thumb|Pierce Brodkorb Sinds de ontdekking en benoeming van Phorusrhacos in 1887 zijn meerdere geslachten en soorten benoemd die werden toegeschreven aan de brede categorie "schrikvogels".Toen zag men de groep nog niet als een enkele familie, maar bijvoorbeeld bij Dolgopol de Saez (1927) als twee ordes: Stereornithes en Brontornithes Vooral als gevolg van de concurrentie tussen Florentino Ameghino enerzijds, en Francisco Pascasio Moreno & Alcides Mercerat anderzijds, werden veel soorten haastig beschreven. Dit leidde tot grote verwarring in de semantiek van de groep. Latere revisies, vooral door Pierce Brodkorb en Herculano Marcos Ferraz de Alvarenga & Elizabeth Höfling hebben geprobeerd orde te brengen in deze chaos, wat ertoe leidde dat een groot aantal namen niet meer werd geaccepteerd als geldige geslachts- of soortnamen, omdat ze beschouwd worden als synoniemen voor andere geslachten/soorten of als nomina dubia.

Dit artikel geeft een overzicht van deze namen.

Wel geaccepteerde namen Voor de duidelijkheid zijn hieronder de nog geaccepteerde namen kort gegeven: Brontornithinae: Brontornis (burmeisteri) · Paraphysornis (brasiliensis) · Physornis (fortis) Mesembriornithinae: Mesembriornis (incertus & milneedwardsi) Patagornithinae: Andalgalornis (steulleti) · Andrewsornis (abbotti) · Patagornis (marshi) Phorusrhacinae: Devincenzia (pozzi) · Phorusrhacos (longissimus) · Titanis (walleris) · Kelenken (guillermoi) Psilopterinae: Paleopsilopterus (itaboraiensis) · Procariama (simplex) · Psilopterus (bachmanni, lemoinei, affinis & colzecus)

Aucornis Het geslacht Aucornis werd door Ameghino benoemd in 1898.Ameghino, F. 1898. Sinopsis geológico-paleontológica de la Argentina Segundo Censo de la República Argentina Brodkorb herkende in 1967 dat het een synoniem is voor Physornis.

Ameghino had twee soorten benoemd voor het geslacht: A. euryrhyncus (door aanwijzing van Brodkorb de typesoort) en A. solidus. A. euryrhyncus was gebaseerd op een symphysis mandibulae en het proximale van een tarsometatarsus. A. solidus op MACN-A-52-110, het proximale deel van de eerste falanx van teen II.

Beide soorten werden door Brodkorb gezien als synoniemen voor Physornis fortis. Alvarenga & Höfling (2003) delen zijn mening over A. euryrhyncus, maar menen dat het holotype van A. solidus toebehoort aan een kleinere soort dan Physornis fortis, mogelijk aan Andrewsornis abbotti. Zij menen echter vooral dat het materiaal "absoluut onvoldoende" is om een soort te diagnosticeren en dat de soort daarom als species inquirenda - een soort waarvoor verder onderzoek nodig is - gezien zou moeten worden.

Brontornis platyonyx

Callornis Callornis werd in 1895 benoemd door Ameghino.Ameghino, F. 1895. Sobre las aves fósiles de Patagonia Boletin del Instituto Geografico da Argentina De enige soort en daardoor typesoort was C. giganteus. Brodkorb herkende in 1967 dat een synoniem is voor Phorusrhacos.

Cunampaia Cunampaia is een controversieel geslacht dat werd benoemd door Rusconi in 1946.Rusconi, C. 1946. Algunos mamíferos, reptiles y aves del Oligoceno de Mendoza. Revista de la Sociedad de Historia y Geografia de Cuyo De enige soort en daardoor typesoort is C. simplex. Het holotype bestaat uit een ellepijp, spaakbeen, middenhandsbeen, scheenbeen en een onvolledig kuitbeen en dijbeen. Deze botten werden geassocieerd gevonden en worden dus beschouwd als behorend tot een enkel exemplaar. Het is afkomstig uit de provincie Mendoza van Argentinië, uit een laag die dateert naar het Eoceen.

Rusconi had het geslacht in een aparte familie geplaatst: de Cunampaiidae. Deze werd geplaatst in de onderorde Cariamae (tegenwoordig een orde: Cariamiformes), waartoe ook de Phorusrhacidae behoren. Brodkorb volgde deze classificatie in 1967, maar noemde ze "tentative", voorlopig of onzeker. Een jaar later, in 1968, volgde Cracraft deze classificatie ook. In 2003 herzagen Alvarenga & Höfling de familie Phorusrhacidae, waarbij zij veel van deze aparte families, zoals de Brontornithidae (tegenwoordig Brontornithinae), tot onderfamilies maakten. Zij wezen Cunampaia echter af als lid van de familie omdat er slechts "erg weinig materiaal van erg debateerbare diagnostische waarde" beschikbaar was.

In 2006 herbekeek Agnolín het geslacht. Hij kwam hierbij tot de conclusie dat het helemaal niet hoorde tot de Aves (vogels), maar een lid is van de Mesoeucrocodylia, onderdeel van de Crocodylomorpha.

Darwinornis Darwinornis werd in 1891 benoemd door Francisco Moreno & Alcides Mercerat. Brodkorb onderkende in 1967 dat het een synoniem is voor Phorusrhacos.

Moreno & Mercerat hadden drie soorten benoemd: D. copei (de typesoort, aangewezen door Richmond in 1902) D. zittelli D. socialis

Driornis Driornis werd benoemd in 1891 door Moreno & Mercerat, gebaseerd op het inferiore deel van een rechter opperarmbeen en een fragment van het distale deel van een rechter dijbeen. De enige soort en typesoort was D. pampeanus. Ze plaatsten het in een nieuwe familie: Dryornithidae. Alvarenga & Höfling bepaalden in 2003 dat het een synoniem is voor Mesembriornis.

Hermosiornis Het geslacht Hermosiornis werd in 1914 benoemd door Cayetano Rovereto met als typesoort H. milneedwardsi.Rovereto, C. 1914. Los estratos araucanos y sus fósiles Anales del Museo Nacional Historia Natural de Buenos Aires In 1946 beschreef Kraglievich een tweede soort voor het geslacht: H. rapax.Kraglievich, L. 1946. Noticia preliminar acerca de un nuevo y gigantesco Estereornito de la fauna Chapadmalense Anales de la Sociedad Cientifica Argentina In 2003 wezen Alvarenga & Höfling op het feit dat MMP-S155Dit exemplaar bevindt zich momenteel in het museum van de Argentijnse stad Mar del Plata, het holotype van deze tweede soort, alleen maar iets groter is dan de typesoort en beschouwen ze dus als synoniemen. Ze menen ook dat het hele geslacht een synoniem is voor Mesembriornis.

Het valt nog te vermelden dat Patterson & Kraglievich in 1960 een aparte onderfamilie benoemden naar Hermosiornis: Hermiosiornithinae.

Liornis Liornis werd beschreven door Alvarenga in 1895, met de typesoort L. floweri.Alvarenga, Sar les oiseaux fossiles de Patagonie. Boletin del Instituto Geografico Argentino, xv 1895 Dolgopol de Saez voegde er in 1927 de soort L. minor aan toe.Dolgopol de Saez, M. 1927. Las aves corredoras fósiles del Santacrucense, Anales de la Sociedad Cientifica Argentina Beide soorten werden in 2003 door Alvarenga & Höfling gezien als "duidelijke synoniemen" voor Phorusrhacos.

Morenomerceraria Morenomerceraria (ook Moreno-merceraria geschreven) werd benoemd door Lambrecht in 1933. Brodkorb herkende het in 1967 als synoniem voor Paleociconia, tegenwoordig wederom gezien als synoniem voor Patagornis.

Onactornis Het holotype van Onactornis (MLP-37-III-7-8) is een schedel waarbij een groot deel van de bovenkant van de bovenkaak ontbreekt en de proximale teenkootjes van de tenen II en III. Deze schedel is erg vervormd doordat hij van boven naar beneden erg is samengedrukt.

Drie soorten werden beschreven voor het geslacht: O. depressus, O. pozzi en O. mendocinus. Deze worden tegenwoordig alle drie beschouwd als synoniemen voor Devincenzia pozzi.

Owenornis Owenornis werd beschreven door Moreno & Mercerat in 1891. Het geslacht werd in 1967 door Brodkorb geïdentificeerd als een junior-synoniem van Phorusrhacos. Het had twee soorten: O. affinis (sinds de aanwijzing door Richmond in 1902 de typesoort) en O. lydekkeri.

Paleociconia De naam Paleociconia is een samenvoeging van "paleo" ("oud") en ciconia (een geslacht uit de familie der ooievaars).Richmond, C. 1902. List of generic terms proposed for birds during the years 1890 to 1900, inclusive, to which are added names omitted by Waterhouse in his "Index generum avium" Proceedings United States National Museum Tijdens de oorspronkelijke beschrijving dacht Moreno namelijk dat het geslacht tot deze familie behoorde., 2013 Who discovered the Phorusrhacidae? An episode in the history of avian palaeontology. SAPE proceedings. Gearchiveerd op 15 maart 2023. De geschiedenis van het geslacht Paleociconia is lang en ingewikkeld. Het werd voor het eerst beschreven door Francisco Pascasio Moreno in 1889, waarbij hij zich baseerde op MLP-87, de distale helft van de linker tarsometatarsus zonder externe trochlea, met als typesoort P. australis.Moreno, F.P. 1889. Breve reseña de los progresos del Museo La Plata, durante el segundo semestre de 1888, Boletin del Museo La Plata Patterson & Kraglievich merkten in 1960 echter op dat Moreno in de oorspronkelijke beschrijving slechts een erg oppervlakkige beschrijving gaf en geen enkele illustratie. Zij beschouwen Paleociconia australis dus als nomen nudum.Patterson, B. & Kraglievich, L. 1960. Sistemática y nomenclatura de las aves fororracoideas del Plioceno Argentino Publicacion del Museo Municipal Ciencias Naturales y Tradicionales de Mar del Plata Moreno & Mercerat hadden in 1891 echter wel een afbeelding gegeven en hadden het materiaal ook opnieuw beschreven. Hierdoor dacht Brodkorb in 1967 (en Kraglievich ook oorspronkelijk in 1931) dat de naam "Paleociconia" gerevalideerd was, met als typesoort P. cristata en baseerde hierop de onderfamilie Paleociconiinae. P. cristata was in 1891 voor het eerst beschreven door Moreno & Mercerat, waarbij zij zich baseerden op twee gebroken halswervels.

In hun systematische revisie van de phorusrhacidae in 2003 spreken Alvarenga & Höfling Patterson & Kraglievich tegen over P. australis. Zij zeggen dat, nu het oorspronkelijke materiaal waarop de soort gebaseerd was bekend is, het duidelijk is dat het een junior synoniem is voor Mesembriornis milneedwardsi. Ze spreken ook Brodkorb tegen over P. cristata door te zeggen dat het materiaal waarop de soort gebaseerd niet de karakteristieken heeft om een precieze identificatie toe te laten, maar waarschijnlijk behoort aan een lid van de psilopterinae. Zij menen dus dat de soort beschouwd zou moeten worden als een species inquirenda - een soort waarvoor verder onderzoek nodig is. Even later vermelden ze de soort echter als synoniem voor Patagornis marshi

Het geslacht Paleociconia had dus in de loop der geschiedenis twee soorten: P. australis en P. cristata. P. australis wordt tegenwoordig beschouwd als synoniem voor Mesembriornis milneedwardsi; P. cristata als synoniem voor Patagornis marshi.

Pelecyornis Pelecyornis is de naam van een geslacht dat in december 1895 beschreven werd door Ameghino. De typesoort was Pelecyornis tubulatus. Sinclair & Farr beschreven in 1932 nog twee soorten: Pelecyornis tenuirostris en Pelecyornis pueyrredonensis. Brodkorb herkende P. tubulatus en P. tenuirostris als synoniemen van Psilopterus australis, op zich weer een junior synoniem van Psilopterus lemoinei, en P. pueyrredonensis als synoniem van Psilopterus communis, op zich weer een synoniem van Psilopterus bachmanni.

Prophororhacus Prophororhacus werd door Rovereto beschreven op 16 januari 1914. De typesoort was Prophororhacus incertus. Brodkorb creëerde in 1967 een onderfamilie op basis van dit geslacht: de Prophororhacinae. Het geslacht wordt tegenwoordig echter gezien als een synoniem van Mesembriornis.

Pseudolarus Het geslacht Pseudolarus werd, samen met meerdere andere geslachten zoals Smiliornis, in 1899 beschreven door Ameghino met als enige soort P. guaraniticus.Ameghino, F. 1899. Sinopsis geológico-paleontológica Suplemento (Adiciones y correciones) La Plata Het was gebaseerd op slechts een paar skeletstukken, gevonden in de "Guaranítica" (Deseadan) formatie in Patagonië.