De voorlopers van het socialisme hebben bepaalde kenmerken gemeen met het latere socialisme. Er bestaat een discussie over dat deze denkers wel of geen socialisten waren. De auteurs G.P.H. QuackH.P.G. Quack: De socialisten: Personen en stelsels. Deel 1: Het socialisme vóór de negentiende eeuw; P.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam 1911 (4de druk). en Max BeerMax Beer: Algemene geschiedenis van het socialisme; Deel 1, 2 en 3; Nederlandse vertaling 1927. beschouwden onderstaande personen en groeperingen als socialisten. Dit in tegenstelling tot G.D.H. ColeG.D.H. Cole: Socialist Thought: Volume 1: The Forerunners 1789 – 1850; 1953., Leo MichielseLeo Michielsen: Geschiedenis van de Europese arbeidersbeweging; Deel 1: Tot 1914; 1976. en Thomas KirkupThomas Kirkup: A History of Socialism; 1913. die vonden dat het socialisme slechts kan verwijzen naar de politieke stromingen na de Franse Revolutie van 1789 die verbonden waren met de arbeidsbeweging.
Antieke Griekenland Sparta thumb|left|Lycurgus In Sparta waren er drie soorten inwoners: de heloten, perioiken en de Spartanen. De heloten waren slaven, voornamelijk in eigendom van de overheid. De perioiken waren ambachtslieden, handelaars en boeren met privé-eigendom die belasting betaalden. De Spartanen waren de heersende bevolkingsgroep en waren ook de soldaten. Het ontstaan van de Spartaanse levenswijze werd toebedeeld aan Lycurgus. Bij het aantreden van Lycurgus was de rijkdom geconcentreerd bij een klein aantal families. Lycurgus overtuigde iedereen om hun land aan de overheid te geven. Lycurgus verdeelde de landerijen onder de vrije burgers in gelijke percelen. Later werd de gemeenschap van goederen ingevoerd voor de regerende bevolkingsgroep de Spartanen. Het bestuur van Sparta lag bij twee koningen en de raad der eforen.Max Beer: Algemene geschiedenis van het socialisme; Deel 1: Eerste deel: De Oudheid; Nederlandse vertaling 1927.H.P.G. Quack: De socialisten: Personen en stelsels. Deel 1: Het socialisme vóór de negentiende eeuw; P.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam 1911 (4de druk); hoofdstuk 2.Ferdinand Domela Nieuwenhuis: De geschiedenis van het socialisme; Deel 1; 1901; hoofdstuk 4.
Nadat Sparta de hegemonie over Griekenland had verkregen raakten de oude wetten van Lycurgus grotendeels in onbruik. De rijkdom werd gecentraliseerd bij een klein aantal families. Koning Agis IV wilde de wetten van Lycurgus herstellen door alle schulden kwijt te schelden en het land opnieuw te verdelen in 19.500 gelijke percelen. Hiervan zouden 4.500 aan de Spartanen gegeven worden en 15.000 aan de perioiki. De andere Spartaanse koning Leonidas II was hier tegen. Leonidas arresteerde Agis en liet hem in 240 v.Chr. executeren. Vijf jaar later kwam Cleomenes III aan de macht. Hij was de zoon van Leonidas en getrouwd met de weduwe van Agis. Hij wilde de plannen van Agis verwezenlijken door het kwijtschelden van de schulden en de herverdeling van de grond. Toen Sparta werd verslagen door Macedonië werden de hervormingen van Cleomenes teruggedraaid.
thumb|left|Buste van Plato Plato Plato pleitte in De Staat en De Wetten voor een samenlevingsvorm die raakvlakken bezit met het communisme. In de geschetste maatschappij van Plato bestaan er vier groepen: de bestuurders, de wachters, de werkende vrije burgers en de slaven. De vrije burgers zijn de boeren, arbeiders en handwerklieden. Plato pleitte ervoor om een filosofenkoning aan te stellen als regeerder. Plato was een tegenstander van de Atheense democratie. De wachters zijn de soldaten en politie. De wachters leven gezamenlijk in een legerplaats en afgezonderd van de rest van de bevolking en worden onderhouden door de burgers. De wachters hebben geen privé-eigendom. Alle goederen in de legerplaats zijn gemeenschappelijke eigendom. De wachters mochten niet trouwen en de kinderen van de wachters zouden door de overheid worden opgevoed. Volgens Aristoteles dacht Plato dat er ongeveer duizend wachters op een bevolking van 20.000 burgers zouden zijn.
De arbeiders, boeren en handwerkslieden behielden hun privé-eigendom van de productiemiddelen en goederen. In het boek De Wetten pleitte Plato voor herverdeling van de grond voor de boeren, maar gemeenschappelijk gebruik van productiemiddelen wees Plato af. Plato wijkt van de communisten af door het feit dat communisten de gehele samenleving willen hervormen tot een situatie waar het gemeenschappelijk eigendom voor de gehele samenleving bestaat, terwijl Plato het gemeenschappelijk eigendom slechts beperkt tot de wachters.
Het Romeinse Rijk De gebroeders Gracchus thumb|Standbeeld van de gebroeders Gracchus. Het grondgebied dat de Romeinen veroverden werd deels verkocht aan particuliere burgers en het andere deel werd door de overheid verpacht aan arme Romeinse burgers. Later begonnen de rijken grote percelen van de overheid te huren om te laten bewerken door slaven, waardoor de gewone burgers deze niet konden pachten. Bij zijn terugkomst van de strijd tegen Carthago zag Tiberius Gracchus dat grote stukken landerijen niet verbouwd werden en hij bekritiseerde het feit dat soldaten die hadden gevochten bijna nooit land en inkomsten konden krijgen. In 134 v.Chr. werd Tiberius Gracchus tot volkstribuun gekozen. Tiberius maakte een wet waardoor het pachten van gemeenschappelijke grond werd beperkt tot 500 iugera voor één volwassene en beperkt tot 1000 iugera voor een man met zonen. Het vrijgekomen land zou verdeeld worden in percelen van 30 iugera die in erfpacht kwamen van arme vrije boeren voor een lage prijs. De voormalige bezitters van het onteigende land werden schadeloos gesteld. De plannen van Tiberius zorgden voor verzet bij de grootgrondbezitters. Onder leiding van opperpriester Scipio Nasica werden Tiberius Gracchus en driehonderd van zijn aanhangers in 133 v.Chr. vermoord. De agrarische wet van Tiberius Gracchus bleef gedeeltelijk in stand waardoor er tussen 131 v.Chr. en 125 v.Chr. in totaal 76.000 kleine boerderijen werden opgericht.H.P.G. Quack: De socialisten: Personen en stelsels. Deel 1: Het socialisme vóór de negentiende eeuw; P.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam 1911 (4de druk); hoofdstuk 3.Ferdinand Domela Nieuwenhuis: De geschiedenis van het socialisme; Deel 1; 1901; hoofdstuk 5.
Gaius Gracchus werd in 123 v.Chr. gekozen als volkstribuun en hij wilde net zoals zijn broer Tiberius grootschalige akkerverdeling. Gaius zorgde ervoor dat iedere inwoner van de hoofdstad elke maand een bepaalde hoeveelheid graan kon kopen uit publieke magazijnen met meer dan 50% korting ten opzichte van de gemiddelde graanprijs. Ongeveer 250 medestanders van Gaius werden vermoord door de conservatieven en Gaius pleegde zelfmoord om niet in handen te komen van zijn vijanden. Na zijn dood werden ongeveer achtduizend aanhangers vermoord. Tiberius en Gaius Gracchus verschillen met de socialisten omdat zij de slavernij in stand hielden.
Essenen In Palestina bestond er tijdens de Romeinse bezetting de Joodse sekte Essenen. De goederen bij sommige gemeenschappen van Essenen waren gezamenlijke eigendom van de gehele groep.H.P.G. Quack: De socialisten: Personen en stelsels. Deel 1: Het socialisme vóór de negentiende eeuw; P.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam 1911 (4de druk); hoofdstuk 4. De Joodse historicus en tijdgenoot Philo van Alexandrië schreef over deze groep:
“In Palestina wonen ongeveer 4000 deugdzame mannen, Essenen genaamd. Zij vertoeven in de dorpen en vermijden de steden wegens de losbandigheid die onder de stedelingen in zwang pleegt te zijn. Velen van hen beoefenen de landbouw, anderen leggen zich op de kunsten van de vrede toe en zijn aldus zichzelf en hun naasten tot nut. Zij vergaren zilver noch goud, evenmin verwerven zij het bezit van landerijen, zij versmaden de opeenhoping van aanzienlijke inkomsten en stellen zich tevreden met de voorziening in hun nooddruft. Zo zijn zij bijna de enigen onder alle mensen die geen eigendom bezitten, — en dit niet ten gevolge van de ongunst van het lot, maar doordat hun streven niet op rijkdom gericht is. (…) Handel, bereiding van bedwelmende dranken, zeevaart, ziedaar bezigheden die hun volkomen vreemd zijn, daar zij alle aanraking weigeren met hetgeen de hebzucht opwekt. Onder hen wordt ook geen enkele slaaf gevonden. (…) Vooreerst heeft geen van hen een eigen huis dat niet tegelijk ook alle anderen zou toebehoren. Geheel afgezien van de omstandigheid dat zij groepsgewijze samenwonen, staat elk huis ook voor de geestverwant open die van verre tot hen komt. Verder behoren ook de bergplaatsen en de voorraden die daarin in opgeslagen, gelijkelijk aan allen. Ook de kledingstukken zijn voorwerpen van gemeenschappelijk bezit, evenals de spijzen voor wie geen deel nemen aan de onderlinge maaltijden. Het staat wel vast dat men het gemeenschappelijk wonen en leven en spijzigen bij anderen bezwaarlijk zo volkomen toegepast zou kunnen vinden als bij hen. Want wat zij in de loop van de dag verdienen, bewaren zij niet voor zichzelf, maar voegen het bij de gelden van de anderen, om alles ten gemeenschappelijk gebruik tot aller beschikking te stellen.”
Eerste gemeenschap van christenen Vele 19de-eeuwse socialisten beschouwden Jezus als een inspiratiebron, voor hun denkbeelden, zoals Philippe Buchez, Edward Bellamy, Louis Blanc en Constantin Pecquerer. De christelijke communisten Wilhelm Weitling en Étienne Cabet beschouwden de eerste christelijke gemeenschap als voorbeeld voor een communistische maatschappij.Ferdinand Domela Nieuwenhuis: De geschiedenis van het socialisme; Deel 1; 1901; hoofdstuk 6. In het Bijbelboek Handelingen van de apostelen staat over de eerste christelijke gemeenschap:
“En zij hielden vast aan de leer van de apostelen, de gemeenschap met elkaar, het breken van het brood en het zeggen van de gebeden. De apostelen deden veel indrukwekkende wonderen, wat iedereen met ontzag vervulde. Allen die geloofden, vormden een gemeenschap en deelden alles samen. Ze verkochten hun have en goed en het geld werd uitgedeeld; iedereen kreeg zoveel als hij nodig had.” (Handelingen II: 42 – 47)Geciteerd uit: Groot Nieuws Bijbel; 1999; 6de herziene druk.
“De groep gelovigen was één hart en ziel. Niemand eiste iets van wat hij bezat voor zichzelf op, integendeel: alles was gemeenschappelijk bezit. Met grote kracht legden de apostelen getuigenis af van de opstanding van de Heer Jezus, en Gods zegen was over hen allen. Er was niemand onder hen die gebrek leed. Want wie landerijen of huizen bezaten, verkochten die. Het geld van de verkoop brachten ze naar de apostelen en ze legden het aan hun voeten neer. En iedereen kreeg zoveel toebedeeld als hij nodig had.” (Handelingen IV: 32 – 35)
Middeleeuwen thumb|150px|Joachim van Fiore
Joachim van Fiore Volgens Joachim van Fiore (1135-1202) zou door Gods Wil de gehele wereld een groot kloosterwezen worden met daarbij gemeenschap van goederen, waarbij iedere vorm van privé-eigendom zou verdwijnen. Een deel van de volgelingen werden als ketters op de brandstapel terechtgesteld.Max Beer: Algemene geschiedenis van het socialisme; Deel 2: Tweede deel: de Middeleeuwen; Nederlandse vertaling 1927.Ferdinand Domela Nieuwenhuis: De geschiedenis van het socialisme; Deel 1; 1901; hoofdstuk 7.H.P.G. Quack: De socialisten: Personen en stelsels. Deel 1: Het socialisme vóór de negentiende eeuw; P.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam 1911 (4de druk); hoofdstuk 5.
thumb|left|Johannes Hus Taborieten