Het sint-maartenfeest wordt op 11 november, of soms de avond ervoor, gevierd in delen van België, Nederland, Noord-Frankrijk, sommige Duitstalige gebieden, in Denemarken (Mortensaften, 10 november), in Zuid-Zweden of Skåne, in Portugal, Hongarije, Slowakije en Letland (Mārtiņi, 10 november). thumb|Maarten snijdt zijn mantel doormidden voor een bedelaar Het is de naamdag van Martinus van Tours en wordt ook Sint-Martinus, Sinte-Marten, Sinter Merte of Sinte-Mette genoemd. Sint-Maarten werd bekend doordat hij als soldaat de helft van zijn mantel gaf aan een arme bedelaar en na een droom koos om verder te leven als een christen. De invulling die aan dit feest gegeven wordt verschilt van streek tot streek. Omdat in sommige gebieden (met name Duitsland) Sint-Maarten jaarlijks verschijnt als een bisschop op een paard, lijkt hij soms op Sinterklaas, maar is dit zeker niet. Sinterklaas is afgeleid van de heilige Sint-Nicolaas.

Geschiedenis De eerste vermelding van sint-maartendag is afkomstig van bisschop Perpetuus van Tours (461-490). Hij stelde voor om de vastenperiode voorafgaand aan Kerstmis te laten beginnen op de dag van Sint-Maarten. Dat zou een Advent van zes weken betekenen. In 581 na Christus werd dit overgenomen door de andere Frankische kerken tijdens het Synode van Mâcon. Paus Gregorius I heeft de adventsperiode van zes weken teruggebracht naar vier weken, maar liet de viering van sint-maarten dag staan. History of the church year, Encyclopaedia Britannica Over de ontstaansgeschiedenis van de invulling van het feest wordt veel gespeculeerd. Vaak wordt verondersteld dat het feest teruggrijpt op een Germaans winterfeest, maar ook een zuiver kerkelijke oorsprong is mogelijk. Wel duidelijk is dat de ontwikkeling tot een algemeen, door alle gezindten gevierd, volksfeest tamelijk recent is. thumb|Bruegels weergave van het sint-maartenfeest (ca. 1566). Men dronk dan de nieuwe wijn. Tot in de 19e eeuw werd door kinderen gezongen: "Sint Martijn, Sint Martijn, t'avond most en morgen wijn!"J. Ter Gouw (1871) De volksvermaken

Oorsprong thumb|Viering van Sint-Maarten voor het Düsseldorfer Rathaus in 1905 De Schotse antropoloog James Frazer veronderstelt een heidense oorsprong van het feest: het ronddragen van het (heilige) vuur zou een voorchristelijk vruchtbaarheidsritueel zijn, wijdverspreid over West-Europa. Het heidense ritueel zou dan door de kerk zijn overgenomen, vooral om het vertrouwen van de bevolking te winnen. Andere onderzoekers stellen echter dat er niets heidens aan het feest valt op te merken. Het feest zou door de kerk zijn geïntroduceerd.

In het Evangelie van Lucas staat de tekst: Niemand steekt een lamp aan en zet die in de kelder of onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat wie binnentreden het licht zien (Lukas 11:33 e.v.; in de Statenvertaling: En niemand, die een kaars ontsteekt, zet [die] in het verborgen, noch onder een koornmaat, maar op een kandelaar, opdat degenen, die inkomen, het licht zien mogen.). Deze regels werden vaak op 11 november voorgedragen en in de mis besproken dit zou voor de bevolking aanleiding zijn geweest voor een lichtjesfeest. Moderne onderzoekers houden vaak het midden tussen beide standpunten. Sint-Maarten is een bedelfeest, en bedelfeesten waren nodig in de moeilijke wintermaanden. Bedeloptochten zoals met Sint-Maarten werden en worden (in België en sommige delen van Nederland) ook gehouden met Driekoningen of met Nieuwjaar, en ook het sinterklaasfeest heeft kenmerken van een bedelfeest. In Amsterdam waren er in de 19e eeuw groepjes jongens die zingend langs de huizen liepen. Eén liep voorop, hij droeg een kroontje met kaarsjes aan een lange stok. Degenen die hem volgden, hadden lichtjes van allerlei kleuren. Wanneer de jongens van de bewoners wat kregen, zongen ze een liedje vol goede wensen. Kregen ze niets, dan volgde een scheldpartij.M. Kruijswijk (2004) Nederlandse jaarfeesten en hun liederen door de eeuwen heen, p.195

Ontwikkeling in de 20e eeuw Als bedelfeest was Sint-Maarten lange tijd een feest voor de armen. Rijke burgers zagen hun kinderen er liever niet aan meedoen. In de jaren 20 en 30 van de 20e eeuw begon deze houding te veranderen; het sint-maartensfeest werd vanaf dan juist gezien als een mooie, eigen traditie, die behouden moest worden.

Omdat 11 november na de Eerste Wereldoorlog ook de datum is geworden waarop deze oorlog wordt herdacht, is wel geprobeerd om aan het feest een meer wereldlijke lading te geven. Het zou dan voor alles een vredesfeest moeten zijn. Dit heeft men uiteindelijk niet doorgezet. Het feest is, vooral in Nederland, juist vrij van enige religieuze of politieke lading.

In België is het vieren van Sint-Maarten beperkt tot de hieronder genoemde regio's. Hierin lijkt geen verandering te komen. Het is eerder zo dat het feest steeds minder wordt gevierd, met name in Belgisch Limburg, waar vroeger veel meer sint-maartensvuren moeten zijn voorgekomen. In Nederland is de situatie omgekeerd: in de 20e eeuw is het feest alleen maar populairder geworden. In steeds meer regio's wordt viering van het sint-maartensfeest georganiseerd. Typisch is de geleidelijke opkomst van het gebruik in Amsterdam (zie hieronder). Ook in de regio's waar het feest oorspronkelijk al werd gevierd is de traditie nog zeer levend.

Ontwikkeling in de 21e eeuw Met de opkomst van Halloween in veel Europese landen, in dezelfde tijd van het jaar, is in sommige regio's van Nederland een concurrerend straatfeest ontstaan dat vooral bij de schooljeugd populair is.

Verspreiding Nederland thumb|Sint-Maarten in Amsterdam in 1980 thumbtime=27|thumb|Sint-maartensviering in de Zaanstreek in 1961 In Nederland komt de viering voor in delen van het land. In Utrecht, waar Sint-Maarten de schutspatroon van is, is een sint-maartensberaad opgericht om Utrecht als sint-maartenstad te promoten. Sindsdien vindt op en om de Oudegracht jaarlijks in november de Sint Maarten Parade plaats.

Niet in iedere streek lijkt de traditie even sterk te leven; in Limburg, Noord-Holland in West-Friesland en Kennemerland en Groningen werd in 1997 vastgesteld, dat in deze provincies de sint-maartensviering nog vrij actueel was. In de provincies Friesland, Drenthe en Noord-Brabant bleek een vermeerdering van vieringen te zijn waargenomen. In mindere mate wordt Sint-Maarten gevierd in Zuid-Holland en Zeeland en in delen van Overijssel, Flevoland en Gelderland.

In Amsterdam werd het feest eeuwenlang niet meer gevierd, tot het in de laatste decennia van de 20e eeuw in de buitenwijken opdook onder invloed van omliggende gemeenten in de meer agrarische gebieden. In de jaren 1990 dook het feest weer op in de Weteringbuurt en aan de Amsterdamse grachten. In Amsterdam-Noord werd tot na de Tweede Wereldoorlog 'Sinteremaarten' gevierd met een tot lampion uitgesneden koolraap, suikerbiet of voederbiet, overeenkomstig de Duitse Rübengeistern; raapgeesten, of de oorspronkelijke Ierse Jack-o'-lantern, onderdeel van de oeroude tradities van dankfeesten voor Licht, Warmte, Gewas en Oogst. Inmiddels is het sint-maartenlopen in vrijwel geheel Amsterdam een levende traditie.

De (cor)relatie van het feest met religie is niet sterk. In Nederland wordt het sint-maartensfeest gevierd door kinderen van alle gezindten. In veel liedjes wordt nauwelijks aandacht aan de religieuze achtergrond besteed. De liedjes hebben vaak een humoristisch karakter en het repertoire wordt ieder jaar aangevuld met parodiërende of satirische teksten.

11 november is ook de nationale dag van het Nederlandse deel van het eiland Sint Maarten, dat naar de heilige vernoemd is.

België In België leeft de traditie met name sterk in veel plaatsen in de Oostkantons, in West-Vlaanderen (De Panne, Ichtegem, Ardooie, Koekelare, Langemark-Poelkapelle, Lo-Reninge, Diksmuide, Houthulst, Ieper, Zonnebeke, Mesen, Sijsele en Heuvelland), in de streek rond Aalst en in een paar (deel)gemeenten van en rond Dendermonde. Verder kennen Mechelen, deelgemeente Hombeek en omliggende plaatsen waaronder Weerde en Peutie en plaatsen met een Sint-Martinuskerk zoals Sint-Martens-Lennik, Moerzeke en Beveren-Waas een levendige viering. Zowel in Burcht als in Beveren-Waas leeft de traditie van Sint-Maarten volop door de jaarlijkse optocht van Sint-Maarten te paard en de kinderen die "grielen". Dit is het rapen van het snoepgoed dat door Sint-Maarten wordt uitgestrooid rond de kerk. Olen, Retie en Wezel - te midden van de Antwerpse Kempen - stoken een sint-maarten(s)vuur. In Belgisch-Limburg vindt men tradities die lijken op die in Nederlands-Limburg, maar ze zijn daar minder actueel dan in Nederland. In het Brabantse Tienen gingen zeker tot eind jaren 60 en begin 70 kinderen rond met een uitgeholde suikerbiet met een kaars in rond om te zingen. Elders in het land wordt Sint-Maarten niet traditioneel gevierd: er zijn concerten of feesten. De vieringen vallen vaak samen met de herdenkingen van de wapenstilstand.

thumb|Martinsgans of Martinigansl thumb|Sint-Maartenprocessie in Frankfurt am Main

Duitsland In Duitsland wordt de katholieke legende, dat Sint-Maarten in dienst van het leger zijn officiersmantel met zijn zwaard in twee delen sneed en een helft aan een arme man zonder jas gaf, jaarlijks op Martinstag gevierd. In delen van Duitsland, Oostenrijk en Zuid-Tirol kent men het sint-maartenlopen. Kinderen lopen dan in een stoet met lantaarns door de straten, vaak voorafgegaan door iemand die met een rode mantel om, als Romeins leger-officier verkleed is en op een schimmel zit. Deze man stelt Sint-Maarten voor. Men noemt dit de Martinsritt. De kinderen zingen liederen en als afsluiting is er een kampvuur dat Martinsfeuer genoemd wordt.

In de Nederrijnregio en in het Nederbergse land wordt Sint-Maarten tijdens de lampionoptocht begeleid door een fanfarekorps. Na de optocht wordt de manteldeling nagespeeld, er is een korte toespraak door de sint-maartenfiguur en vervolgens krijgen de kinderen een papieren zak, de Martinstüte, die gevuld is met snoepgoed, fruit en een Weckmann. Deze Martinstüte wordt soms ook uitgedeeld aan de bejaarden. Enkele weken voor de optocht wordt in de buurten geld ingezameld om deze gaven te bekostigen.

In Oost-Friesland in Duitsland kent men het Martinisingen waarbij onder andere Peepernööten gegeven worden. In Oostenrijk en delen van Duitsland eet men op deze dag traditioneel gans, het zogenoemde Martinigansessen of Martinsgansessen. Deze traditie komt voort uit de legende dat Sint-Maarten te bescheiden was om zich tot bisschop te laten wijden en zich daarom verstopte. Ganzen verraadden hem echter door hun gesnater. Een andere legende vertelt dat een stel ganzen onder de preek de kerk binnenliep en de preek verstoorden, de ganzen werden daarom gevangen en opgegeten.

In Duitstalige streken gaan kinderen ook langs de deuren om te zingen en snoepgoed te krijgen.

Elders Ook in Noord-Frankrijk, in Frans-Vlaanderen en Zwitserland wordt Sint-Maarten (Saint Martin) gevierd.

Hongarije viert het feest onder de naam 'Márton-nap' of 'Tours-i Szent Márton ünnepnapja'. Documenten uit de 14de eeuw vermelden deze dag al als feestdag. Van oudsher is het feest gekoppeld aan de advent-vasten. De dag van Sint-Maarten was de laatste dag waarop uitgebreid gegeten en gedronken kon worden. Dit element van de vastentijd wordt enthousiast gevierd.

In het oosten van Oostenrijk wordt op deze dag dikwijls de nieuwe wijn door de pastoor gezegend.

Tradities Nederland thumb|Sint Maarten in de Zaanstreek in 1959