thumb|Een illustratie van de Newtonpendel.
Wetenschapscommunicatie of Wetenschaps- en Techniekcommunicatie (WTC), is de communicatie in met name publieke media, over wetenschappelijke bevindingen en onderzoek met niet-wetenschappers.
Wetenschapscommunicatie vanuit onderzoeksinstellingen wordt enerzijds uitgevoerd door communicatieprofessionals die zich specialiseren in communicatie over wetenschap, en anderzijds door wetenschappers zelf, die naast hun wetenschappelijke werk hun onderzoek en resultaten ook communiceren naar een publiek buiten hun eigen vakgebied.
Het professionele veld omvat niet alleen wetenschapscommunicatie vanuit universiteiten en andere onderzoeksinstellingen, maar ook wetenschapsjournalistiek, wetenschapsmusea, wetenschapsbeleid door de overheid en mediaproducties over wetenschap. Onderzoek naar wetenschapscommunicatie wordt onder andere gedaan aan de Universiteit Utrecht, Universiteit Leiden en Universiteit Twente.
Bekende wetenschapscommunicatoren Veel gerenommeerde wetenschappers hebben zich ook ingespannen om met een publiek buiten hun eigen vakgebied te communiceren over hun onderzoek. Bekende internationale voorbeelden zijn onder meer Albert Einstein, Stephen Hawking, Jane Goodall, Richard Feynman, Carl Sagan, Neil deGrasse Tyson, Oliver Sacks en Hannah Fry. In het Nederlandse taalgebied zijn en waren onder meer Chriet Titulaer, Frans de Waal, Robbert Dijkgraaf, Freek Vonk, Bas Haring, Ionica Smeets en Marcel Minnaert op dit gebied actief.
Daarnaast zijn er mensen voor wie wetenschapscommunicatie het voornaamste deel van hun werk vormt, bijvoorbeeld Diederik Jekel, Anna Gimbrère, Lieven Scheire, Hetty Helsmoortel, Brankele Frank, Midas Dekkers, Hank Green, Bill Nye en David Attenborough.
Inbedding in universiteiten Universiteiten en andere onderzoeksinstellingen zien wetenschapscommunicatie als een belangrijke taak. Deels is dat om interesse te wekken bij jongeren, die vervolgens wellicht eerder een wetenschappelijke opleiding zullen kiezen. Daarnaast zorgt verhoogde wetenschappelijke geletterdheid ervoor dat burgers een beter onderbouwde keuze kunnen maken of reactie kunnen geven. Bovendien zien publiek gefinancierde instellingen het als onderdeel van open science: het is hun verantwoordelijkheid om de maatschappij te informeren over het onderzoek dat wordt gedaan met publiek (belasting)geld.
Universiteiten en onderzoeksinstellingen organiseren daarom diverse activiteiten die wetenschap toegankelijk maken voor een niet-academisch publiek. Dit gebeurt met name door het publiceren van nieuwsberichten op websites, maar ook met publiekslezingen zoals Studium Generale, wetenschapsfestivals zoals het Utrechtse Betweter Festival, en universiteitsmusea zoals in Utrecht en Groningen.
Onafhankelijke wetenschapscommunicatie Er bestaan diverse media die zich richten op wetenschapscommunicatie. Zo zijn er bijvoorbeeld tv-programma's Hoe?Zo! en Atlas (opvolger van De Kennis van Nu), populairwetenschappelijke tijdschriften zoals National Geographic, New Scientist, Kijk, Quest, Eos, Wetenschap in beeld en Zo Zit Dat, en websites zoals Scientias.nl, ScienceGuide en Kennislink.
Behalve universiteitsmusea, die verbonden zijn aan een wetenschappelijke instelling, zijn er ook onafhankelijke wetenschapsmusea. Het Evoluon was vanaf 1966 het eerste museum van dit soort in Nederland; na de sluiting in 1989 is het gebouw enkele decennia voor andere doeleinden gebruikt, maar in 2022 huisvest het weer een gelijksoortig museum, Next Nature. Andere voorbeelden zijn NEMO in Nederland en Technopolis in Vlaanderen. Internationaal zijn onder meer het Palais de la découverte in Parijs, het Deutsches Museum in München, het Science Museum in Londen en het Smithsonian Institution in Washington toonaangevend. De wetenschapsmusea en science centers in Nederland verenigen zich in de koepelorganisatie VSC.
Opleiding en training thumb|Walter Lewin demonstreert het behoud van energie.Wetenschapscommunicatoren komen vanuit diverse achtergronden het vak in: vanuit een wetenschappelijke achtergrond, vanuit wetenschapsjournalistiek of vanuit een communicatie-opleiding. Ook zijn er aan verschillende Nederlandse universiteiten masteropleidingen in wetenschapscommunicatie, die soms alleen kunnen worden gevolgd na het afronden van een technische bachelor. Vaak is er ook een educatie-variant die studenten een eerstegraads onderwijsbevoegdheid geeft. Voor communicerende wetenschappers zijn er trainingen beschikbaar in diverse vaardigheden die kunnen bijdragen aan goede communicatie, waaronder acteren, dialoogvaardigheden en populair-wetenschappelijk schrijven.
Verder lezen Willems, J.C.M. (red.) (2007) Basisboek wetenschapscommunicatie (Den Haag: Boom Lemma Uitgevers). Van Dam, Frans, De Bakker, Liesbeth, Dijkstra, Anne M. (red.) (2014) Wetenschapscommunicatie, een kennisbasis (Den Haag: Boom Lemma Uitgevers).
Zie ook thumb|Studenten leggen wetenschappelijke projecten uit aan bezoekers. Susanna Hornig stelt dat iedereen een betekenisvolle bijdrage aan wetenschap kan leveren, ook al gaat men niet zo diep als onderzoekers zelf doen.Priest, Susanna Hornig (2009) ‘Reinterpreting the audiences for media messages about science’, in Richard Holliman et al (eds) Investigating Science Communication in the Information Age: Implications for Public Engagement and Popular Media (Oxford: Oxford University Press) 223-236. Populairwetenschappelijk tijdschrift Techniekmuseum Universiteit van Nederland Universiteit van Vlaanderen Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving
Externe verwijzingen Indian Science Communication Society Current discussions on Science Communication University of Oxford - Talking to Camera - teaching scientists to communicate The Center for Communicating Science, Stony Brook University
Referenties
Communicatie Categorie:Populaire wetenschap