thumb|Floppydisks van 8, 5¼ en 3½ inch

Een diskette of floppy(disk) is een opslagmedium dat gebruikt wordt voor dataopslag in een computer. De diskette werd eind jaren zestig door IBM ontwikkeld in een 8 inchversie. Na de opkomst van de pc in de jaren tachtig was het medium alomtegenwoordig voor gegevenstransport tussen verschillende computers, als extern geheugen of back-up. Sony, de grootste fabrikant van floppy's, stopte in 2011 met de productie.Daily Mail: Floppy disks terminated after Sony stops production

Een diskette bestaat uit een dun, flexibel (waarvan de Engelse benaming floppy is afgeleid), rond stuk plastic, bedekt met een magnetiseerbare laag en gevat in een vierkant of rechthoekig omhulsel.

De schijf wordt gelezen en beschreven in een zogenoemde floppydiskdrive, FDD of diskettestation, niet te verwarren met een 'fixed disk drive', dat een oude IBM-benaming is voor een harde schijf.

Gebruik Floppydisks, ook wel floppy's genoemd, waren een onmisbaar onderdeel van personal computers zoals die in de jaren tachtig op de markt werden gebracht. Ze waren het middel om besturingssysteem, software en gegevens op te slaan toen er nog geen betaalbare harde schijven waren. Bovendien dienden diskettes voor het maken van externe back-ups en de uitwisseling van gegevens. Tegen het begin van de jaren negentig werden softwarepakketten zo groot dat ze niet meer op één diskette pasten, en er soms wel tientallen diskettes nodig waren om ze op te slaan. Tegen het eind van de jaren negentig werd hiervoor steeds vaker de cd-rom gebruikt, die de capaciteit van honderden diskettes heeft. De zipdisk, Jaz en/of SuperDisk met een opslagcapaciteit variërend van 100 tot 2000 MB werden soms als alternatief voor de diskette ingezet bij het bewaren van gegevens.

Tegenwoordig wordt voor externe opslag meestal gebruikgemaakt van externe (magnetische) schijven of USB-sticks. Voor back-up wordt in professionele omgevingen nog steeds veel gebruikgemaakt van tapedrives (zoals DDS en DLT).

Apple was het eerste bedrijf dat de diskette helemaal afschafte met de introductie van de iMac in 1998. In maart 2003 nam Dell eenzelfde beslissing door het diskettestation optioneel te maken voor de Dell Dimension thuiscomputers. Tot heden zijn diskettestations (eventueel in USB-uitvoering) als losse component leverbaar. Nieuwe computers worden sinds 2005 nog zelden standaard uitgerust met een diskettestation.

Geschiedenis thumb|Diskettestation voor 3½ inch-diskettes thumb|Diskettestation van een Commodore 64 voor 5¼ inchdiskettes De diskette en floppydiskdrive (FDD) werden in 1967 uitgevonden door de IBM-technicus Alan Shugart. De eerste floppydrives gebruikten een schijf met een diameter van 8 inch (ongeveer 20 centimeter) en hadden een capaciteit van slechts 80 kilobytes. Door onder andere IBM en NCR werd deze floppy (als read-only-unit) gebruikt in grote mainframes voor de snelle installatie van firmware (microcode) en diagnostics-software. Latere versies, voor RX01- en RX02-drives, hadden een capaciteit van .

Leveranciers van homecomputers, die tot dan toe gebruik maakten van magnetische tapes (compact cassette), zagen al snel de mogelijkheden van het nieuwe medium. De eerste floppydisk in een thuiscomputer was de 5¼ inchversie (ongeveer 13 centimeter), klein genoeg om in een desktopmachine te passen, met een capaciteit van 360 kB (double sided, double density).

Omdat deze machines nog geen harde schijf hadden, werd het besturingssysteem geladen van een floppy, waarna het schijfje werd vervangen door een ander waarop de applicatie stond. Latere machines hadden twee diskettestations zodat de schijf met het besturingssysteem in het eerste diskettestation (drive A) kon blijven terwijl de applicatieschijf in het andere station (drive B) werd geplaatst. Dit maakte het ook eenvoudiger een diskette te kopiëren.

Latere disketteversies konden 1,2 megabytes bevatten (double sided, high density). Het door elkaar gebruiken van 360 kB- en 1,2 MB-floppydisks kon problemen opleveren. Als een 1,2 MB-floppy werd beschreven in een 1,2 MB-diskettestation maar alsof het een 360 kB-floppy was, dan kon deze soms niet gelezen worden door een 360 kB-diskettestation, doordat dat een breder spoor las en zo nog oude gegevens van een ander spoor meenam.

Deze schijven waren nog steeds van flexibel materiaal gemaakt en werden vaak bewaard in speciale papieren enveloppen.

Fabrikant Amstrad leverde de Amstrad CPC-modellen CPC664 en CPC6128 met een 3 inchdrive, wat door enkele andere fabrikanten werd gevolgd. De schijven hiervoor bleven duur en werden dan ook geen commercieel succes. Het kleine formaat en het harde omhulsel met schrijfbeschermingsschuifje bleek echter een succes wat terugkwam in de latere 3½ inchdiskettes.

Door Sony werd op basis hiervan een 90 mm-versie ontwikkeld. Amerikaanse fabrikanten rondden dit af op 3½ inch (hoewel 3½ inch eigenlijk 88,9 mm is) en deze naam werd algemeen overgenomen, zelfs in landen die het metriek stelsel hanteren. Gebruikmakend van de laatste technische ontwikkelingen en de eigenschappen van de eerder genoemde 3 inchdisk werd de capaciteit vastgesteld op 720 kB (double sided, double density). 720 kB was het formaat voor MS-DOS-systemen, voor Amiga-systemen bevatten dezelfde floppy's maximaal 880 kB en eerdere Apple-systemen kwamen tot 800 kB. Bruto kon de diskette 1 MB bevatten; er is echter altijd ruimte nodig voor de formattering en het bestandssysteem. Ondanks het harde omhulsel bevat de 3½ inchdiskette van binnen nog steeds een flexibel schijfje om de gegevens op te slaan – vandaar dat deze nog steeds 'floppy' genoemd kan worden, al is 'diskette' inmiddels meer gangbaar.

Al snel werd dit gevolgd door de High Density-standaard, te herkennen aan de gestileerde HD in de rechterbovenhoek en een tweede gaatje in de hoek. In de andere hoek zat een gaatje met een beweegbaar schuifje, om de diskette te beschermen tegen onbedoeld schrijven. Zo werd het een read-only. Deze diskettes bevatten maximaal 1,44 MB (1,76 MB voor Amiga's; 2,0 MB ongeformatteerd) wat ook de standaard is, ondanks pogingen om de diskettes te maken met dubbele capaciteit (2,88 MB) door gebruik te maken van andere formatteringsmethoden en andere coatings. Om problemen zoals bij de 5¼ inchfloppy's te voorkomen, had de 1,44 MB-diskette een uitsparing in de behuizing, waaraan het diskettestation de diskette kan herkennen. Soms kon dit (bewust of onbedoeld) omzeild worden, zodat er nog steeds lees- en schrijfconflicten konden ontstaan tussen de 720 kB- en 1,44 MB-versie. Ook kon zich hetzelfde probleem voordoen als met 5¼ inchdiskettes. Wanneer een highdensitydiskette op 720 kB werd geformatteerd in een HD-drive, was het spoor slechts zo breed als de kop toeliet. Als de schijf daarna gelezen werd in een doubledensitydrive, was een deel van het DD-spoor ongemagnetiseerd, zodat de drive de data niet betrouwbaar las.

Microsoft-software werd vaak uitgebracht op diskettes die 1,68 MB bevatten. Hierbij werd gebruikgemaakt van een andere formattering: 21 sectoren in plaats van de standaard 18.

Het meest gebruikte bestandssysteem voor diskettes is FAT12, maar ook andere bestandssystemen zoals Minix zijn mogelijk.

Tegen de jaren negentig werden computers meestal uitgevoerd met beide typen diskette, dus zowel de 5¼ als de 3½ inchvariant. Enkele jaren later bleek de robuustere 3½ inchversie de meest gebruikte. Dit kwam doordat de magnetiseerbare oppervlakte van de 5¼ inchschijf te gemakkelijk beschadigd kon worden door bijvoorbeeld vingerafdrukken. 3½ inchdiskettes waren handiger om mee te nemen, doordat ze door de stevigheid van de behuizing minder risico liepen beschadigd te worden in tassen of jaszakken.

Sinds de opkomst van cd-roms en de dvd zijn diskettes steeds verder in onbruik geraakt. Ook het gebruik van de USB-stick heeft sinds de eeuwwisseling een hoge vlucht genomen. Japan is de enige uitzondering, daar wordt de floppy nog massaal gebruikt.19maart2024 Langzaam maar zeker stapt Japan af van de floppydisk: 'Mensen zijn eraan vastgeroest'

Typen Er zijn verschillende soorten en formaten diskettes: 8 inch (20 cm), met een capaciteit van 80 kB (Read Only), 256 kB (Single-Sided, Normal-Density), 500 kB (Single-Sided, Double-Density) en 1200 kB (Double-Sided, Double-Density) 5¼ inch (133 mm), met capaciteiten van 110 kB, 160 kB en 180 kB (Single-Sided, Single-Density), 320 kB en 360 kB (Double-Sided, Double-Density), 720 kB (Double-Sided, Quad-Density) en 1,2 MB (Double-Sided, High-Density) 3½ inch (eigenlijk 90 mm), met capaciteiten van 360 kB (Single-Sided, Double-Density), 720 kB (Double-Sided, Double-Density), 1,44 MB (Double-Sided, High-Density) en 2,88 MB (Double-Sided, Extra-high-Density), 21 MB (VHD, of Floptical), 120 MB (SuperDisk LS-120), 240 MB (SuperDisk LS-240) en 150 MB / 200 MB (HFiD, High Capacity Floppy Disk). Een Amiga heeft 880 kB (Double-Sided, Double-Density) en 1,76 MB (Double-Sided, High-Density) als indeling. De Single-Sided 360kB-versie zat in de eerste MSX-computers met diskettestation en werd ondersteund door de IBM Personal Computer. 3 inch, met 160 kB per zijde (als vervanging gedacht voor de 5,25 inchmodellen). Dit formaat is niet populair geworden en werd gebruikt voor bepaalde CP/M-modellen en de Amstrad CPC-serie. Van de twee oudste en grootste floppydisk-soorten zijn hard-sectored en soft-sectored uitvoeringen gemaakt. Het verschil zit in een reeks gaatjes in de drager bij het hard-sectored type. Deze gaatjes werden optisch gedetecteerd en gebruikt als referentie bij het formatteren van de sectoren. In de IBM PC werden soft-sectored disks toegepast; sinds die tijd zijn hard-sectored disks vrijwel niet meer gebruikt.

Betrouwbaarheid Bij een diskette worden de gegevens met behulp van magnetisme opgeslagen. Hierdoor kunnen problemen met de betrouwbaarheid van het medium ontstaan. Door een magneetje langs een diskette te halen kan een gedeelte van de data verdwijnen of corrupt raken.

Om gegevens op een diskette te bewaren diende men de diskette in ieder geval: niet in de zon en op te warme plekken te leggen; niet op stoffige plaatsen te bewaren; niet bij magneten en magnetische apparaten (zoals apparaten met een transformator) in de buurt te houden; niet met oplosmiddelen in contact te laten komen (ook niet in dezelfde kast plaatsen waar oplosmiddelen staan); op te bergen met de magnetiseerbare laag afgedekt; niet op een vochtige plaats te bewaren (zoals in de auto of keuken); niet te beschrijven met schrijfgerei dat een hoge druk uitoefent, zoals een balpen.

Als een diskette goed bewaard wordt, zouden de gegevens normaliter zo'n vijf tot tien jaar leesbaar moeten blijven. De praktijk was echter meestal anders. Eén diskette als enige medium gebruiken om back-ups van belangrijke bestanden te bewaren, was dan ook uitermate onverstandig.

Virusgevaar