thumb|Afbeelding uit 1914 van indianen, afkomstig van diverse stammen thumb|Inti Raymi (Inca Festival van de Zon) in Sacsayhuaman, Cuzco, Peru, Zuid-Amerika Indianen is een benaming voor de oorspronkelijke, inheemse bevolking van Amerika. Het is een begrip dat overkoepelend voor diverse etnische groepen wordt gebruikt en betrekking heeft op alle oorspronkelijke inwoners van het continent Amerika. Columbus, die in 1492 dacht in Indië beland te zijn (het was zijn bedoeling om in westelijke richting de Atlantische Oceaan over te reizen en zo in Indië te komen), noemde de bewoners indios – Spaans voor Indiërs, en sindsdien ook voor indianen.
Etymologie
Omdat de benaming "indiaan" eigenlijk duidt op Zuidoost-Azië, zijn er verschillende alternatieve benamingen in zwang geraakt.
In de Verenigde Staten introduceerden de Amerikaanse overheid en academici in de jaren 60 van de 20ste eeuw de term Native American (inheemse Amerikaan) voor de groepen die onder de verantwoordelijkheid van het Bureau of Indian Affairs vielen. Een bijkomende reden was de verwarring met inwoners van Indiase afkomst, die in het Engels ook Indians heten. Deze nieuwe terminologie werd echter niet algemeen gewaardeerd, omdat deze zonder inspraak van de betrokkenen werd aangenomen, en omdat met deze term indianen en de oorspronkelijke bewoners van Alaska, Hawaï, Puerto Rico en de eilanden in de Stille Oceaan op een hoop werden gegooid. Uit een in 2005 door het U.S. Census Bureau gehouden enquête bleek dat bijna 50% van de indianen het liefst "American Indians" worden genoemd, terwijl iets meer dan 37% de voorkeur geeft aan "Native American".American Indian vs. Native American infoplease.comHistoricus P. Jenkins (1997, A History of the United States, Palgrave) voegt hieraan toe dat Native American eveneens verwijst naar een Europeaan, die hij far shiftier than Columbus noemt. Zo noemen vooral de Inuit zich eerder "Native American" dan "American Indian".
Sinds het begin van de 21ste eeuw worden beide termen gebruikt. Het Bureau of Indian Affairs wendt sinds 2005 de term American Indian aan in plaats van Native American.Bureau of Indian Affairs, Frequently Asked Questions, Why are American Indians and Alaska Natives also referred to as Native Americans?
De benaming First Nations/Premières Nations wordt gebruikt in Canada.
In de rest van Amerika worden de indianen officieel inheems genoemd: inheemsen in Suriname, indígenas (Spaans en Portugees), Indigènes (Frans-Guyana) en indiginous, voorheen Amerindians, door internationale organisaties.
De Eskimo's (soms Inuit genoemd, al slaat dat woord strikt genomen niet op de Yupik in Alaska) Kaplan, Lawrence. (2002). Inuit of Eskimo: Which name to use, Alaska Native Language Centre geraadpleegd op 31 januari 2018 worden wegens hun sterke overeenkomsten met verschillende noordelijke inheemse volken van Rusland overigens vaak (in de politiek en in de wetenschap) niet als indianen beschouwd, zij het wel als "inheemse Amerikanen".
De emancipatie wat de etnische naamgeving betreft is zowel in Canada als de VS in toenemende mate een zaak van de inheemse gemeenschappen zelf, die in cultureel en politiek opzicht steeds (zelf)bewuster worden. Zo geven inheemse volken die door de Amerikaanse en Canadese overheden officieel zijn erkend en zichzelf als een volwaardige politieke en culturele staat beschouwen, steeds vaker aan niet langer (zoals in de VS) tribes (stammen) of (zoals in Canada) bands genoemd te willen worden, maar Nations (naties of staten). Tevens worden de namen die de Europeanen (of omringende inheemse volken) in het verleden introduceerden, meer en meer vervangen door de namen die volkeren aan zichzelf gaven. In plaats van Irokezen spreekt men nu bijvoorbeeld vaker van Haudenosaunee. Andere naamsveranderingen zijn onder andere Lakota (Dakota/Nakota) voor Sioux, Mexicah voor Azteken, Ñudzahui voor Mixteken en Mapuche voor Araucaniërs.
In het Nederlands wordt "indiaan" niet met een hoofdletter geschreven, omdat het niet een volk maar verscheidene etnische groepen aanduidt (net als bij zigeuners het geval is).
Koning Willem I der Nederlanden benoemde destijds in een aantal van zijn koninklijke besluiten de bewoners van Nederlands-Indië als "indianen". De gangbare term werd echter "inlander".
Drie hoofdgebieden Noord-Amerika thumb|700px|center|Indianen 1916 in Californië Bij de komst van Columbus was Noord-Amerika verdeeld in een aantal cultuurregio's. De bekendste zijn die van het uiterste noorden (Arctisch gebied) en die van de prairies in het middenwesten, de Great Plains. Op de Plains woonden de meeste mensen langs de rivieren en waren boer. In het oosten en zuidwesten van Noord-Amerika woonden ook boeren. De belangrijkste gewassen waren maïs, bonen en pompoenen. Deze zogenaamde Drie Zusters waren oorspronkelijk afkomstig uit Mexico. Verder werden in het zuidwesten katoen en in het oosten onder andere zonnebloemen verbouwd. Tabak werd in nagenoeg de gehele huidige Verenigde Staten, het noorden van Mexico en het zuiden van Canada aangeplant.
Het stereotiepe beeld van "de indiaan" is gebaseerd op de prairie-volkeren uit de negentiende eeuw en hun confrontaties met de Europese kolonisten.
De 'Moundbuilders' bewoonden van grofweg 3500 v.Chr. tot de 16e eeuw de gebieden van de Grote Meren, de Ohio en de Mississippi.
Centraal-Amerika thumb|De Azteekse ceremonie van het ontsteken van het 'Nieuwe Vuur' Centraal-Amerika (Mexico tot en met Panama) in 1492 wordt door archeologen en historici opgedeeld in twee hoofdgebieden, te weten Meso-Amerika (bestaande uit het centrale en zuidelijke deel van Mexico, Belize, Guatemala, El Salvador en delen van Honduras, Nicaragua en Costa Rica) en Centraal-Amerika (bestaande uit de moderne staat Panama en grote delen van Costa Rica, Nicaragua en Honduras).
Meso-Amerika is het gebied van beroemde volkeren als de Azteken en de Maya's. Tevens is dit een van de zes gebieden op de wereld (de andere zijn de centrale Andes, Egypte, Mesopotamië, de Indusvallei en China) waar zeer vroeg technologisch complexe culturen zijn ontstaan. De meeste mensen woonden hier in steden of waren boer.
Midden-Amerika werd lange tijd gezien als "overgangsgebied" tussen de "hoge culturen" van Meso-Amerika en de Andes. Om die reden werden Colombia en Ecuador er nogal eens aan toegevoegd. Tegenwoordig staat Centraal-Amerika meer op zichzelf en krijgt het een eigen plaats in de inheemse geschiedenis. Ook hier woonden bij komst van Columbus voornamelijk boeren.
Zuid-Amerika Ook Zuid-Amerika is, evenals de voornoemde gebieden, opgedeeld in cultuurregio's. De Andes en het Amazonebekken zijn het bekendst, maar zowel cultureel als historisch gezien hoort het Caribisch gebied hierbij. Alleen in het uiterste zuiden (Patagonië) werd er niet aan landbouw gedaan, maar ook hier is het beeld van de nomadische indiaan te paard (bekend van de gaucho's) afkomstig van de periode na de komst van de Europeanen. Datzelfde geldt voor de grote veestapels van de noordelijker gelegen pampa. Ook runderen werden ingevoerd door de Europeanen. De Andes en Peru zijn bijna synoniem aan de Inca's. Toch zijn zij relatieve laatkomers in dit gebied. Toen de Spanjaarden in 1532 de Incavorst Atahualpa gevangennamen, bestond het Inca-rijk nog geen honderd jaar, terwijl het voortgekomen was uit hoogstaande culturele tradities van diverse volken die leefden in diverse berg- en kustvalleien sinds drieduizend jaar voor Christus of nog eerder.
Precolumbiaanse geschiedenis
Postcolumbiaanse geschiedenis van Noord Amerika thumb|left|Crow-strijder, ingekleurde foto van Edward S. Curtis, 1908 Verschillende historici zijn van mening dat de tussenkomst van Europeanen in Noord-Amerika neerkomt op een genocide in de ruimere zin, eufemistisch omschreven als “het teruglopen van de bevolkingsaantallen bij inheemse volkeren”.
1492–1800: externe kolonisatie Deze periode kan eigenlijk opgedeeld worden in twee subperiodes. De ene van 1492 tot ongeveer 1600 en de tweede van 1600/1650 tot aan 1800. De eerste periode is samen te vatten als de periode van het eerste (definitieve) contact tussen Amerika en Europa, een grote bevolkingsdaling door epidemieën en militaire confrontaties, door een falende Europese kolonisatiepolitiek en (tegelijkertijd) het smeden van allianties tussen Amerikaanse en Europese adel. De tweede periode zou men kunnen samenvatten als "de strijd om Amerika". Pas vanaf nu slagen de Europeanen erin om overal waar ze komen succesvolle koloniën te stichten. Dit komt vooral omdat de indiaanse bevolking bijna overal sterk is teruggelopen.
1492–1600 Hoewel Noord-Amerika rond het jaar 1000 na Chr. al werd bereikt door de Vikingen, was hun invloed op het gebied niet bijzonder groot. Waarschijnlijk dreef men vooral handel met de Amerikaanse volken (bijvoorbeeld Europees ijzer tegen huiden van zeezoogdieren). Dit deden de Baskische, Bretonse, Normandische en Portugese vissers ongeveer 500 jaar later ook. Men ging naar de wateren rondom Newfoundland op zoek naar kabeljauw en vooral de Micmac (woonachtig in de huidige Canadese staten New Brunswick en Nova Scotia), de Beothuk (bewoners van Newfoundland) en de Eskimo's van Labrador dreven met deze vroege Europeanen handel. Het is mogelijk dat deze Europese vissers al voor Columbus Amerika bereikten. Het is een grotendeels verloren stuk Amerikaanse geschiedenis die opmerkelijke dingen heeft nagelaten zoals een mixtaal (pidgin) Micamac-Baskisch.
Toen Columbus van zijn ontdekkingsreis indianen mee terugbracht naar Europa, leidde dat tot een belangrijke theologische kwestie. Voorheen dacht men immers dat alle mensen op aarde afstamden van de drie zonen van Noach: Sem (Aziaten), Cham (Afrikanen) en Jafet (Europeanen). Men kwam erachter dat Columbus niet een route naar Azië had ontdekt, maar een nieuw continent. Als de indianen niet van Noachs zonen afstamden, waar kwamen ze dan wel vandaan? In 1512 met het Vijfde Lateraans Concilie loste paus Julius II het probleem op: De indianen waren ook kinderen van Adam en Eva en dus menselijk. De voorouders van de indianen zouden afstammen van de Babyloniërs, verbannen uit de stad Babylon wegens de zondigheid in de dagen vóór Noachs' zondvloed. Ze trokken zó ver weg dat ze de vloed overleefden. De indiaan zou uit Azië afkomstig zijn. De theorie dat de vroegste Amerikanen migranten waren uit Mongolië en nabijgelegen gebieden in Siberië, werd het eerst gesuggereerd door de jezuïtische missionaris José de Acosta in 1589. Die theorie werd daarna in de vroege 19e eeuw uitgewerkt door Alexander von Humboldt.Robert M. Schoch (2003), Voyages of the Pyramid Builders, p. 84, 85
De eerst gedocumenteerde Europese aanwezigheid in Noord-Amerika is die van John Cabott die in 1497 Newfoundland en mogelijk Groenland bereikt. De Italiaan Verrezano (in Franse dienst) is een van de eerste die daadwerkelijk mensen beschrijft. In 1524 komt hij aan in de wateren van de huidige Carolina's en vaart hij langs de kust naar het noorden (waar hij onder andere bijna honderd jaar voor Henry Hudson de baai van het huidige New York bereikt). Vooral opmerkelijk zijn zijn vermeldingen van de vele gereguleerde bosbranden. Dit was een inheemse manier om (onder andere) gemakkelijk aan wild te komen. Onder andere de Amerikaanse bizon had men zodoende tot aan de Atlantische kust weten te lokken. Een andere belangrijke eerste ontmoeting is die tussen de Fransman Jacques Cartier en de St. Lawrence Irokezen rond 1540. Deze indianen woonden in de St. Lawrencevallei en waren maïsboeren. De twee nederzettingen die de Fransen aandoen waren gelegen op de plaatsen waar nu Quebéc-stad (Stadacona) en Montreal (Hochelaga) staan.