thumb|Onze-Lieve-Vrouw-ten-Poelkerk Tienen (Frans: Tirlemont) is een stad en gemeente in de Belgische provincie Vlaams-Brabant, in het noorden van het Haspengouws Plateau. De stad telt ruim 36.000 inwoners en ligt op een hoogte van 40 meter. Met een oppervlakte van 72,77 km² is Tienen de grootste gemeente van de provincie Vlaams-Brabant.
Naam Robert Rock meent dat Tienen een germanisering is van het Keltische 'duno', wat "heuvel, versterking op een heuvel, versterking" betekent. De naam zou etymologisch ook kunnen opklimmen tot het Gallische 'tigerno, tigunno', wat eveneens betekent: hoogtepunt, hoofd, verhevenheid. De auteur wijst op de overeenstemming met de Tiense topografie, met de Sint-Germanusheuvel waarrond de stad ontstond.Robert Rock, Tienen, in de reeks 'Onze steden', N.V. Kunstkringuitgaven, Brussel 1942 (81 p.)
Tirlemont Om de stad Tienen te onderscheiden van andere gemeenten met dezelfde naam, werd Tienes uitgebreid met de Franse aanduiding le mont (wegens de Sint-Germanusheuvel). Deze naam vinden we in 1157 als Tieneslemont. Hij beantwoordt aan het Latijnse Thenis Mons uit 1099. Hieruit ontwikkelde zich de Franse benaming Tirlemont.
Blanke Stad De poëtische benaming Blanke Stad houdt verband met een prijs van 1000 fr. voor het saneren van arbeiderswoningen, vooral in Avendoren. Over deze prijs wordt gesproken in het stadsverslag van 1851. De naam Blanke Stad komt de eerste keer voor bij J.B. Nys als Tirlemont-la-Blanche in 1900 en als Blanke Stad in het stadsverslag van 1930.
Tintelende Stad Sedert 2004 gebruikt de gemeente Tienen ter promotie de slogan Tintelende Stad. De letters van de naam Tienen komen allemaal voor in de aanduiding 'tintelend'.
Geschiedenis
Oude sporen tonen aan dat het gebied reeds bewoond was in het mesolithicum. In de Romeinse periode lag Tienen op een kruispunt van heerwegen, waarvan sommige nog in gebruik zijn. In de 8ste eeuw was er sprake van de "villa" of vroege nederzetting Thuinas. Er zijn in het Grijpenveld ook sporen teruggevonden van de Romeinse voorchristelijke periode want er werd een zeldzame mythrastempel ontdekt, alsook Venus- en Apollo-heiligdommen. Datgene wat opgegraven werd, inclusief een Mythras-votiefplaat met spijkerschrift, en voorwerpen met daarop de mythrassymbolen, bevinden zich in het museum 'Het Toreke' (een oude stadsgevangenis). Het suikermuseum en de streekwinkel zijn hier ook te vinden. In Grimde dat net buiten de ringgordel ligt, bevinden zich drie tumuli. De mooie kapel van Onze-Lieve-Vrouw ten Steen ligt vlakbij. Deze zou staan op de plek van een oude stenencirkel. Enkele menhirs bevinden zich nog in de buurt.
In de vroege middeleeuwen zou er een kapel zijn opgericht ter ere van Sint-Martinus. De Sint-Martinuskerk was de oudste parochiekerk van de stad, maar deze kerk verdween aan het begin van de 19de eeuw. Meer naar het oosten, rond de Sint-Germanusheuvel, ontstond een tweede bewoningskern. Deze plaats, de latere Veemarkt, was beter verdedigbaar. Hier werd de Sint-Germanuskerk opgericht. Op de grote Markt bevindt zich de OLV Ten Poelkerk met een pelgrimsgrot. Deze zou gebouwd zijn op de ontwaterde Haspoel, een soort moeras. Tienen zou het tweede oudste begijnhof hebben van het land. De begijnhofkerk brandde af, maar de ruïnes zijn er nog. Het oude gasthuis dat er ook gelegen was, werd vervangen door de industriecomplexen van de suikerfabriek die de stad tot op heden domineren.
Tienen maakte deel uit van het graafschap Bruningerode, dat vanaf de 10de eeuw behoorde tot het Prinsbisdom Luik. In de 11de eeuw ging Thuinas naar het Graafschap Leuven. De stad werd omwald en ommuurd, al bleef dit aanvankelijk beperkt tot een muur en gracht rond de Sint-Germanusheuvel.
Tienen had een belangrijke plaats op de west-oostelijke handelsroute, ontwikkelde een bloeiend handels- en ambachtswezen en de stad verwierf diverse stadsrechten. De stad kende vanaf de 12de en 13de eeuw een belangrijke lakennijverheid. Deze nijverheid kende haar hoogtepunt in de 14de eeuw en verwierf internationale bekendheid. Tegen het eind van de 15de eeuw liep dit terug. De bevaarbare Gete speelde hier een grote rol.
In de zomer van 1635 werd de stad ingenomen, geplunderd en afgebrand door een gecombineerd Frans-Hollands leger. Nog in 1673 beschreef de Italiaanse historicus Galeazzo Gualdo Priorato Tienen als "ooit een van de meest bloeiende [steden van Brabant], maar nu bijna verlaten en onbewoond".[...] una volta delle più floride, mà adesso quasi deserta, e dishabitata. - , G. (1673). Teatro del Belgio, ò sia descritione delle diecisette provincie del medesimo. Francofort.
Aan het begin van de 19de eeuw werden de stadswallen en poorten afgebroken en er kwam op de meeste plaatsen een brede ringlaan voor in de plaats. Deze voormalige vesten zijn herkenbaar aan de straatnamen. De invalswegen werden verhard en verbeterd. Op 21 september 1837 bereikte de eerste spoorlijn, Brussel - Leuven - Tienen, de stad. Daarna kwamen er meer spoorlijnen en werd Tienen een belangrijk knooppunt. Door de betere transportmiddelen werd het mogelijk de suikerbieten van heel de streek naar de suikerfabrieken in Tienen te vervoeren. De veredeling van bietsoorten met een veel hoger suikergehalte, maakte het winnen van suiker uit de bieten rendabel. De oorspronkelijke suikerbieten hadden maar ongeveer maximaal 8% suikerinhoud. Door middel van veredeling werd dit percentage opgekrikt naar 15% (tegenwoordig haalt men 17%). De rijke landbouwgronden in de streek zijn zeer geschikt voor deze teelt. De suikerverwerkende industrie werd kenmerkend voor de stad en blijft ook nu nog een grote rol spelen in de economie van de streek.
Tot in 1898 werden de suikerbieten vanaf het dichtstbijzijnde station Grimde overgeladen op karren om deze naar de suikerfabriek te brengen. Om het overladen te vermijden, werd in 1897 door de suikerfabriek een aanvraag ingediend voor een eigen rechtstreekse spooraansluiting van het spoorstation naar de fabriek. Dit liep gelijk met de aanvraag van de buurtspoorwegen om de eerste trammeterspoorlijn aan te leggen (zie kopje Buurtspoorwegen). De fabriek kreeg zowel een meterspooraansluiting op het buurtspoorwegnet als een normaalspooraansluiting op het nationaal spoornet. Daarnaast is er vanaf 1886 tot de Tweede Wereldoorlog een 'luchtspoorbaan' geweest van het station Grimde naar de suikerfabriek. Dit was een kabelbaan voor goederen die voor het transport van bieten en steenkolen gebruikt werd.Infopanel in het suikermuseum van Tienen
Geografie Kernen Tienen bestaat uit de deelgemeenten Tienen, Bost, Goetsenhoven, Hakendover, Kumtich, Oorbeek, Oplinter, Sint-Margriete-Houtem, en Vissenaken.
Deelgemeenten # Naam Opp.(km²) Inwoners(2025) Inwonersper km² NIS-code 1 Tienen 13,00 23.532 1.811 24107A 2 Bost 2,81 1.721 612 24107C 3 Goetsenhoven 8,25 1.455 176 24107J 4 Hakendover 8,15 1.382 170 24107H 5 Kumtich 11,81 2.873 243 24107D 6 Oorbeek 4,48 1.258 281 24107B 7 Oplinter 11,21 2.405 215 24107G 8 Sint-Margriete-Houtem 4,44 743 167 24107F 9 Vissenaken 8,62 1.521 176 24107E
De stad telt een aantal wijken: Grimde: 956 (kopie 13de eeuw) Grimides. Gehucht ten oosten van de stad, hiervan gescheiden door de Borggracht en de Gete. Grimde is moeilijk verklaarbaar en dus oud. De naam gaat mogelijk terug op Indo-Europees *ghrem "afkrabben" + achtervoegsel ithja. Grimde kan dan betekenen "waar het vuil is", een naam die dan slaat op de vuile oevers van de Gete. Aandoren: 1277 spina, circa 1350 ten haeghdorne. Aandoren is een wijk in Grimde. Spina is een vertaling van haagdoorn, namelijk een grote meidoorn op het plein voor de Oudepoort op de Borggracht Avendoren: 1034 Eurendore (lees: Evrendore), 1129 auerendoren (lees: Averendoren). Wijk in de omgeving van het station. Het eerste lid is mogelijk terug te brengen tot de Indo-Europese wortel *abh- "krachtig, sterk". Zo kan Averendoren (nu Avendoren) betekenen: burg van de sterken Grijpen: 1244 Gripen. Bouw- en weiland, gedeeltelijk onder Kumtich. Misschien uit Indo-Europees *ghreib- "grijpen". Afleiding van de persoonsnaam Gripo, "iemand met een sterke greep"? Mulk: 1260 Mulke. Mulk is een acum-naam bij een Romeinse persoonsnaam Munilius. Mulk betekent dus: toebehorend aan Munilius Moespik: circa 1350 moerspic. Wijk ten zuiden van de Roos of Sint-Helenasluis. Samengesteld uit moer "slijk" + spik "smal bruggetje" Potterie: genoemd naar de potbakkerij van Jean Henri Poffé die in 1796 al in de straat woonde. Het eerste fabriekje van Poffé stond op de plaats van huis 83 in de Potterijstraat Bruinissem: 1273 brunensheem. Hoogte ten westen van de Anemonenlaan. Bruinissem is een heemnaam bij Brunin, verkleinwoord van Bruno Oostermeer: ca. 1350 oestermere. Blok tussen Ketelmakersstraat, Delportestraat, Violetstraat en Oude Leuvensestraat. In 1715 in twee gesneden door de aanleg van de Nieuwe Leuvensestraat. Wellicht is Oostermeer een migratienaam Oud-België: Sedert 1956 volkse benaming voor een wijk in de Pastorijstraat Rooie: 1941 Aan den Rooie. Volkse benaming voor de omgeving van het Rakkersveld in de Torsinweg. Verwijst misschien naar iemand met rood haar Sabooike: sedert 19de eeuw, omgeving van villa Sliksteen. Sabooike herinnert aan de familie Saboo onderaan de Sliksteenvest, vooral agent Jean Baptist Saboo, geboren in 1810, die trouwde met de 11 jaar jongere Dorothée Messemaekers. Hij woonde in een bescheiden woning en kreeg 8 kinderen. Utsenaken
Buurgemeenten De fusiegemeente Tienen grenst aan de volgende gemeenten (in wijzerzin, te beginnen in het noorden) : Glabbeek, Kortenaken, Linter, Landen, Hélécine, in de provincie Waals-Brabant), Hoegaarden, Boutersem en Lubbeek.
Rivieren Tienen ligt aan de Grote Gete of Tiense Gete. Deze rivier werd in 1525 bevaarbaar tot in de stad, waardoor Zoutleeuw in deze periode sterk aan belang verloor.
De scheepvaart op de Gete was van korte duur : in totaal 60 jaar. Op 9 december 1517 verleende de jonge keizer Karel V de toestemming om de Grote Gete tot in Tienen bevaarbaar te maken. Rond Kerstmis 1525 vertrok het eerste schip uit Tienen, terwijl op 3 maart 1526 het eerste schip aankwam. De eerste schipper, Hendrick Deprince, kreeg hiervoor van het stadsbestuur een beloning van 38 stuivers. De nieuwe vorm van welvaart werd met lede ogen door de stad Zoutleeuw aangezien. Bovendien stak de heer van Neerlinter stokken in de wielen. Het waren echter de godsdienstoorlogen die ervoor zorgden dat de Gete verzandde.
Na de Vrede van Münster (1648) keerde de rust terug. Op 11 augustus 1650 gaf Filips IV aan Tienen de toestemming om de Gete opnieuw te kanaliseren. De werken vorderden snel en in november 1651 kwam de eerste boot te Tienen aan. De gebeurtenis werd op 24 november gevierd in de herberg van Joos Lenaerts, de "Koning van Spanje". De heropleving van de scheepvaart duurde echter niet lang. Onder het regentschap van Juan van Oostenrijk (1656) viel de scheepvaart voorgoed stil. De plaats waar de schepen aankwamen, heette al in 1544 Aende Werff. Vooraleer de schippers deze Werf bereikten, passeerden ze 7 sluizen die de stad moest onderhouden. Het Pakhuis bevond zich in de Paardenbrugstraat op de Vetterie.
Bezienswaardigheden
thumb| Onze-Lieve-Vrouw-Ten Poelkerk thumb|Huizen Van Ranst thumb|Paterskerk en Begijnhof Tienen thumb|Sint-Germanuskerk thumb|De Tinnen Schotel thumb|Stadhuis van Tienen
Het Stadhuis op de Grote Markt Het bronzen beeld Spaile bè de Maais op de Grote Markt De Onze-Lieve-Vrouw-ten-Poelkerk op de Grote Markt De Sint-Germanuskerk (de toren is UNESCO-Werelderfgoed) De ruïne van de Paterskerk (begijnhofkerk) in het Begijnhof van Tienen Het Museum Het Toreke op de Grote Markt De Huizen Van Ranst of Van Ransthuizen (Wolmarkt 15-21), 17e-eeuwse huizen De Tiense vesten De Sint-Thibautkapel De Sint-Jacobskapel De Kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Steen in het gehucht Grimde