaill † 654 xx Diarmait mac Áedo SláineSíl nÁedo Sláine † 665 Blathmac mac Áedo SláineSíl nÁedo Sláine † 665 xxi Sechnussach mac BlathmaicSíl nÁedo Sláine † 671 xxii Cenn Fáelad mac BlathmaicSíl nÁedo Sláine † 675 xxiii Fínsnechta Fledach mac DúnchadoSíl nÁedo Sláine † 695 xxiv Loingsech mac ÓengussoCenél Conaill † 704 xxv Congal CennmagairCenél Conaill † 710 xxvi Fergal mac Máele DúinCenél nEógain † 722 xxvii Fogartach mac NéillSíl nÁedo Sláine † 724 xxviii Cináed mac ÍrgalaigSíl nÁedo Sláine † 728 xxix Flaithbertach mac LoingsigCenél Conaill abd. 734 († 765) xxx Áed Allán mac FergileCenél nEógain † 743 xxxi Domnall Midi mac MurchadoUí Néill: Clann Cholmáin † 763 xxxii Niall Frossach mac FergaileCenél nEógain abd. 770 († 778) xxxiii Donnchad Midi mac DomnaillClann Cholmáin † 797 xxxiv Áed Ordnide mac NéillCenél nEógain † 819 xxxv Conchobar mac DonnchadaClann Cholmáin † 833 xxxvi Niall Caille mac ÁedaCenél nEógain † 846 xxxvii Máel Sechnaill mac Máele RuanaidClann Cholmáin † 862 xxxviii Áed Findliath mac NéillCenél nEógain † 879 xxxix Flann Sinna mac MáelsechnaillClann Cholmáin † 916 xl Niall Glúndub mac ÁedaCenél nEógain † 919 xli Donnchad Donn mac FlainnClann Cholmáin † 944 xlii Congalach Cnogba mac MáelmithigSíl nÁedo Sláine † 956 xliii Domnall ua NéillCenél nEógain † 980 xliv Máel Sechnaill mac DomnaillClann Cholmáin abd. 1002 († 1022) xlv Brian Bóruma mac CennétigDál gCais (*Ua Briain) † 1014Rígh Érenn co fressabra (Hoge koningen met tegenstand): xlvi Tairrdelbach ua BriainUa Briain † 1086 xlvii Muirchertach Ua BriainUa Briain † 1119 Domnall Ua LochlainnCenél nEógain † 1121 xlviii Tairrdelbach Ua ConchobairUa Conchobair † 1156 xlix Muirchertach Mac LochlainnCenél nEógain † 1166 l Ruaidrí Ua ConchobairUa Conchobair † 1198Latere pogingen tot restauratie: Brian Ó NéillCenél nEógain † 1260 Edward Bruce Clann Brùs † 1318
Baile Chuind Chétchathaig (eind 7e eeuw) In de Baile Chuind, opgemaakt tijdens het koningschap van Fínsnechta Fledach (675-695), bevindt zich de vroegst bekende koningslijst. Het bevat koningen die niet in de Middelierse koningslijsten voorkomen, en vice versa. (Conn Cétchathach) Art Mac Con moccu Lugde Loígde Corbmac Corpre Fiechri Dáire Drechlethan Fécho Muiredach Tírech Crimthand Níell Loígaire Corpri Ailill Lugid Mac Ercéni Óengarb Áid Olláin Diermait Féachno Suibne Domnall Blathmac, Diarmaid auea alaili Sneathta Fína ? Níell Flann Asail Furbaide Cailech Glúnsalach
Zie ook Túath voor de Ierse "koninkrijkjes" die als politieke basiseenheden dienden Koninkrijk Ierland voor het kroondomein van de Engelse koningen Bretwalda voor het Angelsaksische equivalent