Sigmund Freud, geboren als Sigismund Schlomo Freud (Freiberg (Moravië), 6 mei 1856 – Londen, 23 september 1939) was een zenuwarts uit Oostenrijk-Hongarije en de grondlegger van de psychoanalyse. Hoewel verschillende van Freuds theorieën en methodes omstreden zijn, wordt hij beschouwd als een van de invloedrijkste psychologen en denkers van de 20e eeuw.
Levensloop Kinderjaren thumb|Freuds geboortehuis Freud werd als zoon van joodse ouders geboren in de Moravische stad Freiberg (tegenwoordig Příbor in Tsjechië). Ofschoon Freud al vroeg atheïst werd, heeft hij later het belang van zijn joodse wortels voor zichzelf benadrukt. Onder de indruk van het opkomende nazisme ontwikkelde Freud later enige sympathie voor het zionisme.
Zijn vader, wolhandelaar Kallamon Jacob Freud (1815-1896), was bij de geboorte van zijn zoon Sigmund bijna veertig jaar oud. Hij was reeds voor de derde keer getrouwd en wel met Amalia Nathansohn (1835-1930). Sigmund Freud had naast twee halfbroers uit de eerdere huwelijken van zijn vader ook nog zeven volle broers en zussen. Toen het bedrijf van Kallamon Jacob Freud in de economische crisis van 1857 failliet ging, betekende dit voor de familie een sociaal en moreel verval. In 1859 verhuisde de familie Freud naar Leipzig en korte tijd later naar Wenen. Daar ging Freud in 1865 naar het Leopoldstädter Communal-Realgymnasium, waar hij een uitstekende leerling bleek.
Studie Aanvankelijk was Freud van plan om rechten te gaan studeren, maar in 1873 schreef hij zich in aan de medische faculteit van de Universiteit van Wenen om zenuwarts te worden. In 1874 zorgde Carl Claus, een van de hoogleraren zoölogie, ervoor dat Freud met een stipendium aan een zoölogisch onderzoek kon beginnen. In 1876 vertrok Freud hiervoor naar Triëst, waar hij de voortplantingsorganen van palingachtigen onderzocht. Na zijn terugkeer in Wenen stapte hij over naar het Fysiologisch Instituut onder leiding van Ernst Wilhelm von Brücke. 250px|thumb|Hoofdgebouw van de Universiteit van Wenen, het wetenschappelijk instituut waar Freud studeerde en werkzaam was In 1879 begon Freud aan zijn militaire dienst en in 1881 promoveerde hij op het thema Über das Rückenmark niederer Fischarten (over het ruggenmerg van lagere vissoorten) tot doctor in de geneeskunde.
Gezinsleven thumb|Sigmund Freud en zijn dochter Anna (1913) Op 25 april 1886 trouwde Freud met Martha Bernays (1861-1951), die uit een vooraanstaande familie van rabbijnen en geleerden stamde. Via dit huwelijk werd Freud ook de oom van de in 1891 geboren Edward Bernays, de "vader van de public relations".
Freud en Bernays kregen samen zes kinderen: Mathilde (1887-1978) Jean-Martin (1889-1967) Oliver (1891-1969) Ernst August (1892-1970) Sophie (1893-1920) Anna (1895-1982)
Freuds zonen kregen de namen van voor Freud belangrijke figuren: Jean Martin werd naar zijn leermeester Jean-Martin Charcot genoemd. Oliver, naar Oliver Cromwell, die Engeland voor de joodse bevolking opende. Ernst August, naar de fysioloog Ernst Wilhelm von Brücke.De architect Ernst August Freud (1892-1970) is de vader van de beroemde portretschilder Lucian Freud (1922-2011) en van de Britse tv-persoonlijkheid en politicus Clement Freud (1924-2009). thumb|Freuds woonhuis en praktijk aan de Berggasse 19 in Wenen
Freud had een bekoelde relatie met zijn zonen; met zijn dochters kon hij het veel beter vinden. Mathilde en Anna stonden qua intellect ook dichter bij hun vader dan hun broers. Hij kon met hen beter discussiëren, ofschoon hij dit maar weinig deed, vanwege het feit dat ze vrouwen waren. Freud was geen liefdevolle en warme vader voor zijn kinderen, die veel weerstand ondervonden als ze toenadering tot hem zochten. Überhaupt was het voor hem moeilijk om contact te maken met anderen en om warme contacten met vrienden en collega's te onderhouden.
Latere leven In 1891 verhuisde Freud naar de Berggasse 19, dat hij overnam van zijn collega Victor Adler, de persoon aan de wieg van de Oostenrijkse sociaaldemocratie. Hier zou Freud de komende 47 jaar blijven wonen en werken.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog schaarde Freud zich nogal uitdrukkelijk enthousiast aan de zijde van zijn vaderland Oostenrijk-Hongarije. Pas toen duidelijk werd welke uitwerkingen de oorlog had, veranderde Freud langzaam zijn standpunt.
In 1922 vond men bij Freud een carcinoom, zodat een jaar later zijn rechterbovenkaak en verhemelte verwijderd moesten worden en hij een prothese kreeg. In de volgende 15 jaren moesten nog 33 andere operaties worden uitgevoerd. De ziekte werd met de jaren echter alleen maar erger.
In 1938, na de annexatie door nazi-Duitsland besloot Freud (na aandringen) vanwege de antisemitische maatregelen naar het Verenigd Koninkrijk te emigreren, waar hij in Londen overleed.
Ontstaan van de psychoanalyse Aan de basis van de psychoanalyse staat de hysterie, die door Freud (e.a.) als arts niet fysiologisch verklaard kon worden. Daardoor ging hij op zoek naar psychogene verklaringen.
Werk als arts Vanaf 1882 was Freud verbonden aan het 'Allgemeines Krankenhaus der Stadt Wien' (Algemeen ziekenhuis van Wenen) en werkte hij in het laboratorium voor hersenanatomie. Hij was een bekwaam anatoom. Tevens doceerde hij aan de Weense Universiteit, waar hij een buitengewoon professoraat bekleedde. Vanwege zijn achtergrond als fysioloog zocht hij oorspronkelijk naar neurologische verklaringen voor afwijkend gedrag.
In de periode 1884-1887 deed Freud onderzoek naar cocaïne als mogelijke medicatie om het lijden van patiënten te verlichten. Voor zijn werk "Ueber Coca" deed hij verschillende zelfexperimenten. Ook probeerde hij een vriend met morfineverslaving met behulp van cocaïne te genezen. Dit mislukte experiment duikt op in een correspondentie met zijn verloofde Martha Bernays. Later schrijft Freud erover in zijn autobiografie. Sigmund Freud schreef cocaïne voor aan zijn familie en nam er zelf ook van, wanneer het niet zo goed ging. Onduidelijk is of hij zich bewust was van de verslavende effecten van cocaïne. Later kreeg hij gezondheidsklachten (bloedingen in de neus) en heeft hij het gebruik afgebouwd.
Na zijn habilitatie (promotie) in 1885 begon Freud in september als docent in de neuropathologie aan de Universiteit van Wenen. Op 25 april 1886 beëindigde hij zijn werk als arts en ging aan de slag bij het door Max Kassowitz geleide Ersten Öffentlichen Kinder-Krankeninstitut. Tevens startte hij zijn privé-praktijk als neuroloog. Freud richtte zich in zijn beginnende praktijk op het zich eigen maken van hypnose.
Charcot Tijdens een studiereis naar Parijs in 1885 bezocht hij de psychiatrische kliniek van het Hôpital de la Salpêtrière, waar Jean-Martin Charcot werkte, in die tijd een van de grootste autoriteiten op het gebied van de neurologie. Freud was een groot bewonderaar van Charcot. Charcot deed onderzoek naar hysterie en was bekend met de uitwerking van hypnose en suggestie op zijn patiënten. De hypnose was toen net in ontwikkeling als behandelmethode voor psychische klachten. Freud was zo onder de indruk van Charcot, dat hij zijn eerste zoon Jean-Martin noemde.
In Parijs maakte hij ook kennis met het werk van Pierre Janet, dat van invloed zou zijn op zijn latere werk. Pierre Janet ontdekte onder andere de kracht van rapport. Een binding met de patiënt was een eerste vereiste voor genezing. Latere volgers zoals Carl Jung geven aan dat dit desnoods een negatieve binding is. De onplezierige afhankelijkheid die hiermee kan ontstaan, zag hij net als Freud wel als aandachtspunt en minpunt van de professie.
In de kennismaking met Charcot te Parijs ligt het begin van de ontwikkeling van de psychoanalyse.Geerardyn, Filip, Freuds Psychologie van het Oordeel. Gent: Idesça, 2007. ISSN 0771-5862. Charcot toonde met demonstraties aan dat onder hypnose hysterische aanvallen kunnen worden opgewekt. Dit bracht Freud op het idee van de psychogene oorzaak van ziektebeelden, in plaats van een fysiologische oorzaak.
Charcot inspireerde Freud tot theorievormingen, die echter tot zijn teleurstelling door zijn vakgenoten niet met het enthousiasme werden onthaald waarop hij had gehoopt. De kern van zijn verklaring van de hysterie was dat psychotrauma's op het gebied van de menselijke seksualiteit, en dan met name pril seksueel misbruik, hieraan ten grondslag lagen. Zijn in oktober 1886 gehouden voordracht "Über männliche Hysterie" werd slecht ontvangen bij het artsenpubliek.Webster, Richard (1996): "Why Freud was wrong". Sin, science and psychoanalysis". London: HarperCollinsPublishers
Breuer Al enkele jaren eerder had Freud de arts Josef Breuer leren kennen. Deze bracht Freud een casus van hysterie onder de aandacht, Der Fall der "Anna O.", waarin het onder hypnose spreken over voorvallen die haar dwarszaten tot het verdwijnen van symptomen leek te leiden. Anna O. noemde dit de "Sprechtherapie" (spreektherapie).
Mede naar aanleiding van deze casus publiceerden Breuer en Freud samen de Studien über Hysterie (1896). Daar werd ook het idee van het Unbewusste (onbewuste) in gepostuleerd. In deze studie wordt de hysterie voor het eerst psychologisch verklaard, maar later distantieerde Breuer zich hiervan. In de autobiografie van Sigmund Freud staat vermeld dat Breuer bang werd toen een vrouwelijke patiënte hevige erotische gevoelens voor Breuer kreeg en hem begon te zoenen tijdens de behandeling. Breuer zou hier bang van zijn geworden, wees hypnose af en begon hysterie weer fysiologisch te verklaren.
Volgens zijn autobiografie kwam hij tot het inzicht dat de relatie met zijn patiënt een te grote impact had op het resultaat toen een vrouw die hij lange tijd succesvol had behandeld bij het ontwaken uit hypnose haar armen om hem heen sloeg. Het was noodzakelijk om hypnose als behandelingsmethode op te geven.Bron voor de volgende passage: de Engelse versie van Freuds autobiografie. In hoofdstuk II staat letterlijk waarom hij hypnose opgaf: "[...] as she woke up on one occasion threw her arms around my neck..." en [...]"It was necessary to abandon hypnotism." Wat hij wel behield, was de praktijk om zijn patiënten op een sofa te laten liggen terwijl hij achter hen zat, waar ze hem niet konden zien. In plaats van hypnose liet hij zijn patiënten vrij associëren, om inzicht te krijgen in hun bewustzijnsinhouden en de veronderstelde psychogene oorzaak van hun lichamelijke klachten bloot te leggen. Freud ging hierbij uit van een 'niet-weten' van de (seksuele) oorsprong van deze klachten. Het was volgens hem aan de arts om de patiënt tot inzicht te brengen in de oorzaak van de neurose, desnoods op dwingende wijze. Dat dit weerstand opriep, betekende volgens Freud dat patiënten de oorzaak van het trauma niet bewust wilden worden.
Die Traumdeutung In 1899 verscheen Die Traumdeutung, over de relatie tussen het onbewuste en de inhoud van dromen. Vaak wordt het verschijnen van Die Traumdeutung beschouwd als de grondlegging van de psychoanalyse. In dromen zouden verborgen boodschappen van het onderbewustzijn zitten: dromen worden onder andere gezien als verkapte vervullingen van onbewuste wensen. Herinneringen, voorspellende dromen of dromen zonder echte betekenis worden ook onderscheiden door Freud, die zich uitgebreid verdiept had in de bestaande literatuur waarnaar hij verwijst. Door dromen te analyseren kon men dingen over onbewuste lagen in de persoonlijkheid en mogelijk de cultuur bewust worden.
Sigmund Freud schreef het boek na de dood van zijn vader, wat diepe impact op hem had. Hij kreeg zelf veel dromen die hij in het boek beschrijft. Het boek is talloze malen bewerkt en uitgebreid.
Psychoanalytische beweging thumb|Groepsfoto uit 1909 voor de Clark University. Eerste rij: Sigmund Freud, G. Stanley Hall, Carl Jung; achterste rij: Abraham A. Brill, Ernest Jones, Sándor Ferenczi.