De hond (Canis lupus familiaris) is de gedomesticeerde ondersoort van de wolf. De hond was het eerste dier dat door de mens werd gedomesticeerd: naar schatting ruim 14.000 jaar geleden, nog vóór de ontwikkeling van landbouw. Door hun langdurige samenleving met mensen hebben honden zich zowel lichamelijk als gedragsmatig aangepast aan een door mensen gedomineerde omgeving. Zo zijn zij beter dan andere hondachtigen in staat om een koolhydraatrijk dieet te verteren.
Door eeuwenlange selectie en kruising zijn honderden hondenrassen ontstaan, die sterk verschillen in grootte, lichaamsbouw en vachtkleur. Ondanks deze variatie hebben alle honden dezelfde basisanatomie, meestal met krachtige kaken en doorgaans 42 tanden. Het reuk- en gehoorvermogen zijn uitstekend ontwikkeld. Honden worden al eeuwenlang ingezet voor uiteenlopende taken, zoals bij de jacht, het bewaken van terrein, het hoeden van vee, het trekken van last, het assisteren van gehandicapten (zoals de blindengeleidehond), en het bijstaan van de politie. Honden zijn daarnaast zeer populair als huisdier.
Honden zijn van nature sociale dieren en hebben een aangeboren neiging om in groepen te functioneren. Communicatie tussen honden vindt plaats via geuren, geluiden, gezichtsuitdrukkingen en lichaamshouding. Typisch gedrag is het markeren van hun territorium door middel van hun urine. De cognitieve mensgerichtheid van honden is een vrij uniek gegeven in het dierenrijk; alle soorten zijn in principe trainbaar en kunnen leren reageren op verbale commando's, emoties en andere signalen. De wereldwijde hondenpopulatie wordt geschat op 700 miljoen tot 1 miljard, verspreid over alle delen van de wereld.
Afstamming miniatuur|links|De wolf is de voorvader van de hond. Volgens genetisch onderzoek zijn er op grond van verschillen in het mitochondriaal DNA vier verschillende groepen hondenrassen te onderscheiden, die mogelijk het resultaat zijn van vier verschillende domesticaties. (1997). Multiple and ancient origins of the domestic dog. Science 276: 1687–1689.
Wel is duidelijk dat de hond afstamt van de wolf (Canis lupus) en niet van de coyote (Canis latrans), de gewone jakhals (Canis aureus) of een andere hondachtige: de verschillen van hond en wolf met al deze soorten zijn veel groter dan die tussen hond en wolf onderling. De grijze wolf komt, althans kwam, over een groot verspreidingsgebied voor in Noord-Amerika, Europa en Azië. Het is op grond van de genetische analyse niet duidelijk of de hond nog van een specifieke ondersoort van de wolf afstamt, zoals de Perzische wolf (Canis lupus pallipes), omdat die bij de gebruikte methode genetisch niet te onderscheiden was van de andere typen wolven.
Groep een van de vier door Vila onderscheiden categorieën is weer in verschillende takken onder te verdelen, waarvan een zuidoostelijke tak onder andere de Australische dingo (Canis lupus dingo) omvat, een primitieve hond die ook in het wild leeft en zich van de meeste gedomesticeerde honden onder meer onderscheidt door een jaarlijkse voortplantingscyclus.
Genetisch onderzoek naar verschillen in het mitochondriale DNA van de hond toont een nagenoeg identieke (0,2% verschil) basenvolgorde met die van de grijze wolf, wijzend op een directe afstamming in het (evolutionair gezien) recente verleden. Het verschil tussen wolven en coyotes was met 4% veel groter. (1999). Mitochondrial DNA phylogeography and population history of the grey wolf Canis lupus. Molecular Ecology 8: 2089–2103
Domesticatie Onderzoek waarvan de resultaten in 2010 verschenen, maakt aannemelijk dat de domesticatie van de hond al zo'n 14.000 à 15.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden in het Verre Oosten. Speculatievere vondsten zijn 31.000 tot 36.000 jaar oud. Begin 21ste eeuw is een schedel die in de jaren 1860 gevonden is in de Belgische grotten van Goyet (Gesves) geïdentificeerd als die van een paleolithische hond. Daarmee zou het ca. 31.700 jaar oude fossiel meteen ook het oudste tot nog toe gevonden gedomesticeerde dier zijn: de hond zou eerder gedomesticeerd zijn dan gelijk welk ander dier. Onderzoek uit 2015 verwierp op basis van morfologische argumenten dat de Belgische vondst een hond betreft, maar het oorspronkelijke team publiceerde op zijn beurt een weerlegging. Oudere schattingen gingen uit van een begin van de domesticatie rond 40.000-100.000 jaar geleden.
De vraag is hoe en waarom de wolf tot huishond werd (Canis lupus familiaris). In de late laatste ijstijd veranderden de leefomstandigheden van de mens. De dominante bestaanswijze veranderde van nomade in boer, waardoor mensen lange tijd op dezelfde plaats bleven. De 'wilde honden' begonnen in deze tijd de nabijheid van de mens op te zoeken en van hun afval te leven. Er kan dus sprake zijn van een zekere co-evolutie. (2003). Co-evolution of Humans and Canids; An Alternative View of Dog Domestication: Homo Homini Lupus? Evolution and Cognition 9(1): 57 e.v., From Fearsome Predator to Man’s Best Friend, New York Times, Science, 16 mei 2013 Andere onderzoekers gaan ervan uit dat de mens een actievere rol speelde in de eerste stappen die tot een domesticatie van de hond leidde., DevBio, A Companion to Developmental Biology, 7de editie, Sinauer Associates, Chapter 23 Evolution and Domestication: Selection on Developmental Genes? Onlineversie Een gangbare hypothese was dat hierbij geselecteerd werd op basis van coöperatief gedrag, maar onderzoek uit 2014 vond dat net wolven beter zouden samenwerken en dat bij het domesticeren van honden voornamelijk geselecteerd zou zijn op gehoorzaamheid en zin voor hiërarchie., Wolves cooperate but dogs submit, study suggests, Sciencemag.org, 19 augustus 2014 Een andere hypothese is dat de domesticatie van de wolf plaatsvond vóór de opkomst van de landbouw. Hierbij zou de hond gebruikt zijn voor de jacht (sporen volgen, wild opjagen en immobiliseren) en als waakhond., How Wolf Became Dog. Scientific American, juli 2015
Rond 8000 voor Christus pasten de voorouders van de hond hun voedingspatroon en spijsvertering aan aan het grotere aanbod zetmeel uit de eerste menselijke landbouw. De honden bezitten afhankelijk van het ras 4 tot 30 kopieën van het zetmeelverterende gen voor het enzym amylase. Wolven bezitten twee kopieën voor amylase. Deze door mutatie mogelijk gemaakte domesticatie heeft mogelijk tweemaal plaatsgevonden, rond 35.000 jaar geleden, vóór de laatste grote ijstijd, maar door de ongunstige omstandigheden afgebroken, en 10.000 jaar geleden met meer succes.
Hoewel de geschiedenis van de domesticatie van honden niet geheel duidelijk is, is domesticatie van vossen empirisch onderzocht. De geneticus Dmitry K. Belyaev begon in 1959 met een reeks vossen een domesticatie-experiment. In zijn instituut selecteerde hij vossen voor de volgende generatie enkel op tamheid. Ongeveer 5% van de mannelijke dieren en 20% van de vrouwelijke dieren mochten een volgende generatie stichten. 40 jaar en 45.000 vossen later, na 35 generaties van selectie op tamheid zijn de vossen uit dit experiment gedomesticeerd. (1999). Early Canid Domestication: The Farm-Fox Experiment. American Scientist 87: 160–169; online-versie Deze dieren zijn tegenwoordig bekend als zilvervos.
Oudheid miniatuur|Honden in het oude Egypte In het oude Egypte tonen wandschilderingen aan, dat de mens destijds reeds veel gebruik maakte van dieren, bijvoorbeeld voor de jacht. Behalve honden werden ook diersoorten die we vandaag niet meer als gedomesticeerde dieren kennen, zoals hyena's, door de Egyptenaren gehouden. (1963). A History of Domesticated Animals (Harper & Row, New York) (1971). The Origin of the Domestic Animals of Africa (Africana Publishing, New York) (1976). American Kennel Gazette januari, p. 23. Goden, zoals Anubis, kregen (voor een deel) het uiterlijk van dieren en men was zich bewust van de specifieke eigenschappen van dieren.
Middeleeuwen, nieuwe tijd en moderne tijd miniatuur|De hond is al eeuwenlang de mensenvriend bij uitstek, portret van Frederik de Grote met zijn zus Rond 1350 werden door Gaston Phoebus de eerste medische behandelingen van honden beschreven, die bij de jacht werden ingezet. (2003). The canine veterinary medicine in the Middle Ages according to Le Livre de Chasse by Gaston Phoebus. Hist. Med. Vet. 28(1): 1–11 In de Nieuwe Tijd werden honden niet meer enkel gehouden om bij de jacht te helpen, te waken, karren te trekken of lasten te dragen, maar ook als gezelschapsdier, zoals talrijke schilderijen tonen. Men begon ook om die reden op het uiterlijk van de hond te letten. Dit leidde in de Moderne Tijd tot de oprichting van de eerste kennelclubs en rasverenigingen.
Vooral in de laatste 200 jaar heeft gericht fokken een explosieve vermenigvuldiging van rassen en varianten veroorzaakt. De herontdekking van de regels van Mendel, de oprichting van kennelclubs en rasverenigingen en de oprichting van de Fédération Cynologique Internationale (FCI) in 1911 leidden ertoe dat anno 2016 344 verschillende hondenrassen door het FCI erkend zijn.
Anatomie miniatuur|none|400px|Anatomie van een hond
Tandformule thumb|left|200px|Tandformule van de hond Het definitieve gebit van honden bestaat uit 42 tanden. In elke kaakhelft telt het 3 snijtanden (Incisivi, I), één hoektand (Caninus, C) en 4 premolaren ofwel knipkiezen (Premolaren, P). In de bovenkaak zijn er bovendien twee, in de onderkaak 3 molaren of knobbelkiezen (Molaren, M).. Lehrbuch der Anatomie der Haustiere, Band 1, 6. Auflage, Paul Parey Verlag, , Afbeelding 239 en 245 De grote P4 in de bovenkaak en de M1 in de onderkaak worden de scheurkiezen genoemd.
Grafisch uitgedrukt is de tandformule van volwassen honden: center|Tandformule volwassen hond Het melkgebit van honden bevat 28 tanden. De P1 en de molaren hebben geen melktandvoorganger. De melktanden worden in tandformules meestal met een kleine letter aangeduid, de tandformule is als volgt: center|Tandformule pup De tandwisseling vindt vanaf de vierde maand plaats. Tijdens de tandwisseling kan bij de pup, net als bij kinderen, tandpijn ontstaan. Pups zullen in deze periode daarom vaak op allerlei dingen knagen.
Oren
Het gehoor is bij de hond sterk ontwikkeld. Hij kan hogere frequenties waarnemen dan de mens. Het bereik ligt bij een optimaal gehoor: Mens ~ 20 - 20.000 Hz, maximale gevoeligheid tussen 1000 en 4000 Hz. Hond ~ 15 - 50.000 Hz (sommige bronnen spreken zelfs van 100.000 Hz), maximale gevoeligheid rond 8000 Hz. Honden zijn verder in staat over een afstand van 25 meter frequenties rond de 1 à 2 Hz te horen.
De beweeglijke oorschelpen van de hond maken het hem mogelijk om een geluid driedimensionaal te lokaliseren; hij kan dat daarom veel beter dan de mens. Een hond kan de richting waaruit een geluid komt met een afwijking van 2% bepalen (bij de mens meer dan 15%). Bij de beweging van de hondenoren zijn niet minder dan 17 spieren betrokken.
Honden met hangoren hebben een iets zwakker vermogen om geluid te lokaliseren. De oren hebben echter naast hun fysieke functie ook een belangrijke taak bij de communicatie met andere honden, en met de mens. Ook op dit punt zijn honden met hangoren dus enigszins in het nadeel.
Ogen Vroeger werd aangenomen dat honden enkel grijstinten of 'zwart-wit' konden zien. Uit nader onderzoek is echter gebleken dat honden wel degelijk kleuren kunnen zien, maar wel anders dan de mens.
Het oog van de hond bevat, zoals bij alle zoogdieren twee typen receptoren. De staafjes zijn voor de waarneming van grijstinten verantwoordelijk, de kegeltjes voor het zien van kleuren. In het oog zijn meer staafjes dan kegeltjes, en staafjes hebben minder licht nodig om een signaal aan de hersenen te geven., Cytology and Microscopic Anatomy, Williams & Wilkins, , p. 354 De kegeltjes zorgen voor het kleurenzien, indien er genoeg licht aanwezig is.