Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1974 was het 26e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen FIM Al tijdens het FIM-congres van 1973 was besloten dat vanaf 1974 de circuits gekeurd zouden worden door FIM-stewarts en coureurs, waarbij de bevindingen ook gedocumenteerd zouden worden zodat ze bij toekomstige meningsverschillen gebruikt konden worden. De FIM wees de coureurs ook op hun verantwoordelijkheid om fit aan de start te verschijnen. Het gebeurde nogal eens dat rijders startten nadat ze de hele nacht gesleuteld hadden.

De FIM hield in 1974 vast aan een maximum aantal van tien races per klasse. Dit werd ook voor alle soloklassen ingevuld, maar de zijspanklasse kreeg slechts acht wedstrijden.

Merken/teams Giacomo Agostini tekende eind 1973 een contract bij Yamaha, dat hem de kans gaf ook in de Daytona 200 uit te komen. Agostini gaf zelf aan dat dit de belangrijkste reden was en dat hij zelfs aan MV Agusta-teamleider Corrado Agusta had gevraagd alleen voor die race op een ander merk te mogen startenDe MV Agusta 750 S was door zijn cardanaandrijving niet geschikt voor de Daytona 200 en de MV Agusta 500 4C was een pure racer die niet aan de homologatie-eisen voldeed.. De sfeer tussen de MV Agusta-teamgenoten Agostini en Read was eind 1973 al om te snijden, en het feit dat Read een lucratief contract voor 1974 had gekregen zat Agostini ook niet lekker. Phil Read vond dat hij steun van een tweede rijder nodig had en had een voorkeur voor Dieter Braun. MV Agusta moest echter ook iemand hebben voor het Italiaanse kampioenschap en daarom werd het uiteindelijk Gianfranco Bonera.

MV Agusta kwam in de 350cc-klasse enkele malen aan de start, maar verscheen niet meer in de vierde race, de GP des Nations. Men achtte de MV Agusta 350 4C kansloos en een nieuwe machine, die in ontwikkeling was, was nog lang niet klaar.

Yamaha trok nog meer rijders aan, die soms direct, soms via de importeurs gesteund werden, zoals Teuvo Länsivuori, Dieter Braun, John Dodds en Bruno Kneubühler.

Harley-Davidson trok Walter Villa aan als opvolger van de overleden Renzo Pasolini.

Suzuki kwam na jaren terug in het wereldkampioenschap wegrace, maar nu in de zwaarste klasse. Men trok Barry Sheene en Paul Smart aan om met de Suzuki RG 500 viercilinder te rijden.

Het plotselinge vertrek van Ángel Nieto naar Derbi stelde het team van Morbidelli voor een probleem. Men moest weken voor aanvang van het seizoen op zoek naar een coureur. Börje Jansson was een droomkandidaat, maar die kwam niet terug op zijn besluit om te stoppen. In april werd gemeld dat Rolf Minhoff de nieuwe rijder zou worden, maar uiteindelijk reed Paolo Pileri een teleurstellend seizoen op de 125cc-Morbidelli. Andersom reageerde Derbi positief op de wens van Nieto om terug te keren, maar dat merk moest nu haastig nieuwe fabrieksracers voor de 50-, 125- en 250cc-klasse gaan bouwen.

Hoewel Jan Bruins al in 1973 wilde stoppen met racen, trad hij toch aan met de nieuwe monocoque Jamathi. Hij hoefde zelf geen ontwikkelingswerk meer te doen en omdat hij een goede sponsor vond kon Jan Thiel nu fulltime aan de Jamathi werken, gesteund door Martin Mijwaart en Henk Keulemans.

Na het seizoen 1974 stopte het team van Van Veen als fabrieksteam om meer tijd te besteden aan de ontwikkeling van de Van Veen OCR 1000.

Coureurs Theo Timmer verliet het team van Jamathi maar ging voor eigen rekening als privérijder met een Jamathi rijden.

Ángel Nieto ging na zijn min of meer verloren jaar bij Morbidelli terug naar Derbi. Morbidelli kon hem in 1974 ook niet van een 50cc-racer voorzien omdat constructeur Jorg Möller, overkomen van Van Veen, die volgens een afspraak met Van Veen niet mocht bouwen.

In 1974 debuteerde Kenny Roberts op de Europese circuits. Zijn eerste optreden in het wereldkampioenschap wegrace was in de 250cc-race in de TT van Assen, nadat hij in de Daytona 200 en de Imola 200 tweede was geworden achter Giacomo Agostini. Hij had zich niet populair gemaakt. In Daytona had hij al verklaard dat Agostini geen echte wereldkampioen was omdat Amerikaanse coureurs meer "all round" waren en voor zijn komst naar Assen zei hij dat hij de Europese coureurs wel even zou laten zien wat wegracen was.

Eduardo Celso-Santos kreeg onderweg naar de Grand Prix van België een ernstig auto-ongeluk waarbij hij beide benen en enkels brak. Hij moest enkele maanden revalideren en deed dat thuis bij zijn monteur Ferry Swaep in Epe.

Vanaf de Grand Prix van Finland kreeg de Nederlander Boet van Dulmen fabriekssteun van MZ voor de 250- en de 350cc-klasse, maar hij scoorde geen punten. In nationale races bleef hij zijn privé-Yamaha's gebruiken. Races De organisatie van de Nürburgring was al door Giacomo Agostini gewaarschuwd dat de geleiderails onvoldoende waren afgeschermd met strobalen. Toen Bill Henderson tijdens de trainingen zijn wervelkolom op drie plaatsen beschadigde doordat hij tegen de vangrail klapte en Phil Read en Teuvo Länsivuori bij de gewonde Henderson tien minuten op een ambulance stonden te wachten werd door alle teams besloten niet aan de start van de Grand Prix van Duitsland te verschijnen. Toen er getraind moest worden was de Nordschleife in mist en sneeuw gehuld en toen de baan uiteindelijk vrij gegeven werd trainden alleen enkele onbeduidende Duitse coureurs, opgejut door een functionaris van de Duitse bond en door een extra premie. Tijdens de races werden deze coureurs aangemoedigd door de speaker, die de stakende toprijders als "maffia" bestempelde. De Duitse bond strafte een aantal Duitse rijders, waaronder Dieter Braun, Rolf Minhoff en John Dodds (reed met een Duitse licentie) voor één wedstrijd. Opmerkelijk was dat de zijspanrijders, die zelf als enigen de Finse Grand Prix van 1973 geboycot hadden, de staking braken en met 37 combinaties van start gingen. In de andere klassen gingen de minimaal benodigde zes rijders van start, waardoor de races hun WK-status niet verloren. Tijdens een ingelaste zitting van de wegracecommissie van de FIM stelde die de coureurs echter in het gelijk. Wedstrijdleider Kurt Bosch (nota bene vicevoorzitter van diezelfde commissie) werd geschorst en per 31 december 1974 uit zijn functie ontheven, de Duitse organisatie kreeg een boete van 20.000 Zwitserse franken en de internationale jury kreeg een reprimande. De FIM had het tegelijkertijd organiseren van auto- en motorraces al jaren geleden verboden, maar bij de Duitse Grand Prix (in het kader van de Eifelrennen) gebeurde dat toch steevast. De door de Duitse bond opgelegde schorsing kon door de sportcommissie van de FIM niet teruggedraaid worden. Overigens werden de straffen tegen de Duitse bond en organisatie na een protest tijdens het FIM-congres van oktober 1974 weer teruggedraaid.

Zoals al in 1973 was gebeurd werd de Isle of Man TT geboycot door alle toprijders, met uitzondering van de zijspannen. Daarnaast was ook het weer spelbreker, waardoor races soms dagen moesten worden uitgesteld.

In Finland speelde de starter een dubieuze rol. Bij de start van de 50cc-race wilde hij niet wachten tot Henk van Kessel zijn (natte) handschoenen aan had, maar toen zijn landgenoot Pentti Korhonen voor de start van de 350cc-race ontdekte dat een ophangveer van zijn uitlaat was gebroken was er ineens tijd genoeg.

Juist nu de veiligheid op de circuits steeds beter werd, bereikte de situatie een dieptepunt tijdens de Grand Prix van Spanje op het stratencircuit van Montjuïc. In de 250cc-race viel de Fransman Bernard Fau, die daarbij gewond raakte. Onderdelen van zijn machine lagen op de baan, maar de baancommissarissen bleken geen enkel contact te hebben met hun collega's vóór de bewuste bocht waardoor de aanstormende coureurs niet door vlagsignalen gewaarschuwd werden. Bovendien kon een ambulance de plaats van het ongeluk niet bereiken. Toen Chas Mortimer een brandweerman waarschuwde dat er een stuk remschijf precies op de ideale lijn lag, stapte deze zonder op te letten de baan op en werd gegrepen door Takazumi Katayama. Die vloog tientallen meters door de lucht, over de liggende Fau en de strobalen. Bij de brandweerman werd een been afgerukt, wat later fataal bleek te zijn. Pas na vier ronden werd de race afgevlagd en toen bij de organisatoren de ernst van de situatie doordrong werd Patrick Pons, die met een beenwond in een ambulance lag, uit de auto gezet met de mededeling dat men hem nu niet kon helpen. Pons zakte in het rennerskwartier in elkaar en werd daarna alsnog naar het ziekenhuis gebracht.

Overleden/gestopt Overleden Op 31 juli, tijdens de trainingen voor de 750 cc Prijs van de FIM in Hämeenlinna (Finland) verongelukte de Zwitser Werner Giger, waarschijnlijk omdat hij na een valpartij door een andere machine geraakt werd. In de nacht van 8 op 9 september overleed Billie Nelson in het ziekenhuis van Rijeka aan de verwondingen die hij had opgelopen bij een val tijdens de GP van Joegoslavië.

Gestopt Steve Ellis verkocht begin 1974 zijn motoren en beëindigde zijn carrière. Jos Schurgers kon zijn racecarrière niet meer verenigen met het ontwikkelingswerk dat hij voor de Van Veen OCR 1000 wankelmotor moest doen en verkocht een van zijn 125cc-Bridgestone-blokken aan Henk van Kessel, die het in een Yamaha-frame monteerde. Schurgers kon echter nog wel deelnemen aan de TT van Assen, waar hij vijfde werd. De zesvoudige wereldkampioenen in de zijspanklasse Klaus Enders en Ralf Engelhardt verklaarden begin november dat ze hun carrière zouden beëndigen. Silvio Grassetti beëindigde zijn carrière nadat hij gewond raakte bij een valpartij in de training van de Grand Prix van België

Puntentelling  1e   2e   3e   4e   5e   6e   7e   8e   9e   10e Punten:1512108654321

Aantal (tellende) wedstrijden Voor het eerst stelde de FIM vast dat alle soloklassen tien wedstrijden zouden krijgen. De zijspanklasse kreeg er acht. Dat betekende dat organisatoren soms met elkaar wedstrijden moesten ruilen om de populairste klassen aan de start te krijgen. In de praktijk reden de toprijders slechts acht wedstrijden, omdat ze tijdens de GP van Duitsland staakten en de Isle of Man TT al sinds 1973 boycotten. Die wedstrijden telden reglementair wel mee.

Om het aantal tellende resultaten te bepalen moest men bij een even aantal races dit aantal halveren en er één bij optellen. Bij een oneven aantal werd er eerst een bij opgeteld en dit getal werd dan gehalveerd.

KlasseRacesTellend50 cc106125 cc106250 cc106350 cc106500 cc106zijspan85

500cc-klasse miniatuur|MV Agusta 500 4C uit 1974 miniatuur|Yamaha YZR 500 uit 1974 Nadat de aanval van Yamaha op de hegemonie van MV Agusta in 1973 beëindigd was na het overlijden van Jarno Saarinen, had men voor het seizoen 1974 niemand minder dan Giacomo Agostini aangetrokken. Behalve de Yamaha YZR 500 fabrieksracers van Agostini en Teuvo Länsivuori waren er intussen ook veel Yamaha TZ 500 productieracers op de baan. MV Agusta, met Phil Read en Gianfranco Bonera, had het moeilijk tot men halverwege het seizoen de 430cc-motor van de 500 4C verving door een volwaardig 500cc-exemplaar. Bovendien werd men geholpen doordat Agostini in de Grand Prix van Zweden een sleutelbeen brak. Uiteindelijk konden Read en Bonera de eerste twee plaatsen in het wereldkampioenschap grijpen. Frankrijk, Clermont-Ferrand In Frankrijk kwamen voor het eerst de Suzuki RG 500's aan de start. Ze werden bestuurd door Barry Sheene, Paul Smart en Jack Findlay. In de race kon vooral Sheene goed meekomen en voor het eerst sinds jaren was er sprake van een gevecht tussen verschillende merken, want Giacomo Agostini kon met zijn Yamaha ook even de leiding nemen. Agostini viel echter uit door een gebroken krukas, waardoor Phil Read met zijn MV Agusta won, vóór Sheene en Gianfranco Bonera. Duitsland, Nordschleife