thumb|Afbeelding van Elizabeth I op zilver sixpence, geslagen Tower van Londen 1593. Elizabeth I (Greenwich, 7 september 1533 – Richmond upon Thames, 24 maart 1603) was koningin van Engeland en van Ierland vanaf 17 november 1558 tot haar dood. Elizabeths bijnaam was de maagdelijke koningin (Maiden Queen of Virgin Queen). Engeland ontwikkelde zich onder haar regering tot een wereldmacht op de zeeën en ontwikkelde een nationaal bewustzijn.
Ze bestreed het katholicisme gematigd – en meer vanwege de staatsveiligheid dan uit religieuze overwegingen – maar droeg in haar lange regeerperiode aanzienlijk bij aan de zaak van het opkomende protestantisme.
Elizabeth beschikte over intellectuele kwaliteiten, politiek vernuft en gevoel voor publiciteit. Zij lijkt een visie op het nationale belang te hebben gehad die niet is af te doen als vermomde persoonlijke belangenbehartiging. Zij wordt beschouwd als een van de grootste staatshoofden aller tijden; ze werd tijdens haar leven ook wel "Good Queen Bess" genoemd.
Regeerperiode: conflicten van een opkomende wereldmacht Het land was vanaf 1585 in een reeks conflicten verwikkeld, deels door de religieuze politiek, maar ook vanwege handelsbelangen en het handhaven van de soevereiniteit. Deze werden echter nooit uitgevochten op Engelse bodem, in tegenstelling tot continentaal Europa dat werd geteisterd door aanhoudende oorlogen.
Ter zee en in Europa waren er voortdurend conflicten met het machtige Spanje, waarbij de dodelijke dreiging van de Armada een hoogtepunt vormde. Ierse opstanden werden door Spanje gesteund en Elizabeth had veel te stellen met het Koninkrijk Ierland, dat toen in een personele unie met Engeland verbonden was. Haar vader Hendrik VIII had daar al weinig succes gehad met het opleggen van het anglicanisme.
Verder werd Elizabeths troon betwist door Schotland vanwege haar begunstiging van het protestantisme en de schade die haar aanspraak op de troon had opgelopen door de machinaties van haar vader om een mannelijke erfgenaam te verwekken. Schotland werd daarbij gesteund door drie wereldmachten: Spanje en Frankrijk, en de paus, die haar excommuniceerde. Haar regeringsperiode was ondanks dit alles bijzonder lang. Voor regerende vorsten was het verwekken van een troonopvolger gewoonlijk een dure plicht; Elizabeth versterkte echter haar positie door juist niet te trouwen en een maagdelijkheidscultus rond haar persoon op te bouwen.
Engeland verscheen tijdens haar bewind op het wereldtoneel als zeevarende en koloniale mogendheid, waarbij Francis Drake en John Hawkins zich ontwikkelden tot de eerste nationale zeehelden. Het Engelse nationale bewustzijn werd versterkt dankzij de externe dreiging van de paus en van koning Filips II van Spanje, waarbij de Engelse katholieken in een tweederangspositie werden gedrongen als potentiële landverraders. Tot de dag van vandaag werkt dit door in de eis dat het Engelse staatshoofd niet katholiek mag zijn en niet mag trouwen met een katholiek.
Jeugdjaren, intriges en troonopvolging Hendrik VIII was met zijn tweede vrouw Anna Boleyn getrouwd op 25 januari 1533, het jaar waarin de breuk met Rome een feit werd. Deze afsplitsing had in principe geen religieus-leerstellige betekenis, maar was het gevolg van een ernstig persoonlijk conflict van de koning met de Rooms-Katholieke Kerk. Het werkte de reeds aan de gang zijnde verbreiding van de protestantse leer echter wel in de hand. De afsplitsing was volgens Hendrik VIII nodig omdat hij alleen zo zijn eerste huwelijk met Catharina van Aragon kon laten ontbinden. Catharina had hem geen mannelijke erfgenaam geschonken maar alleen een dochter, Maria Tudor, de latere Bloody Mary, die gedurende haar korte regeerperiode vele protestanten zou vervolgen. Dit deed ze vanwege haar religieuze overtuiging, die ze met haar moeder deelde. Anna Boleyn baarde in 1533 een kind van Hendrik, maar ook dat was weer een dochter, Elizabeth.
De katholieke Kerk erkende Hendriks echtscheiding niet en beschouwde Elizabeth als een onwettig kind. Zij werd echter meteen na haar geboorte benoemd tot troonopvolgster, bij gebrek aan een zoon. Ze passeerde daarmee haar oudere halfzus Maria, die volgens Hendrik een bastaard was vanwege de ontbinding van zijn eerste huwelijk, maar desondanks zou Maria de troon eerder bestijgen dan Elizabeth.
Toen Elizabeth twee jaar oud was, werd haar moeder onthoofd op beschuldiging van overspel en verraad. De vele miskramen en het uitblijven van een mannelijke erfgenaam zullen hierbij een rol hebben gespeeld. Haar vader hertrouwde met Jane Seymour, met wie hij in 1537 eindelijk een zoon kreeg, de latere Eduard VI. Vanwege Hendriks voorkeur voor een mannelijke erfgenaam werd Elizabeth op haar beurt gepasseerd als troonopvolger ten gunste van Eduard.
Toen Hendrik VIII in 1547 overleed en Eduard VI hem opvolgde, werd de veertienjarige Elizabeth verder opgevoed door haar vierde stiefmoeder, Hendriks zesde echtgenote, de protestantse Catharina Parr en haar nieuwe echtgenoot Thomas Seymour. Elizabeths halfbroer Eduard VI overleed in 1553, nog geen zestien jaar oud. Hij werd opgevolgd door Jane Grey, een achternicht van Hendrik VIII, die na slechts negen dagen aftrad. Daarna werd Hendriks oudste dochter Maria Tudor koningin van Engeland.
Elizabeth werd wegens haar hardnekkig protestantisme als een potentiële bedreiging gezien voor Maria en zij werd verdacht van samenzwering tegen haar zuster. Er waren aan haar gerichte brieven ontdekt van Thomas Wyatt, die een rebellie had ontketend tegen Maria vanwege Maria's plan om te trouwen met Filips II. Naar aanleiding van deze brieven werd Elizabeth gevangengezet in de Tower of London. De prinses ontkende heftig en vasthoudend dat zij iets van die rebellie wist; er zijn ook nooit antwoorden van haar op die brieven gevonden. Wyatt en diens volgelingen werden allen onthoofd, maar Elizabeth kreeg enig voordeel van de twijfel; in 1554 werd ze in Woodstock, Oxfordshire, onder huisarrest geplaatst.
Maria Tudor trouwde in 1554 met de toenmalige kroonprins Filips II van Spanje. Voor beide echtelieden waren het verwekken van een katholieke erfgenaam en het terugbrengen van Engeland bij de katholieke moederkerk belangrijke doelen. Filips was het bovendien te doen om een bondgenootschap met Engeland tegen Frankrijk, om de al tientallen jaren slepende Italiaanse Oorlogen te kunnen beslechten. Er begonnen felle vervolgingen van protestanten, waarbij velen, zelfs de aartsbisschop van Canterbury Thomas Cranmer, op de brandstapel kwamen. Het leverde Maria de bijnaam 'Bloody Mary' op, maar het had geen blijvend effect. Toen Maria in 1555 zwanger leek te zijn geworden, werd Elizabeth uit Woodstock naar het hof geroepen voor het geval dat Maria en haar kind in het kraambed zouden overlijden. De zwangerschap bleek ingebeeld en Filips zocht zelfs (tevergeefs) toenadering tot Elizabeth, want hij zag wel in dat zij de waarschijnlijkste opvolger van Maria was. Filips kon wegens verplichtingen elders (in 1556 werd hij koning van Spanje) slechts veertien maanden in Engeland blijven. Hij had een zeer impopulaire oorlogsverklaring aan Frankrijk gedaan gekregen, maar een eigen troonopvolger hadden hij en Maria niet. Toen Maria in 1558 overleed, was Elizabeth dus de enige wettige troonopvolger. Als protestantse vrouw besteeg zij de troon toen de godsdienstige verhoudingen op een dieptepunt waren.
Religieuze spanningen en huwelijksperikelen thumb|links|Miniatuurportret van Elizabeth I door haar hofschilder Levina Teerlinc (ca. 1565) Elizabeth werd in januari 1559 gekroond tot koningin van Engeland. Haar 44-jarige regering zou in het teken staan van religieuze spanningen, zowel in de buitenlandse politiek als in de binnenlandse verhoudingen, al bleef het in Engeland vergeleken met het Europese continent tamelijk rustig. Al tijdens het begin van haar bewind kreeg de Anglicaanse Kerk vaste vorm door een herstel van de Act of Supremacy (1559) die de maatregelen van haar voorgangster Mary Tudor terugdraaiden en haarzelf Supreme Gouvernor van de Kerk maakten. De Act of Uniformity in datzelfde jaar bepaalde dat haar onderdanen naar de kerk moesten gaan en daarbij het Book of Common Prayers moesten gebruiken. Rooms-katholieken en 'non-conformistische', dat wil zeggen niet-anglicaanse protestanten werden tweederangs burgers, wat tot in de 19e eeuw zo zou blijven. Ze herriep echter ook wetten die dienden voor het vervolgen van ketters, waardoor Engeland een betrekkelijk tolerant godsdienstregime kreeg. Zij had hiermee de meerderheid van de bevolking achter zich, maar het was totaal onaanvaardbaar voor het Vaticaan.
In 1570 werd zij door paus Pius V geëxcommuniceerd krachtens de bul Regnans in Excelsis. Zo'n maatregel tegen een regerend vorst had niet alleen religieuze betekenis, maar ook politieke: Katholieken werden opgeroepen haar niet meer te erkennen als koningin. Dit stigmatiseerde in principe alle katholieken als staatsgevaarlijk, hoewel slechts een kleine minderheid werkelijk zulke activiteiten ontplooide. Een ander politiek effect van deze excommunicatie was de ondersteuning van de aanspraak op de Engelse troon van haar nicht Maria Stuart, de katholieke koningin van Schotland, die echter in 1567 toevlucht had moeten zoeken in Engeland. De ontdekking van allerlei katholieke complotten zoals de Ridolfi-samenzwering in 1570 en de Throckmorton-samenzwering in 1580, al of niet met haar medeweten, maakte de positie van de katholieken steeds moeilijker. De jezuïeten in Engeland werden vanaf 1570 streng aangepakt.
thumb|250px|Elizabeth in vol ornaat, 1583 Elizabeth I bleef haar hele leven ongehuwd en kreeg de bijnaam Virgin Queen, hoewel het voor een monarch eigenlijk een plicht was om te trouwen en voor een opvolger te zorgen. Filips II, weduwnaar van haar oudere zus, was de eerste geweest die haar, zelfs toen Maria nog leefde, een aanbod had gedaan, maar werd daarmee de eerste die werd afgewezen. Er zouden daarna nog veel huwelijkskandidaten (onder meer de Habsburger Karel II van Oostenrijk) volgen, en even zovele afwijzingen. Er waren geruchten dat ze een relatie had met Robert Dudley, de graaf van Leicester en ze heeft waarschijnlijk serieus overwogen met hem te trouwen, vooral nadat diens vrouw in 1560 overleed. De omstandigheden van de dood van Dudleys vrouw waren echter verdacht en alleen al daarom zou Elizabeth haar reputatie hebben geschaad door met Dudley te trouwen. Tot Dudleys dood in 1588 heeft zij een goede, maar nooit geheel opgehelderde relatie met hem onderhouden.