Op 4 juni 1997 explodeerde een bom buiten het hoofdkwartier van de Bandidos Motorclub in Drammen, Noorwegen. De aanslag, onderdeel van de Noordse Bikeroorlog, kostte het leven aan een toevallige voorbijganger, Irene Astrid Bækkevold, en verwondde 22 anderen. Het gebouw brandde volledig uit en stortte in, terwijl nabijgelegen panden, waaronder de Drammens Is-fabriek, zwaar werden beschadigd. Schokgolven waren tot 500-600 meter van de explosie voelbaar.

Achtergrond De Noordse Bikeroorlog was een gewelddadige strijd tussen de Bandidos en de Hells Angels om de controle over criminele activiteiten in Scandinavië en Finland. Het conflict had al negen doden geëist voordat de bom tot ontploffing kwam. De Bandidos hadden hun hoofdkwartier een jaar eerder verplaatst van Oslo naar Drammen. De aanslag werd bevolen door Torkjell Alsaker, president van de Hells Angels in Noorwegen, en uitgevoerd door leden van Screwdrivers Motorclub, een gelieerde groep die na de aanval volledige Hells Angels-lidmaatschappen kreeg.

De explosieven bestonden uit 30 tot 50 kilogram van een mengsel van diesel en kunstmest, met een zelfgemaakte lont, geplaatst in een Volkswagen Transporter uit 1981. John Gerhard Berg, lid van de Screwdrivers, reed de bus de avond van 4 juni het portaal van het Bandidos-hoofdkwartier in, stak de lont aan en vluchtte via een aan de bus bevestigde fiets. Kai Mosether fungeerde als vluchtwagenchauffeur. De explosie was krachtiger dan gepland, mogelijk door te weinig grind over het explosief. Drie personen in het gebouw overleefden, terwijl Bækkevold werd gedood en haar echtgenoot gewond raakte.

De aanslag werd vermoedelijk gericht tegen Michael Garcia "Lerche" Olsen, een voormalig Hells Angels-lid dat naar de Bandidos was overgestapt. Olsen en twee anderen die aanwezig waren, wisten uit het brandende clubhuis te ontsnappen.

De bomaanslag veroorzaakte grote publieke verontwaardiging en leidde tot verhoogde controle op motorclubs door de politie. Premier Thorbjørn Jagland en minister van Justitie Gerd-Liv Valla bezochten de volgende dag de plaats van de aanslag. Jagland kondigde aan wetgeving te willen voorstellen die motorbendes verbiedt clubhuizen in dichtbevolkte gebieden te vestigen.

Rechtszaak Het onderzoek nam vierenhalf jaar in beslag. Zeven Hells Angels-leden werden aangeklaagd. In eerste aanleg veroordeelde de rechtbank van Drammen John Gerhard Berg tot tien jaar gevangenisstraf voor brandstichting en zware schade. Twee anderen, waaronder Kai Mosether, kregen respectievelijk vijf en acht jaar. Drie anderen werden vrijgesproken van brandstichting, maar kregen drie jaar voor zware schade. Hoewel Torkjell Alsaker werd vrijgesproken, achtte de rechtbank het waarschijnlijk dat hij de aanslag had bevolen en stelde het hoofdelijk aansprakelijk voor de schadevergoeding. De zes veroordeelden moesten samen 120.000 kronen (circa €10.000,-) aan de weduwnaar van Bækkevold betalen, terwijl het totale schadebedrag aan de samenleving werd geschat op 290 miljoen kronen (circa €24.600.000,-).

In hoger beroep verhoogde het Borgarting Hof van Beroep de straffen: Alsaker kreeg zestien jaar, Berg tien jaar, Mosether twaalf jaar en de anderen zes jaar. Het Hooggerechtshof verwierp later alle beroepen. Verzekeringsmaatschappijen vochten om de schadevergoeding te verhogen; uiteindelijk werden de zeven veroordeelden verantwoordelijk gesteld voor het volledige bedrag, inclusief rente, waardoor de totale schadevergoeding ongeveer 450 miljoen kronen (circa (€38.000.000,-) bedroeg.

Categorie:Aanslag in Noorwegen Categorie:Drammen Categorie:Misdrijf in 1997