Maria (Marie) Kelting (Amsterdam, 29 oktober 1886 – Vleuten, 25 februari 1969) was een Nederlands kunstschilder, lithograaf en tekenaar.P.M.J.E. Jacobs (2000) Beeldend Benelux : biografisch handboek. Tilburg: Stichting Studiecentrum voor Beeldende Kunst. . Vol. 3, p. 388.

Leven en werk Marie Kelting was een dochter van bloemist Johannes Kelting en Maria Hermina Stroecker. Ze volgde vanaf 1906 een opleiding aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid in het Rijksmuseumgebouw in Amsterdam,"Openbare Examens der Rijksschool voor Kunstnijverheid", Algemeen Handelsblad, 17 juli 1906. later kreeg ze privélessen van August Allebé en D.B. Nanninga.Albert Plasschaert (1923) Korte geschiedenis der Hollandsche schilderkunst : van af de Haagsche school tot op den tegenwoordigen tijd. Amsterdam: Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur.F.G. Waller (1938) Biographisch woordenboek van Noord Nederlandsche graveurs, 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff.

Kelting had vooral de dierenwereld als onderwerp, die ze vastlegde in schilderijen, aquarellen, litho's en tekeningen,"De levende natuur in de kunst : Marie Kelting als Dierenschilderes", Dieren van huis en hof 11 februari 1916. maar ook als prentbriefkaarten voor de Ned. Heidemaatschappij en illustraties voor het tijdschrift Onze Tuinen."De schoonheid van vogels : Een Larense schilderes", De Maasbode, 21 juni 1958. Haar litho's werden onder andere verkocht bij Scheltema & Holkema in Amsterdam."Kroon-kakatoes", Dieren van huis en hof, hrg 13, no 19, 8 november 1918.

Artis Al snel na de opening van Artis in de 19e eeuw wisten kunstenaars de dierentuin te vinden, het was verplichte kost voor dierstudies van de studenten van de Rijksakademie.Michel Didier, "De kunstenaars van Artis", Origine 2 (2016), p. 87-93. Via Allebé kwam ook Kelting in Artis terecht. Ze legde er jarenlang dagelijks de dieren en planten vast.S.E. van Praag, "Artis in de kunst", in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, jrg 36 (1926), deel 72, p. 155-162; p. 225-234 en p. 304-310. Kelting zal er dierenoppasser Piet Bohncke (1873-1949) hebben leren kennen.Kriszti Vákár (2013) "De relatie tussen oppassers en kunstenaars", Naturis Artis Magistra, RKD Studies. Ze werkten in 1911 beiden aan het nieuwe 'kruipdierenhuis'. Hij was verantwoordelijk voor de stoffering van kasten, terraria en de kruipdierensalon, zij maakte afbeeldingen van de verschillende dieren, die bij de hokken werden aangebracht."Het nieuwe kruipdierenhuis in Artis", De Telegraaf, 13 juni 1911. In 1913 kreeg Artis een orang-oetan van de sultan van Serdang. Ter gelegenheid van diens komst, maakte Kelting een affiche met de aap, die de naam Sultan kreeg.Reuzen- Orang oetan in "Artis" Amsterdam, affiche. Bohncke -die zich ontplooide tot beeldhouwer- boetseerde de kop van het dier, een afgietsel daarvan kreeg een plek in het apenhuis.

In 1915 nam Kelting het initiatief om aan Artis-directeur Coenraad Kerbert voor zijn zilveren jubileum een liber amicorum aan te bieden. De losbladige portefeuille, aan de jubilaris aangeboden door Antoon Derkinderen, bevat werken van ruim vijftig kunstenaars, onder wie Kelting zelf en August Allebé, Lizzy Ansingh, Nelly Bodenheim, Piet Bohncke, David Bueno de Mesquita, Thérèse van Duyl-Schwartze, Gerrit Willem Dijsselhof, Jan van Essen, Abraham Hesselink, Nelly Honig, Theo van Hoytema, Klaas van Leeuwen, Huib Luns, Joseph Mendes da Costa, Martin Monnickendam, Theo Nieuwenhuis, Johanna Pieneman, Georg Rueter, Jo Schreve-IJzerman, Georgine Schwartze, Nicolaas van der Waay en Ben Wierink."Zilveren jubilee dr C. Kerbert", Algemeen Handelsblad, 17 juni 1915.Album Kerbert, Stadsarchief Amsterdam; Kerbert album, RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.C. Hekker, "Kunstenaars in Artis rond 1900. De portefeuille aangeboden aan dr. C. Kerbert bij zijn 25-jarig jubileum als directeur van Artis", Holland, regionaal-historisch tijdschrift, jrg 20, 1988 (4/5), p. 261-270.

In het najaar van 1915 exposeerde Marie Kelting zestig werken, naast Anna Baucke-Kleine, Anna Gildemeester en Georgine Schwartze, in het Stedelijk Museum Amsterdam. De kunstrecensent van De Nieuwe Courant vond haar de aangewezen illustrator van boeken over dierkunde. Vooral vanwege de nauwkeurigheid waarmee het uiterlijk van de dieren weergaf, daarnaast haar zeer opmerkelijk talent om het karakter van plant en dier uit te drukken.F.L., "Kunst in de Hoofdstad", De Nieuwe Courant, 15 september 1915. N.H. Wolf, hoofdredacteur en recensent van het weekblad De Kunst vond dat "haar grootste kracht zit in illustratieve weergave van vogels. Zij zou bij voorbeeld een uitnemende artieste zijn om een groot werk over vogels, visschen en kruipende dieren fraai en uitvoerig met aquarellen en teekeningen te verluchten: in het buitenland zou iemand als Marie Kelting goud verdienen! Hier moet zij zich vergenoegen met het tentoonstellen van schilderijen en aqua's en wachten tot er enkele verkocht worden."N.H. Wolf, "Schilder- en Beeldhouwkunst in het Stedelijk Museum", De Kunst, jrg 7, 1914/1915, no 398, 11 september 1915.

Kelting gaf in 1916 de aanzet voor de in Artis gehouden Tentoonstelling van Kunstwerken betreffende Het Dier, waarvoor zij het affiche maakte. Zij was secretaresse van het organisatiecomité, met Samuel Jessurun de Mesquita als voorzitter. Wolf noemde haar deze keer een "realiste pur sang. Zij schildert en teekent de werkelijkheid hoogst minutieus en brengt leven in hare modellen."N.H. Wolf, "Het Dier in de Kunst", De Kunst, jrg 8, 1915/1916, no 429, 15 april 1916. Volgens Siegfried van Praag, die in 1926 voor Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift een aantal artikelen schreef over de relatie tussen Artis en kunst, had zij "Kennis van heel de fauna, van onnoemelijk veel diervormen deed ze er op, zoodat ze nu op geheugen werken kan, en op kan roepen uit de groote dierenweelde der natuur, het zoogdier, het insect of den vogel, die zij noodig heeft voor haar compositie van het oogenblik. (…) Vooral als teekenares van dieren heeft Marie Kelting echter goed werk verricht. Haar litho's van konijnen, muizen en marmotjes zijn natuurgetrouw, bestudeerd en sprekend."

Over haar werk als kunstenaar zei Kelting zelf:

Kelting nam onder meer deel aan de exposities De Vrouw 1813-1913Tentoonstelling "De Vrouw" 1813-1913 : Afdeeling Beeldende Kunsten, Amsterdam, Mei-October. Tentoonstellingscatalogus. en Onze kunst van heden (1939-1940) en tentoonstellingen van de verenigingen waarvan ze (werkend) lid was: kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken,Zie onder andere "De Jubileums-tentoonstelling der Onafhankelijken", Het leven. jrg 17 (1922), no. 37, 11 september 1922 en de "Catalogus der 32ste tentoonstelling van de vereeniging van beeldende kunstenaars De onafhankelijken", Amsterdam: Stedelijk museum Amsterdam, 1928. Arti et Amicitiae en de Kunstenaarsvereniging Sint Lucas.

thumb|Advertentie in de Nieuwe Haarlemsche courant, 1 maart 1941

Blaricum Marie Kelting en Piet Bohncke, die getrouwd was, kregen in de loop van de jaren een relatie. Zij exposeerden samen met haar leermeester Nanninga bij Unger & Van Mens in Rotterdam (1916),A.O., "Bij Unger en Van Mens te Rotterdam", Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, jrg 26 (1916), deel 52, p. 491-495. bij Biesing in Den Haag (1918)"Kunst : Marie Kelting, Böhncke, D.B. Nanninga", De Haagsche vrouwenkroniek, jrg 5, 1918, no 47, 23 november 1918; "Bij Biesing, Den Haag", Het Vaderland, 6 december 1918. en in de kunstzaal van de bibliotheek in Laren (1939)."Tentoonstelling P. Böhncke, Marie Ketting en D.B. Nanninga te Laren", De Gooi- en Eemlander, 29 juli 1939.

In het voorjaar van 1921 verhuisde Kelting naar Blaricum, het jaar erop trok Bonhcke bij haar in. Niet lang daarna wordt ze ook wel met de naam Bohncke-Kelting aangeduidOok Böhncke-Kelting. Zie o.a. Karlijn de Jong (2009) De Onafhankelijken – 1919-1929. Masterthesis Universiteit Utrecht. en als gehuwd vermeld.Onder andere in N.H. Wolf, "De Onafhankelijken", De Kunst, 19 juni 1926 en het Biographisch woordenboek van Noord Nederlandsche graveurs (1938). Beiden sloten zich aan bij de Kunstenaarsvereniging Laren-Blaricum en exposeerden bij Kunstzaal Hamdorff in Laren. Vanuit Blaricum hadden ze duo-exposities in de kunstzaal Willem Brok in Hilversum (1929),"Uit het Gooi", Nieuwe Rotterdamsche Courant, 7 december 1929. de Openbare Leeszaal en Bibliotheek in Laren (1934) en in Zomerlust in Santpoort (1934)."Tentoonstelling van schilder- en beeldhouwkunst", Haarlem's Dagblad, 1 oktober 1934. In 1941 worden ze als "kunstenaarsechtpaar" vermeld bij hun expositie in het Frans Hals Museum in Haarlem."Echtpaar Böhncke-Kelting exposeert voor de eerste maal in Haarlem", Nieuwe Haarlemsche courant, 2 maart 1941; K. de H., "Een Kunstenaarsechtpaar : P. Böhncke-Marie Kelting in 't Frans Hals", Nieuwe Haarlemsche courant, 5 maart 1941. Ze trouwden echter pas eind 1945 in Blaricum, na het overlijden van Bohnckes eerste echtgenote. Hij overleed vier jaar later. In 1958 exposeerde Kelting met beeldhouwster Trudy de Lange in haar eigen atelier aan de Meentweg in Blaricum.Advertentie, De Telegraaf, 13 september 1958; Afbeelding van de affiche, Invaluable.com.

Marie Kelting overleed op 82-jarige leeftijd, ze werd begraven op de Algemene Begraafplaats in Blaricum.Familiebericht 'Marie Ketting', De Telegraaf, 28 februari 1969;"Schilderes Marie Kelting overleden", Het Parool, 27 februari 1969.

Enkele werken Noodlot, schilderij in de collectie van het Natuurhistorisch Museum in Enschede. De Aalscholvers, schilderij in de collectie van de gemeente Blaricum. Hing oorspronkelijk in een school in Blaricum."De Aalscholvers", Kunstwerken in Blaricum. Boerderij achter twee bomen, schilderij in de collectie van de gemeente Blaricum."Boerderij achter twee bomen", Kunstwerken in Blaricum. Boerderij in Blaricum, schilderij in de collectie van Museum De Waag, Deventer.

Categorie:Nederlands illustrator Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Nederlands lithograaf Categorie:Nederlands tekenaar