miniatuur|Zijaanzicht bowling center Breda, 2023 miniatuur|Vooraanzicht van de Bredase bowling met zijn dubbelgeknikte dakvorm, 2023. De Brunswick Bowling Breda is het eerste speciaal voor die sport gebouwde bowlingcentrum in Nederland, uitgerust met zestien banen. Vanwege de Amerikaanse opdrachtgever en dito achtergrond van de sport werd het gebouw min of meer opgetrokken en ingericht in een bouw- en vormgevingsstijl die Americanismzie het boek van Ibeling, 'Americanism' wordt genoemd. Het centrum werd in 1961 geopend en bestaat nog altijd als bowling- en partycentrum. Het is gelegen op de hoek van de Nassausingel en het Chasséveld.
De eerste bowlingbanen in Nederland Op 21 juni 1961 werd door prins Bernhard de eerste ‘Bowling Hall’ van Nederland aan het Gevers Deynootplein 42 in Scheveningen geopend. Het werd door het bedrijf Trans World Bowling in een verbouwd bestaand pand ondergebracht. Daarmee was Scheveningen twee maanden eerder dan Breda waar in augustus door het concurrerende oudere Amerikaanse Brunswick Bowling het eerste ‘echte’ bowlingcenter van Nederland werd geopend, met speciaal voor de bowlingsport ontworpen en gebouwde ruimten en banen. Op 3 februari 1962 werd de Nederlandse Bowling Federatie opgericht, waarna er zich al snel een 'bowling-oorlog' tussen Den Haag en Breda ontspon, zowel op organisatorisch als sportief gebied, vooral omdat de laatste stelde over de enige echte bowlingbaan in Nederland te beschikken.
Ontstaan van het Bredase Bowling center In Breda was begin 1961 het Chasséveld nog een leeg terrein waar het bedrijf Brunswick Bowling uit Chicago het oog op had laten vallen. In februari 1961 verzocht directeur ir. Jacques Gooden van Gemeentewerken aan de Bredase architect Joost Margry, bekend van het Sportcentrum Breda, of hij binnen één maand een plan kon maken voor een bowlinghal in het centrum, op het Chasséveld. Gooden was door het bowlingbedrijf gevraagd naar de mogelijkheden. Het bedrijf hield daarbij de aanstaande nationale manifestatie 'Nù Breda 1961' over vrijetijdsbesteding, hobby en ‘zelf doen’ in de zomer van dat jaar op het naastgelegen terrein, op het oog, dan konden al die bezoekers meteen met het nieuwe bowlen kennis maken. De Europese tak van Brunswick had voor de ontwikkeling van de sport in Nederland een aparte NV opgericht. Een terrein van 2000 m² werd door de brouwerij van Breda van de gemeente voor twintig jaar gehuurd. Ook een huurtermijn van 30 jaar is genoemd; in 1998 kocht Interbrew, de eigenaar van de Bredase brouwerij het terrein van de gemeente. Het project, mede gefinancierd door Bredase zakenlieden, werd begroot op ruim een miljoen gulden.
Ontwerp en bouw De gemeente wees de architect erop dat het niet te duur mocht worden en vooral snel gebouwd moest worden zodat deze op tijd voor die vrijetijdsmanifestatie in gebruik kon worden genomen. Margry werd door een zekere Dawson van Brunswick ingelicht over de eisen. Er bleek geen Amerikaans voorbeeld hoe het moest worden gebouwd of eruit moest komen te zien; alleen de functionele eisen en technische gegevens waren beschikbaar. Margry meldde over dat gesprek en de haast: 'of we overmorgen de bouwtekeningen wilden opsturen. Zo is dat gegaan'.interview en tekening in: Lambert e.a., Balans tussen architektuur en stedebouw, p. 36. Het moest een semipermanent en betaalbaar gebouw worden. Vier weken later, in april, diende de bouw te starten. Met die uitgangspunten koos Margry voor houtskeletbouw op een laag van opgemetseld muurwerk. Op de lage houten spanten kwam de stalen dakconstructie te liggen. Om volgens Margry een schuurachtig, banaal gebouw in de binnenstad te voorkomen, liet hij in het ontwerp de dakdelen aan de uiteinden via een knik weer omhoogkomen, waardoor er toch een karakteristiek-onderscheidende dakvorm mogelijk was.
miniatuur|Uitzending van het Polygoonjournaal De opening van Europa's eerste Brunswick Bowling Op 4 augustus 1961 verrichtte de toenmalige burgemeester van Breda, Robert Geuljans, de officiële opening van de Bredase Brunswick Bowling. Een Miss Brunswick reikte hem een schaar aan om de baan vrij te maken, waarna hij met een vergulde bowlingbal de eerste worp mocht doen. Vervolgens werden de banen met een openingstoernooi met internationale bowlingkampioenen ingewijd. Het Bredase bowling center bleek het eerste voor dat doel ontworpen gebouw in Europa te zijn. Duizenden nieuwsgierigen kwamen op de opening af en keken met verbazing naar de zestien volautomatische banen met ‘pin-opzetmachines’ en een bal die vanzelf terug naar het beginpunt rolde. Op zijn Amerikaans was er airconditioning, een luxueuze cocktail lounge, een snackbar, een kinderbewaarplaats waar moeders vanaf de baan via een toen geheel innovatief televisiecircuit hun kroost in de gaten konden houden en natuurlijk een 'parking lot'. Het pakte allemaal duurder uit en de kosten beliepen uiteindelijk bijna 2,5 miljoen gulden. Deze eerste Europese baan was ook bedoeld als een showcase waar men zich kon vergapen en de bowlingboodschap van het ‘'spannendste spel voor het gehele gezin' kon verspreiden. Het Polygoonjournaal besteedde aandacht aan een van de eerste toernooien (tussen Breda en de stad Antwerpen) en de bijzondere faciliteiten in het gebouw.
Twintig jaar na de opening, op 1 juli 1981, trok het Amerikaanse bedrijf zich terug en nam Dirk Schouten uit Rotterdam de bowling over. De naam veranderde in ‘Bowling- en Partycentrum Breda’ en is sindsdien een familiebedrijf. In 2000 en 2009 zijn er plannen gemaakt om het bowlinggebouw af te breken en te vervangen door een nieuwe bowling in combinatie met kantoren en/of woningen.Zie artikelen in De Stem, 29 januari 2000, p. 1 en BN/DeStem, 21 februari 2009. Hoewel het gebouw min of meer als tijdelijke huisvesting is neergezet, functioneert de 'Brunswick Bowling' anno 2026 nog altijd; met als karakteristiek element de ongeveer vijf meter hoge bowlingkegel die op het vooruitgeschoven platte deel van het gebouw staat, daar waar het restaurant en de entree zich bevinden.
Literatuur Donald Lambert, Jaap Margry & Wolf Schijns, Balans tussen architektuur en stedebouw. Ontwikkelingen in Noord-Brabant en Nederland tussen 1950 en 1990. Uitgave ter gelegenheid van het afscheid van ir. J.J. Margry als directeur van het buro Margry en Van Hoytema bv, architekten - stedebouwkundigen - adviseurs - te Breda (’s-Hertogenbosch: Polis, 1990). Hans Ibeling, Americanism. Nederlandse architectuur en het transatlantische voorbeeld. Dutch Architecture and the Transatlantic Model (Rotterdam: NAi Publishers, 1997) p. 48-49, 52. Joosje van Geest, Architectuurgids Breda (Rotterdam: 010, 2002) p. 110.
Categorie:Sportaccommodatie in Breda