Het woord dominee (afgekort ds. of da. voor een vrouwelijke dominee) is een aanspreektitel voor een predikant, zoals professor dat is bij een hoogleraar. Het woord is een verbastering van de vocatief domine van het Latijnse dominus dat heer betekent. Voor de aanduiding van het ambt wordt echter doorgaans het formelere woord 'predikant' gebruikt.
In de meeste gevallen heeft de betrokkene een doctoraalexamen theologie afgelegd. Echter niet alle predikanten zijn tegenwoordig universitair geschoold. Het is in Nederland iedereen ambtshalve toegestaan de titel dominee te voeren, mits zij zijn gewijd door een officieel (internationaal) erkende religie of kerk in Nederland.
Titulatuur Als men wil aangeven dat iemand predikant is kan men er voor kiezen om VDM (verbi divini minister), Latijn voor dienaar van het Goddelijk woord, achter de naam te vermelden. +Titulatuur voor predikantenFunctie/ambtTitulatuur in de aanhef boven een briefTitulatuur in de adresseringAfgekortpredikant (doctor)De weleerwaarde zeergeleerde heer/vrouweWeleerwaarde zeergeleerde heer/vrouweds. dr.predikant (doctorandus)De weleerwaarde heer/vrouweWeleerwaarde heer/vrouweds.
Spreekwoordelijk De uitdrukking Er kwam een dominee voorbij wordt wel gebruikt als een gesprek plotseling stilvalt. Waarschijnlijk is dit ontleend aan het feit dat men zich in de aanwezigheid van een dominee niet vrij durfde te uiten, uit vrees voor een terechtwijzing.M. Philippa e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam (2003–2009), via etymologiebank.nl, laatst geraadpleegd op 15 september 2019.F.A. Stoett, Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, Zutphen (1923-1925), via etymologiebank.nl, laatst geraadpleegd op 15 september 2019.Dominee in het Woordenboek der Nederlandsche Taal, laatst geraadpleegd op 15 september 2019.
Noten
Categorie:Geestelijk ambt in het protestantisme