De tijdlijn van de Lage Landen is een chronologische lijst van feiten en gebeurtenissen betreffende de Lage Landen, een gebied dat ongeveer de laagvlakte in Nederland, België en sommige aangrenzende streken beslaat, gelegen rond de grote rivieren van Noordwest-Europa die in de Noordzee en het Nauw van Calais uitmonden. Daarin vormden zich variërende eenheden onder respectievelijk Keltisch-Germaanse, en Romeinse invloeden. Vervolgens evolueerden zij onder impuls van de kerstening mee in grotere rijken met een toenemend feodale structuur. De opkomst van de steden zorgde voor toename in rijkdom, maar ook verschuiving van de macht en versplintering. Pogingen tot centralisatie wisselden af met tendensen tot autonomie.

Klik op een jaartal hieronder om het scrollen te beperken →−2000→−1000→−500→0→250→500→750→1000→1100→1200→1300→1350→1400→1450→1500→1520→1550→→1575→1600→1625→1650→1675→1700→1725→1750→1775→1800→1825→1850→1900→1925→1950→1975→2000→ Paleolithicum ~500.000 v.Chr. thumb|Schedel gevonden in Spy. thumb|Nog tot 6500 v.Chr. zijn de Lage Landen verbonden met Engeland door Doggerland Heel Noordwest-Europa wordt schaars bevolkt door de neanderthalers.

~250.000 v.Chr. Resten van een kamp van jager-verzamelaars in de Belvédère-groeve bij Maastricht.

~200.000 v.Chr. Bij Rhenen zijn stenen gevonden die bewerkt zijn volgens de Levalloistechniek.

~150.000 v.Chr. Tijdens het Saalien, het voorlaatste glaciaal, wisselt in de Lage Landen toendraklimaat regelmatig af met ijsklimaat, waardoor bewoning vaak niet mogelijk is.

~128.000 v.Chr. - ~116.000 v.C Eemien, voorlaatste interglaciaal. Neanderthalerjachtkampen zijn aangetroffen tijdens archeologische opgravingen in de leemgroeve "Vandersanden" (Gemeente Lanaken, België). Op de WFL-site in de groeve zijn macrofaunaresten gevonden die bestaan uit botten en kiezen van paard, wolharige neushoorn, rendier, wisent en mammoet. Er zijn ook botten van de holenleeuw en de holenhyena aangetroffen.

~57.000 v.Chr. In de Lage Landen lopen nog steeds neanderthalers rond. Ook in de grotten van het Ardeense Furfooz zijn overblijfselen teruggevonden. Op de WFL-Site van de Neanderthalerjachtkampen van Veldwezelt-Hezerwater (ongeveer 50.000 jaar oud) wordt de lithische industrie gekenmerkt door het tegelijkertijd aanwezig zijn van Levallois-producten en Quina-werktuigen. , 2006. Multiple Middle Palaeolithic Occupations in a Loess-soil Sequence at Veldwezelt-Hezerwater, Limburg, Belgium (Meerdere Midden-Paleolithische bewoningsfasen in een loess-bodem sequentie te Veldwezelt-Hezerwater, Limburg, België). -- Unpublished PhD Thesis Catholic University of Leuven (Proefschrift)

~12.000 v.Chr. De temperatuur begint te stijgen tijdens het Holoceen, waardoor bewoning weer mogelijk wordt. Sporen van jagerscultuur (de Hamburgcultuur) zijn gevonden in Friesland en Drenthe. De Noordzee ontstaat, daarbij vormen zich de kuststrook met haar duinen, de moerassige veengebieden van Holland en het zeekleilandschap van Noord-Nederland.

Mesolithicum ~10.000 v.Chr. In de buurt van Sint Odiliënberg is op een vuursteen de oudste tekening uit de Lage Landen gevonden.

~9500 v.Chr. De zeespiegel staat in het begin van het Holoceen nog zo laag dat een groot deel van het Noordzeebekken droog ligt, waarbij de kustlijn noordelijk ligt van de huidige Doggersbank. Daar wordt nog op mammoeten gejaagd. België grenst nog niet aan de zee, maar is verbonden met Engeland.

~9000 v.Chr. Sporen van de Ahrensburgcultuur zijn in Noord-Brabant gevonden, de eersten die pijl-en-boog gebruiken.

~7900 v.Chr. In 1955 wordt de Kano van Pesse gevonden.

~7500 v.Chr. De Maglemosecultuur heerst (tot ca. 6000 v.Chr.) als eerste Mesolithische cultuur in de noordelijke helft van Europa, van Denemarken tot in Noord-Frankrijk. Ze is voortgekomen uit het Sauveterrien. Het lijkt erop dat ze de hond gedomesticeerd hebben.

~7000 v.Chr. In het Vroeg-Atlanticum staat de zeespiegel op ca. −20 m NAP en komt de kustlijn al in de buurt van de huidige. In het noorden steken de stuwwallen van het Texel-IJsselmeer Hoog en het Groningen Hoog uit als landtongen.

~5500 v.Chr. thumb|Nederland rond 5500 v.Chr. Het pleistocene oppervlak erodeert langzaam, terwijl strandwallen ontstaan waarachter veenvorming (donkerbruin) toeneemt. Trijntje is de naam die gegeven werd aan het oudste menselijke skelet dat in de Lage Landen (in Zuid-Holland) is aangetroffen.

Neolithicum ~5300 v.Chr. Het "neolithisch pakket" (een cultureel erfgoed van landbouw, kleinveeteelt, gepolijste stenen bijlen, houten langhuizen en pottenbakken) verspreidt zich over Europa. Daarmee geraakt de Mesolithische levenswijze stilaan in onbruik. Kenmerkend zijn nu de nederzettingen, de opkomst van grotere stammen en het gebruik van plantaardig voedsel.T.Douglas Price, (2000): Europe's first farmers, Cambridge University Press, p. 5 De bandkeramische cultuur (ook Omalien) vestigt zich op de hogere, vruchtbare lössgronden van onder andere Zuid-Limburg. Dit zijn de eerste landbouwers in de Lage Landen, waarmee in België het Neolithicum begint. In de typische potten bewaart men voedsel en zaaigranen.(Na zo'n 700 jaar verdwijnt deze cultuur weer om nog onbekende redenen.)

~4900 v.Chr. Boven de rivieren blijft het een cultuur van jager-verzamelaars, die zich tot de Swifterbantcultuur ontwikkelt. Naar uit onderzoek, (2004): Swifterbant-aardewerk : een analyse van de neolithische nederzettingen bij Swifterbant, 5e millennium voor Christus, Groningen. Online blijkt hebben deze twee culturen ongeveer 1000 jaar naast elkaar bestaan, waarbij de bewoners van de uitgebreide moerassen in de Rijndelta langzamerhand sommige gewoonten van de landbouwers in het zuiden hebben overgenomen. In toenemende mate treft men tussen resten van wild ook resten van gedomesticeerde dieren aan, waarbij een duidelijke progressie valt waar te nemen.

~4450 v.Chr. thumb|Tulpbeker van de Michelsbergcultuur De Michelsbergcultuur is de neolithische cultuur, die rond 4400 tot 3500 v. Chr. voorkomt in het zuiden van de Lage Landen (Zuid-Nederland, West-Duitsland en België) is verantwoordelijk voor enkele van de oudste soorten aardewerk in Europa. In 1968 wordt bij de aanleg van de Deltawerken in een veenlaag op 8 meter diepte het Mannetje van Willemstad gevonden.

~4250 v.Chr. In het neolithicum verschijnen de eerste landbouwdorpen met ongeveer 100 inwoners. Door het warmer klimaat en het smelten van de ijskap vestigen rondtrekkende groepen zich in gemeenschappen. Zo vestigt de "Omaliengroep", bekend voor zijn bandkeramiek, zich in Haspengouw. Bij het ontstaan van de eerste "dorpen" ontstaat een landbouweconomie. Anderen specialiseren zich in bijvoorbeeld handwerknijverheid (de Michelsberggroep) en steenindustrie (Spiennes).

~4000 v.Chr. Tijdens het Subboreaal sluit de westkust zich steeds meer, met als gevolg dat de achterliggende lagune verzoet, wat grootschalige veenvorming in de hand werkt.

~3800 v.Chr. thumb|Bijl van vuursteen uit het Neolithicum, 19,1 cm lang De Neolithische vuursteenmijnen in Spiennes, ten zuidoosten van Bergen aan de Frans-Belgische grens, zijn meer dan 100 hectare groot. Het is het grootste en oudste complex van vuursteenmijnen in Europa en behoort tot de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Bij Rijckholt op de Belgisch-Nederlandse grens wordt eveneens een van de oudst bekende vuursteenmijnen van Europa in gebruik genomen. Uit zo'n 5000 kleine mijnen wordt in de duizend jaar daarna 40.000 ton vuursteen gewonnen.

Midden-Neolithicum thumb|Aan de potten herkent men de neolithische culturen

~3500 v.Chr. Vanaf 3500 tot 2000 v.Chr. leven onder andere in de Kempen, de Leemstreek en de Maasvallei culturen van het Midden-Neolithicum. Men verbouwt eenkoorn en emmertarwe op de kleine akkers rond het huis. Voor het zware werk worden trekossen gebruikt. De veestapel bestaat uit runderen, schapen, varkens en geiten, die grazen in een afgebakend stuk grond rond de woning. Het in de Lage Landen oudste gevonden wiel dateert van ongeveer 2400 v.Chr. en werd dus, voor zover men weet, nog niet gebruikt door deze cultuur. thumb|Het leefgebied van het trechterbekervolk (TRB in het groen) in Europa Deze trechterbekercultuur bouwt hunebedden in Drenthe en vestigt zich ook in Noord-Holland. In de duinstreek van het Rijnmondgebied van de Lage Landen leeft de Vlaardingencultuur.

~3250 v.Chr. De leden van de standvoetbekercultuur maken gebruik van karren. thumb|180px|Wapens uit de urnenveldencultuur

~2600 v.Chr. thumb|De Pierre de Brunehaut, de grootste menhir van België staat nabij Doornik. Naast en uit de standvoetbekercultuur ontstaat de klokbekercultuur. Hiermee begint een tijd van intensieve contacten overzee, wat verklaart waarom de prehistorische culturen van de Lage Landen en Engeland aan weerszijden van de Noordzee altijd zoveel met elkaar gemeen hebben. Ze bereiken zelfs Noord-Afrika.

Bronstijd ~2100 v.Chr. De Bronstijd zorgt in de Lage Landen niet direct voor nieuwe culturen, maar leidt wel tot meer specialisatie. De handel wordt in deze tijd belangrijker. Bij Wageningen zijn uit deze tijd een stafdolk, bijl, mes en armband gevonden.

~1900 v.Chr. In 1953 wordt in het veen de bronzen dolk van Barger-Oosterveld gevonden.

~1800 v.Chr. thumb|Het hypothetische Noordwestblok - tussen 1800 en 800 v.Chr., de Elp- en de Hilversumcultuur. De Hilversumcultuur spreidt zich uit van het midden der Lage Landen tot Calais en duurt tot ca. 1200 v.Chr.

Het bronzen zwaard van Jutphaas, gevonden bij Utrecht, is een van de vijf bijna identieke zwaarden die in Bretagne, Bourgondië, Zuid-Engeland en de Lage Landen zijn gevonden. Deze dienen niet voor de strijd, maar om de status van de eigenaar te benadrukken.

~1500 v.Chr. thumb|De geografische streken van België In de middenbronstijd van ca. 1500 tot 1100 v.Chr. is onder andere in Vlaanderen en de Kempen onder meer de Famennegroep gevestigd. Aan de hand van verschillende grafvormen worden de verschillende andere groepen onderscheiden.

~1300 v.Chr. In heel Europa ontstaat vrij plotseling de urnenveldencultuur doordat men overstapt op crematie, mogelijk door nieuwe religieuze inzichten. Op de Boshoverheide bevindt zich het grootste teruggevonden urnenveld uit de Lage Landen, maar dat zou tussen 1100 en 700 v.Chr. zijn gebruikt. In het skelet van de Krabbeplasman is het oudste menselijke DNA aangetroffen dat ooit in de Lage Landen is gevonden.

~1250 v.Chr. thumb|Replica van het tempeltje van Barger-Oosterveld in het Drents Museum. Tempeltjes als dat van Barger-Oosterveld spelen een rol bij rituelen in het veen.

~1200 v.Chr. In 1938 wordt bij Emmer-Erfscheidenveen bij Drenthe het oudste veenlijk van de Lage Landen gevonden, waarschijnlijk een mensenoffer.

~1150 v.Chr. In 1961 wordt bij Barger-Oosterveld een ijzeren pennetje van vier centimeter gevonden. Het zal echter nog lang duren voordat ijzer op grote schaal gebruikt wordt.

IJzertijd ~1000 v.Chr. Rituele activiteit manifesteert zich in heiligdommen bij thermische bronnen. Bewijsmateriaal voor gezondheidscultussen in Keltisch Europa toont een nauwe band tussen genezing, herstel en vruchtbaarheid. Veel Keltische genezers zijn vrouwen. De functie van priester en dokter is bij de Kelten vaak gecombineerd in één persoon. Uit Romeinse getuigenissen weten we dat ook in hun tijd bij de Galliërs priesteressen nog een belangrijke sociale plaats bekleedden. Ze werden Veleta genoemd, verwant aan het Noordse Völva en met een gelijkaardige functie in de samenleving.

~800 v.Chr. thumb|Hallstatt-armbanden. De invloed van Germanen en Kelten doet zich opmerken in de manier waarop de doden worden verzorgd en begraven: uit deze tijden vindt men urnenvelden in de Lage Landen.

~750 v.Chr. In de zuidelijke Lage Landen neemt de vroeg-Keltische Hallstattcultuur de plaats in van de Urnenveldencultuur. Bij Wijchen zijn resten gevonden van een vierwielige pronkwagen, mogelijk als element uit een wagengraf.

~700 v.Chr. thumb|Het Kolenwoud (groen gekleurd)