Nicolaas Theodorus Carstens (Groningen, 4 januari 1886 – Neubrandenburg, 4 april 1945) was een Nederlands generaal-majoor der artillerie. Tijdens de Duitse inval in mei 1940 was hij commandant van het Ie Legerkorps.
Biografie Carstens werd geboren te Groningen als zoon van Georg Frederik August Carstens en Geeske Haverschmidt. Hij was de jongere broer van luitenant-generaal Johannes Hermanus Carstens. Na zijn opleiding aan de Cadettenschool (1901–1903) vervolgde hij zijn militaire vorming aan de Koninklijke Militaire Academie (1903–1906), waar hij werd opgeleid voor het wapen der artillerie.
Op 25 juli 1906 werd Carstens benoemd tot tweede luitenant bij het 1e Regiment Vestingartillerie. In de daaropvolgende jaren vervulde hij afwisselend functies binnen zowel de vesting- als veldartillerie. Van 1918 tot 1920 volgde hij de Hogere Krijgsschool, waarna hij zich verder ontwikkelde binnen de staf- en instructiedienst. Vanaf 1 oktober 1927 werd hij geplaatst bij de Generale Staf. Op 1 november 1931 werd hij benoemd tot hoofdinstructeur bij het 6e Regiment Veldartillerie; precies een jaar later keerde hij opnieuw terug naar de Generale Staf, waar hij doorgroeide tot souschef.
Op 19 februari 1940 werd Carstens benoemd tot inspecteur der Artillerie, als opvolger van generaal-majoor J. Harberts. Deze functie bekleedde hij slechts tot 21 maart 1940. Na het plotselinge overlijden van generaal-majoor J. Th. Alting von Geusau werd Carstens aangesteld tot commandant van het Ie Legerkorps, dat tijdens de mobilisatie deel uitmaakte van de hoofdverdediging van het Veldleger.
Na de capitulatie van Nederland werd Carstens op 2 juli 1942 krijgsgevangen genomen. Hij werd achtereenvolgens geïnterneerd in Oflag XIII-B (Neurenberg), Stalag 371 (Stanislau) en Oflag 67 (Neubrandenburg). In het laatste kamp overleed hij op 4 april 1945, enkele weken voor de bevrijding. Zijn stoffelijk overschot werd na de oorlog overgebracht naar begraafplaats Nieuw Eykenduynen in Den Haag.
Staat van dienst
Tweede luitenant: 1906 Eerste luitenant: 1908 Kapitein: 1918 Majoor: 1929 Luitenant-kolonel: 1934 Kolonel: 1937 Generaal-majoor: 1939
Onderscheidingen
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (1925) Officier in de Orde van Leopold II (1925) Ridder in het Legioen van Eer (1925) Ridder in de Orde van de Poolster (1931) Ridder 1e klasse in de Orde van het Zwaard (1924)
Bron
Ministerie van Oorlog, Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, Archief 2.13.04, Nationaal Archief, Den Haag
Categorie:Nederlands generaal-majoor Categorie:Nederlands krijgsgevangene in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Nederlands militair omgekomen in de Tweede Wereldoorlog