De Nieuw-Vlaamse Alliantie, afgekort als N-VA, is een Vlaams-nationalistische, liberaal-conservatieve politieke partij met eind 2014 meer dan 41.000 leden. De N-VA is qua zetels de grootste partij in de Kamer, de Senaat en het Vlaams Parlement. In het Europees Parlement bezet ze drie zetels, in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement drie. De N-VA levert met Bart De Wever de eerste N-VA-premier op het federale niveau in de regering-De Wever. Jan Jambon is vicepremier. Matthias Diependaele is de minister-president van Vlaanderen.

De N-VA was van 2014 tot 2018 vertegenwoordigd in de federale regering-Michel I. Ze behoort tot de bestuurscoalitie in de provincie Antwerpen en levert schepenen in de colleges van tal van steden en gemeenten.

In 2021 had de partij 41.500 leden. Daarmee stond ze in dat jaar op de tweede plaats in Vlaanderen wat het aantal partijleden betreft, na het toenmalige Open Vld.

Geschiedenis Voorlopers van de N-VA waren de Volksunie (van 1954 tot 2001) en VU&ID (eenheidslijst van VU en iD21) vanaf 1997 tot en met 2001.

Ontstaan In de herfst van 2001 ontstond de N-VA uit de Volksunie na interne onenigheid over het Lambermontakkoord. De Volksunie brak op in drie groepen: de Toekomstgroep (o.l.v. Bert Anciaux), Niet Splitsen en Vlaams-Nationaal (o.l.v. Geert Bourgeois). Na een ledenreferendum viel het besluit dat de groep Vlaams-Nationaal het grootste deel van het patrimonium van de Volksunie overerfde. Omdat de groep Vlaams-Nationaal net geen 50% van alle leden kon bekoren, moest de naam Volksunie evenwel verdwijnen. Op 13 oktober 2001 keurde de partijraad de naam Nieuw-Vlaamse Alliantie, de beginselverklaring van de N-VA en het manifest van de N-VA goed.

Onder leiding van Geert Bourgeois ging de partij in 2003 voor de eerste maal naar de verkiezingen, maar enkel in West-Vlaanderen slaagde de jonge partij erin om de nieuwe kiesdrempel van 5% te halen. De kiesdrempels waren ingevoerd door de paars-groene regering Verhofstadt I (1999-2003 met VLD, sp.a, Agalev (onthield zich bij de stemming), PS, MR en Ecolo). De partij behield dus enkel Geert Bourgeois als parlementslid, en was niet meer vertegenwoordigd in de Senaat.

De regering Verhofstadt II voerde vervolgens ook voor de Vlaamse parlementsverkiezingen in juni 2004 een kiesdrempel van 5% in.

Kartel met CD&V

In de zomer van 2003 werden er gesprekken gevoerd met CD&V over de vorming van een kartel, maar niet iedereen binnen de N-VA was daar even gelukkig mee. Op 2 september 2003 werd bekendgemaakt dat de gesprekken op niets uitgelopen waren, omdat CD&V niet tegemoetkwam aan de eis van N-VA om bij een regeringsvorming de vijf resoluties van het Vlaams Parlement over de verdere staatshervorming in het Vlaams regeerprogramma op te nemen. Na het stuklopen van de onderhandelingen zag het er dus naar uit dat de N-VA alleen aan de verkiezingen zou deelnemen.

Op 14 februari 2004 zegde CD&V toch toe om de 5 resoluties van het Vlaams Parlement met het kartel te verdedigen. Samen met een slechte peiling volstond dit voor de N-VA-top om de partijraad van de N-VA over te halen en een kartel met CD&V tot stand te brengen. Onder de kartelnaam CD&V/N-VA – of 'Vlaams kartel' – namen beide partijen vervolgens deel aan de Vlaamse parlementsverkiezingen van 2004. Het kartel werd de grootste politieke formatie in Vlaanderen met iets meer dan 1 miljoen stemmen, of 26%.

Bij de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 trok CD&V/N-VA de lijn van de goede resultaten door. Met 31,7% voor de provincieraden boekte CD&V/N-VA een tweede verkiezingsoverwinning op rij. Opnieuw bleek het kartel CD&V/N-VA de grootste formatie van Vlaanderen. Het aantal gemeente- en OCMW-raadsleden van de N-VA nam sterk toe. In het Kempense Dessel behaalde een onafhankelijke N-VA-lijst zelfs een absolute meerderheid en werd Vlaams parlementslid Kris Van Dijck opnieuw burgemeester.

Het kartel CD&V/N-VA werd op 30 november 2006 tijdelijk stopgezet na de komst van Jean-Marie Dedecker en Boudewijn Bouckaert naar de N-VA. CD&V kon zich niet verzoenen met deze beslissing, mede doordat Jan Renders van het ACW, die traditioneel een grote invloed heeft op de partij, de komst van de donkerblauwe libertair Dedecker streng veroordeelde. N-VA overwoog daarop om alleen aan de federale verkiezingen van 2007 mee te doen, met Dedecker als kandidaat.

De gunstige peilingen voorspelden dat N-VA ook zonder kartel de kiesdrempel zou halen, maar intern was er geen consensus. Uit onvrede met de komst van Dedecker en vrezend dat de N-VA zou verrechtsen, maakte gewezen Volksunie-Europarlementslid Jaak Vandemeulebroucke bekend de partij te verlaten. Vandemeulebroucke was al enkele jaren niet meer politiek actief. Hij trok zijn besluit weer in toen Dedecker de partij verliet.

In de dagen na de breuk binnen het Vlaams kartel vonden discrete onderhandelingen plaats tussen de top van CD&V en de N-VA. Er werd versneld een voorstel van programma opgemaakt met het oog op de federale verkiezingen van 2007. Het bereikte akkoord tussen CD&V en de N-VA, dat normaal besproken zou worden op de partijraad van januari 2007, werd door de omstandigheden reeds aan de partijraad van 9 december 2006 voorgelegd. CD&V had N-VA voor de keuze gesteld: een kartel zonder Dedecker op de gemeenschappelijke lijst, of geen kartel. Op die N-VA-partijraad van 9 december werd, op basis van het akkoord, beslist om voor de federale verkiezingen van 2007 een kartel te vormen met de CD&V. De beslissing werd genomen met een meerderheid van 62 van de 103 stemmen, met 10 onthoudingen. Dedecker, die dus niet op de verkiezingslijst zou mogen staan in weerwil van de eerdere toezegging van Bart De Wever, stapte daarop uit de N-VA. Uit onvrede met de gang van zaken trad Frieda Brepoels af als ondervoorzitter van de partij.

Federale verkiezingen 10 juni 2007

Met een provocerende precampagne wou de partij de Vlamingen wijzen op de gevolgen van het Belgisch beleid: een Vlaanderen dat steeds meer verstrikt dreigt te geraken. Als centraal beeld van de campagne introduceerde de partij dan ook een nieuw verkeersbord: een gevarenbord dat waarschuwt voor verst(r)ikking. Dit was een verwijzing naar de Waalse minister-president Elio Di Rupo, die altijd een vlinderdasje draagt.

Medio maart 2007 raakte bekend dat de directeur van de Bank Card Company (uitgever van Visa en Mastercard), Jan Jambon zich kandidaat stelde voor de federale parlementsverkiezingen op de Antwerpse CD&V/N-VA-lijst. Jambon is sinds oktober 2006 schepen van financiën en lokale economie in Brasschaat. Samen met Peter De Roover bouwde hij in de jaren 90 de Vlaamse Volksbeweging opnieuw uit tot een slagkrachtige organisatie binnen de Vlaamse Beweging. Jambon leek aanvankelijk een rijzende ster binnen de N-VA, maar viel in de loop van 2014 van zijn voetstuk door een reeks ongelukkige uitspraken. Zo verklaarde hij dat werklozen eerst hun huis en andere bezittingen moeten verkopen vooraleer zij een werkloosheidsuitkering kunnen krijgen. Ook stelde hij dat het inschrijvingsgeld voor de universiteiten fors verhoogd zou moeten worden.

Het kartel was in 2007 de overwinnaar van de federale verkiezingen in Vlaanderen. De partij behaalde vijf rechtstreeks verkozenen in de Kamer en twee in de Senaat. Door opvolging telde de N-VA 6 leden in de Kamer. Voorzitter Bart De Wever boekte een goed persoonlijk resultaat. Met ruim 41.000 voorkeurstemmen werd hij de op twee na populairste politicus in de kieskring Antwerpen.

Einde kartel op 22 september 2008 Op 21 september 2008 zei een massaal bijgewoond N-VA-ledencongres (1700 deelnemers) in het Gentse ICC het vertrouwen in de federale regering Leterme I op. De N-VA weigerde deel te nemen aan nieuwe communautaire dialoog die Kris Peeters vanuit de Vlaamse regering Peeters I wilde opstarten, omdat de Vlaams-nationale partij daarin geen garanties zag op een doorbraak in de staatshervorming en, gezien de houding van de Franstalige partijen sinds juni 2007, geen enkel vertrouwen had in het welslagen van zo'n dialoog.

De daaropvolgende maandag 22 september stapte minister Geert Bourgeois uit de Vlaamse regering. Tijdens een persconferentie verklaarde hij dat hij in de ministerraad moest vaststellen dat "alle collega-ministers wensen in te stappen in de dialoog, die vrijdag nog werd afgewezen. Op 5 september nog verbond de Vlaamse regering 'strikte en noodzakelijke' voorwaarden aan de start van deze dialoog. Zowel afgelopen vrijdag als vandaag opnieuw moet ik vaststellen dat aan die 'strikte en noodzakelijke' voorwaarden niet is voldaan".

Op 23 september bevestigde voorzitster Marianne Thyssen van CD&V na een algemene vergadering van haar partij in Zellik dat er wat CD&V betrof een kartelbreuk was op nationaal en Vlaams niveau, niet op lokaal en provinciaal niveau.

Vlaamse verkiezingen 7 juni 2009

De N-VA behaalde een goede score (13% van de stemmen) en was daarmee de grote winnaar van de verkiezingen. De partij verhoogde haar aantal zetels in het Vlaams Parlement van 6 naar 16, behaalde een zetel in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en een zetel in het Europees Parlement. Op 10 juli keurde een ledencongres in Affligem de deelname aan een Vlaamse regering met CD&V en sp.a goed. Deze Vlaamse regering Peeters II telt twee N-VA-ministers: Geert Bourgeois en Philippe Muyters. Het Vlaams regeerprogramma bevat (zonder letterlijke verwijzing ernaar) de beginselen van de zogenaamde Maddens-doctrine.

Federale verkiezingen 13 juni 2010

In de aanloop naar de verkiezingen zetten alle andere partijen zich af tegen de N-VA. Bart De Wever sprak in dit verband over een nieuw cordon sanitaire. De partij pleitte in haar programma voor een confederalisme met maximale bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de deelstaten, waardoor regio's en gemeenschappen voor een goed beleid beloond worden en gestraft voor een slecht beleid. Dit veronderstelde een fundamentele herziening van de financieringswet waardoor de overheveling van bevoegdheden in de gezondheidszorg, de arbeidsmarkt en de kinderbijslag volgens de N-VA zinvol werden.

Een geheimgehouden kiespeiling voorspelde een hoge score van 26% voor de N-VA. De groep met deze kiesintentie zou ook het grootste aantal kiezers hebben die beweren dat hun stem vaststaat.

Op 6 mei 2010, op een verkiezingsmeeting van de partij, riep Bart De Wever alle Vlaamse partijen op om aan één zeel te trekken na de verkiezingen en het confederalisme door te drukken. Ook vroeg hij alle Vlaamse formaties nooit nog een federale regering te vormen zonder Vlaamse meerderheid.

Bij de federale verkiezingen van 13 juni 2010 won N-VA de verkiezingen met iets minder dan 28% van de Vlaamse stemmen in de Kamer (31% in de Senaat), zo werd het de grootste partij van Vlaanderen en België. De partij verwierf daardoor 27 Kamerzetels. Daardoor is de N-VA de dominante politieke formatie in het Vlaamse politieke landschap geworden en neemt zij de plaats in die de CD&V decennialang bezette.

De populariteit van de N-VA, en dan voornamelijk die van partijvoorzitter Bart De Wever, was volgens sommige media na de verkiezingsuitslag het gevolg van De Wevers deelname aan het spelprogramma De Slimste Mens ter Wereld van Woestijnvis. Het werd echter niet wetenschappelijk aangetoond dat deze deelname een rol speelde bij de verkiezingen van 7 juni 2009 (Vlaams Parlement) of een jaar later bij de verkiezingen van 13 juni 2010 (Federaal Parlement en Senaat). Mogelijk was het spelletje wel het begin van zijn naambekendheid bij het grote publiek.

Door deze overwinning krijgt de partij die net verhuisde naar een nieuw partijgebouw een grotere financiële armslag met 4,6 miljoen euro extra per jaar. Alzo kan men ook 63 nieuwe parlementaire medewerkers aantrekken en een studiedienst bemannen. Samen met de PS is de N-VA de leidende politieke formatie geworden in België. Daardoor kwamen beide partijen aan zet bij de vorming van een nieuwe federale regering. Daarbij kwam het eind augustus 2010 tot een impasse.