De Tweede Kamerverkiezingen 1860 waren periodieke Nederlandse verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 12 juni 1860.
Nederland was verdeeld in 38 kiesdistricten, waarin 72 leden van de Tweede Kamer gekozen werden.Negen enkelvoudige kiesdistricten kozen één lid, in 27 meervoudige kiesdistricten werden twee leden afgevaardigd, in het kiesdistrict Rotterdam drie en in het kiesdistrict Amsterdam zes. Een kiezer bracht evenveel stemmen uit als er afgevaardigden in zijn kiesdistrict gekozen werden. Om gekozen te worden moest een kandidaat minimaal de districtskiesdrempel behalen.De districtskiesdrempel werd bepaald door de volgende formule: 50% van het aantal uitgebrachte geldige stemmen, gedeeld door het aantal in het district te verkiezen zetels.
De verkiezingen werden gehouden vanwege het aftreden van 36 leden van de Tweede Kamer van wie de zittingstermijn afliep op 14 september 1860. In zeven kiesdistrictenAlkmaar, Delft, Dordrecht, Gorinchem, Roermond, Rotterdam en Zwolle. was een tweede verkiezingsronde benodigd tussen de twee hoogstgeplaatste (niet-direct gekozen) kandidaten uit de eerste ronde vanwege het niet-behalen van de districtskiesdrempel. Deze tweede ronde vond plaats op 26 juni 1860.
De verkiezing van 12 juni 1860 in het kiesdistrict Leeuwarden werd ongeldig verklaard vanwege geconstateerde onregelmatigheden. Een hierdoor noodzakelijk geworden naverkiezing werd gehouden op 30 oktober 1860.
Uitslag Opkomst 1858 1860 # stemmen % # stemmen % Kiesgerechtigden 81.091 85.228 Niet opgekomen 47.080 58,06% van het aantal kiesgerechtigden. 49.932 58,59 Opkomst 34.011 41,94 35.296 41,41
Verkiezingsuitslag naar groepering GroeperingIn 1860 bestonden nog geen politieke partijen. Gekozen leden sloten zich gewoonlijk eerst na hun verkiezing aan bij een kamerfactie.Zetels 1858Een wijziging van het aantal zetels van een groepering is ontstaan door tussentijdse verkiezingen gedurende de zittingsperiode. 1859Gekozen in 1859 bij de uitbreiding van de Tweede Kamer van 68 naar 72 leden. AfAftredend in 1860 vanwege het bereiken van het einde van de zittingstermijn. BijGekozen c.q. herkozen bij de verkiezingen in 1860. 1860 +/− thorbeckianen 24 1 12 12 25 +1 conservatieven 19/18 1 9 8 18 0 liberalen 8/12 2 8 9 15 +3 antirevolutionairen 5/4 2 2 4 0 conservatief-katholieken 4 1 1 4 0 conservatief-liberalen 4/3 2 2 3 0 conservatief-protestanten 3 2 2 3 0 gematigde liberalen 1/0 0 0 0 0 totaal 68 4 36 36 72 +4
Gekozen leden
In 1859 was het aantal leden van de Tweede Kamer uitgebreid van 68 naar 72.Zie hier voor een nadere toelichting. De hierbij betrokken kiesdistricten waren Amsterdam (van vijf naar zes afgevaardigden), Rotterdam (van twee naar drie), Dokkum en Gorinchem (beide van een naar twee). De hierdoor noodzakelijk geworden tussentijdse verkiezingen vonden plaats op 25 januari 1859. Bij deze verkiezingen waren de volgende leden gekozen:
Amsterdam: Cornelis van Heukelom (liberalen); Dokkum: Marten Kingma (liberalen); Gorinchem: Warnardus Begram (conservatieven); Rotterdam: Gerardus Betz (thorbeckianen).
Bij de periodieke verkiezingen van 1860 werden 32 leden herkozen. Twee leden hadden aangegeven niet herkiesbaar te zijn, terwijl twee aftredende leden verslagen werden.
Onderstaand volgen enkele bijzonderheden:
in het kiesdistrict Amsterdam versloeg Simon Cool (50,7%, liberalen) het aftredende lid Willem Poolman (46,2%, conservatieven);
in het kiesdistrict Boxmeer werd Hyacinthus Kerstens (liberalen) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van Johannes Hengst (liberalen) die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn;
in het kiesdistrict Dordrecht versloeg Pieter Blussé van Oud-Alblas (55,9%, thorbeckianen) het aftredende lid Johannes van der Poel (44,1%, conservatieven);
in het kiesdistrict Zwolle werd Pieter Mijer (conservatieven) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van Bartholomeus Sloet tot Oldhuis (thorbeckianen) die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn.
De zittingsperiode van de Tweede Kamer ging in op 15 september 1860. De zittingstermijn van Tweede Kamerleden bedroeg vier jaar.Om de twee jaar was de helft van de Kamerleden aftredend.
Bronvermelding
Categorie:Nederlandse politiek in 1860 1860 Nederland