De Österreichische Lloyd (Italiaans Lloyd Austriaco) was de grootste rederij van Oostenrijk-Hongarije en op Middellandse Zee. Sinds 1951 bestaat er een Cypriotische rederij Österreichischer Lloyd Seerederei, wat echter een ander bedrijf is.
Inleiding De Lloyd, gevestigd in Triëst in het Oostenrijkse deel van de monarchie is in 1833 door banken, 19 scheepvaartverzekeringen en 127 natuurlijke personen opgericht. Hieronder bevonden zich de politicus Karl Ludwig von Bruck en de Triëstse bankier Pasquale Revoltella. Het doel van de Lloyd was aanvankelijk, naar het Londense voorbeeld Lloyd's, informatievergaring ten behoeve van de aangesloten verzekeringsmaatschappijen.
In 1836 volgde de eerste stap naar eigen scheepvaart activiteiten door de overname van het postvervoer op de Adriatische Zee. Hiermee was de basis gelegd voor de uitbreiding met vracht en passagiers vervoer, wat uiteindelijk uitgroeide tot een van de grootste rederijen ter wereld. De rederij gebruikt de leus Vorwärts waarmee ze afweek van andere rederijen die hun motto in het Latijn voerden in plaats van de eigen taal en ook de Oostenrijkse marine gebruikte Latijn voor hun Met vereende krachten (Viribus Unitis). De grootste directe concurrent was geruime tijd de, in Fiume in het Hongaarse deel van de monarchie gevestigde, rederij Adria, die door Hongarije werd geëxploiteerd en gesubsidieerd. In 1891 werd tussen de rijksdelen een overeenkomst gesloten over de verdeling van de markt tussen de rederijen zodat er geen sprake meer was van concurrentie.
De voertaal in het bedrijf was Italiaans, maar de prospectussen werden in het Duits en voor de Levant en de diensten naar Brits-Indië en Oost-Azië ook in het Frans en Engels opgesteld. Net als vele rederijen uit andere landen werd ook de Österreichische Lloyd zwaar gesubsidieerd, zodat het bedrijf mede door de verplichtingen zijdens de overheid als half staatsbedrijf kon worden aangemerkt. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd de rederij Italiaans eigendom en werd van 1921 tot 2006 als Lloyd Triestino (Triëster Lloyd) voortgezet. In 2006 werd de naam gewijzigd in Italia Marittima.
Geschiedenis Bedrijfsstructuur Sectie 1
Doel van de Lloyd was om handelaren en verladers te voorzien van actuele informatie over de verschillende markten en de aan zeevaart gerelateerde handel in Europa en Azië. De informatie werd vergaard door een net van handelscorrespondenten en uit verschillende berichten die regelmatig de haven van Triëst bereikten. Daarnaast moesten de scheepsbewegingen in de thuishaven geregistreerd worden. In opdracht van de Staat moest het tijdrovende en door vertragingen geplaagde postvervoer met, door de Oostenrijkse marine beschikbaar gestelde, zeilboten worden uitgevoerd. De eerste directie bestond uit de heren: Bousquet, Bruck, Brucker, Giannichesi, Grant, Kohen, Meksa, Padovani, Premuda, Carl Regensdorff, da Costa, Sartorio, Schell en Vucetich.
Sectie 2
Om de informatievoorziening te verbeteren werd het vrachtvervoer op 2 augustus 1836 in een aparte sectie ondergebracht. Deze Sektion 2 werd spoedig het belangrijkste bedrijfsonderdeel zodat 1836 wordt gezien als oprichtingsjaar van de rederij. Het startkapitaal bedroeg één miljoen Florentijnse gulden c.f. verdragswaarde. In de oprichtingsakte is als ondernemingsdoel opgenomen om Triëst door middel van stoomboten met de havenplaatsen in de Oriënt te verbinden. (Zweck der Gründung sollte es sein, Triëst mittels Dampfbooten in Verbindung mit den Echellen [Hafenplätzen] des Orient zu bringen.). Voor de nieuwe sectie werden in Engeland drie stoomboten besteld, met elk een vermogen van 120 pk en drie met elk een vermogen van 100 pk. In Triëst werden werkplaatsen gebouwd en in buitenlandse havens werden kolenbunkers gehuurd. Het eerste schip dat aan de Österreichische Lloyd geleverd werd was de in Londen gebouwde Arciduca Ludovico. De eerste vaart van de nieuwe rederij vertrok op 16 mei 1837 om 17:00 uur van de San Carlo pier in Triëst. Aan boord bevonden zich 53 passagiers die na 14 dagen Constantinopel bereikten via Ancona, Corfu, Patras, Pireus, Syros en Smyrna.
Lloyd Austriaco richtte zich vooral op de Oriënt en voerde de eerste vracht- en passagediensten uit tussen het Middellandse Zeegebied en de Oriënt. In het eerste jaar werden al 79 vaarten (58 tussen Triëst en Venetië, 21 naar Griekenland, Turkije en Egypte) uitgevoerd met in totaal 7.967 passagiers en 35.205 poststukken. De eerste bootverbinding naar Constantinopel ging al in 1837 van start. De eerste aandeelhoudersvergadering besloot, als gevolg van de goede start, tot de aanschaf van nog twee schepen en een kapitaal verhoging tot 1,5 miljoen gulden. De schepen van de Lloyd voeren ook naar de Levant, Griekenland en Egypte. Door de uitbreiding van de lijndiensten werd de Lloyd door de staat opgedragen om ook postdiensten naar de grote steden te beginnen. In 1842 kreeg de Lloyd het recht om de postvlag te gebruiken en kregen de officieren en bemanningsleden het recht om uniformen te dragen. De aanvankelijke uniformen waren groen en niet geliefd bij het personeel, korte tijd later werden ze, mede vanwege de gelijkenis met Russische uniformen, vervangen door blauw-witte uniformen die internationaal en ook bij de Kaiserliche und Königliche Kriegsmarine gebruikelijk waren.
Sectie 3
Terwijl sectie 1 de informatievoorziening verzorgde en sectie 2 de scheepvaartactiviteiten besloot de bedrijfsleiding de inmiddels omvangrijke uitgevers activiteiten te verzelfstandigen en ontstond in 1849 Sectie 3.Primus-Heinz Kucher und Hubert Lengauer: Bewegung im Reich der Immobilität: Revolutionen in der Habsburgermonarchie 1848-1849, Böhlau Verlag, Wien-Köln-Weimar 2001, blz. 191 () Deze als literair-artistieke afdeling aangeduide sectie omvatte de redactie van de tijdschriften, de drukkerij met lettergieterij, de kunstafdeling met diverse ateliers, waaronder een fotoatelier en ten slotte de leeszalen. Hier werden dienstregelingen, jaarboeken, kranten en fotoboeken uitgegeven. Het officiële provincieblad Osservatore Triëstino verscheen bij sectie 3 net als diverse kranten zoals de Triëster Zeitung, het populaire Diavoletto, het Griekstalige weekblad Ημερα (De Dag) en Il listino, de dagelijkse lijst van scheepsbewegingen. Als tijdschrift werden het Illustrierte Familienbuch en de Letture di Famiglia uitgegeven.August Mandl: Von Wien nach Triëst, nebst den Fahrten von Bodenbach, Olmütz, Krakau, Linz, Pesth nach Wien und von Triëst nach Venedig. Reisehandbuch für alle Stationen der K. K. Priv. Südbahn (Gesamtband IV), 2. erw. Auflage, Triëst 1860, blz. 175 Daarnaast zaten ook klassieke literatuur, geschiedenis-, natuur-, scheepvaart- en geografische boeken in de portfolio, die voor een deel zeer goed uitgevoerd waren door de artistiek hoogwaardige staaldiepdruk. Van 1854 tot 1870 werd onder de titel Lloyd's Reiseführer een achtdelige reisgids uitgegeven waarin onder andere Triëst en Venetië en een groot aantal spoorlijnen werden beschreven. Met het uitgevers werk ondersteunde sectie 3 de andere activiteiten van de Lloyd, pas in 1928 werden de activiteiten van sectie 3 door de Triëster Lloyd gestaakt.
Groei tot aan de Dubbelmonarchie (1836-1867) De vloot van de Österreichische Lloyd in 1848(alleen raderboten, in totaal 24)Naam gebouwd te Tewaterlating Tonnage (in t) pk Arciduca Francesco Carlo Venetië 1833 133 40 Arciduchessa Sofia Triëst 1833 141 50 Maria Dorotea Triëst 1834 212 70 Ferdinando I. Triëst 1836 284 100 Arciduca Ludovico Londen 1837 310 100 Arciduca Giovanni Londen 1837 349 120 Principe Metternich Triëst 1837 473 140 Conte Mittrowsky Triëst 1837 237 60 Elleno (ex Principe Metternich) Triëst 1837 357 120 Baron Eichhoff Triëst 1837 361 100 Mahmudiè Triëst 1838 467 120 Dalmata (ex Conte Stürmer) Triëst 1838 211 60 Stambul Triëst 1838 620 160 Conte Stürmer (ex Seri Pervas) Triëst 1839 469 140 Barone Kübeck Triëst 1842 229 70 Arciduca Federico Bristol 1842 394 120 Imperatore Triëst 1843 545 160 Imperatrice Triëst 1844 545 160 Conte Kolowrat Triëst 1845 330 100 Austria Triëst 1847 763 360 Triëste Triëst 1847 448 160 Venezia Triëst 1847 448 160 Italia Triëst 1847 728 260 Germania Triëst 1847 728 260
Tot 1845 was het aantal vaarten verviervoudigd en het aantal passagiers vertwintigvoudigd en het aantal medewerkers gegroeid tot 1049. Een van de oorzaken van de sterke groei was een overeenkomst met de Erste Donau-Dampfschiffahrts-Gesellschaft (DDSG) die voorzag in een wekelijkse dienst over de Donau naar de Zwarte Zee, waar dan overgestapt kon worden op schepen van de Österreichische Lloyd. In 1852 werd het scheepvaartverkeer op de Po en het Lago Maggiore overgenomen en gereorganiseerd en later volgden ook rivierdiensten op de Bojana (Albanees: Bunë) en het Meer van Shkodër. thumb|Plattegrond van het Arsenaal in de reisgids van de Lloyd thumb|Het Lloyd-Arsenaal in Triëst gezien vanaf zee rond 1900. Door de enorme groei in de eerste 15 jaar had de Österreichische Lloyd inmiddels een aantal schepen dat regelmatig onderhoud en reparatie nodig had. Een groot Arsenaal voor deze werkzaamheden alsmede nieuwbouw werd nodig en in 1853 werd in Triëst-Sant'Andrea begonnen met de bouw. De eerste steen werd op 30 mei door aartshertog Ferdinand Maximilian gelegd. Als architect werd de Deen Hans Christian Hansen aangezocht die bekend was door de door hem gebouwde scheepswerven in Griekenland. Het gebouw op het 114.000 m² grote terrein kon in 1861 in gebruik genomen worden. De 3000 werknemers van het Lloyd-Arsenal waren van grote economische invloed op Triëst. Het Arsenaal had naast de grote werkplaatsen ook een droogdok en een 241 meter lange scheepshelling voor scheepsnieuwbouw. In 1865 liep in het Arsenaal het eerste geheel metalen en uit binnenlandse materialen gebouwde schip, stoomschip Austria van stapel. Met 1700 ton was het het tot dan toe grootste schip van de rederij.
Vanaf 1855 kreeg de Österreichische Lloyd voor het eerst subsidie. De subsidievoorwaarden eisten het in stand houden van bepaalde diensten in de Oriënt en het opzetten van nieuwe diensten inclusief postvervoer. Bovendien mochten nieuwe schepen alleen nog bij wijze van uitzondering in het buitenland gebouwd worden. In de oorlog tegen Italië van 1866 moest de Lloyd op grond van diverse overeenkomsten met de Staat meerder stoomschepen aan de Oostenrijkse marine verhuren en werd ze verplicht om troepentransporten te verzorgen. Verloren gegane schepen, zoals de Egitto tijdens de zeeslag van Lissa, werden vervangen.
Al in 1857 was de Semmering geen hindernis meer voor het spoor en de eerste trein van de Südbahn reed op 15 oktober 1859 van Wenen naar Triëst. Deze nieuwe spoorverbinding en de aanwezigheid van een entrepot, het enige aan de Adriatische zee, stimuleerden de economie in Triëst en omgeving. Vanaf 1837 tot 1914 werden met 220 stoomboten 37,3 miljoen ton goederen overgeslagen en 21,5 Miljoen reizigers vervoerd. De Österreichische Lloyd was de grootste rederij op de Middellandse Zee en Triëst – na Hamburg, Rotterdam, Marseille en Genua – de vijfde haven in continentaal Europa.
Hongaren en Suez (1867-1890) Na de Ausgleich in 1867 moest het bedrijf in 1872 de naam Lloyd Austro-Ungarico resp. Österreichisch-Ungarischer Lloyd aannemen als teken van de Hongaarse participatie. Steeds moest de zwaar gesubsidieerde Lloyd troepen, vluchtelingen en emigranten vervoeren. In 1882 hebben bijvoorbeeld het fregat Laudon en de stoomschepen Mars, Ceres en Diana Oostenrijks-Hongaarse burgers via Alexandrië uit Egypte geëvacueerd nadat er bloedige ongeregeldheden waren uitgebroken.