Het Institut zur Erforschung der Judenfrage (Nederlands: Instituut voor onderzoek naar de joodse kwestie) was een nationaalsocialistische partij-instelling die tussen 1939 en 1945 actief was in Frankfurt am Main. Het instituut verrichtte zogenoemd "oppositieonderzoek" (Gegnerforschung) naar het Jodendom ten dienste van de antisemitische ideologie, propaganda en politiek van het Derde Rijk. Het functioneerde als buiteninstituut van de door de NSDAP geplande partijuniversiteit, de Hohe Schule, onder leiding van partij-ideoloog Alfred Rosenberg.
Oprichting en organisatie Het instituut werd formeel opgericht in april 1939 en opende officieel op 26 maart 1941. Organisatorisch viel het onder het Amt Rosenberg, dat verantwoordelijk was voor de ideologische scholing en wereldbeschouwelijke vorming binnen de NSDAP. Het Institut zur Erforschung der Judenfrage was opgezet als onderzoeks- en documentatiecentrum waarin academische methoden en terminologie werden ingezet ter legitimering van racistische en antisemitische denkbeelden.
Het instituut moet niet worden verward met het Institut zum Studium der Judenfrage, dat ressorteerde onder het Reichsministerium für Volksaufklärung und Propaganda van Joseph Goebbels, noch met het Institut d'étude des questions juives, dat in 1943 in bezet Parijs werd opgericht als propagandainstrument van de Duitse bezettingsautoriteiten.
Doelstellingen en werkzaamheden De centrale taak van het instituut bestond uit het verzamelen, ordenen en interpreteren van kennis over de zogenoemde 'joodse kwestie'. Deze activiteiten waren gericht op ondersteuning van antisemitische propaganda en beleidsvorming. In publicaties, lezingen en studiedagen werd het Jodendom voorgesteld als een vermeende ondermijnende kracht in politiek, cultuur en samenleving. In de loop van de oorlog raakten de werkzaamheden steeds nauwer verbonden met het beleid dat leidde tot de systematische vervolging en vernietiging van de Europese Joden.
Aan het instituut was de antisemitische periodiek Der Weltkampf verbonden, die vanaf 1941 fungeerde als 'wetenschappelijke' uitgave van de Hohe Schule. In deze publicaties werden racistische theorieën en complotdenken gepresenteerd in een academisch aandoende vorm.
Bibliotheken en cultuurroof Een belangrijk onderdeel van de activiteiten van het instituut was het beheer en gebruik van grootschalig geroofde bibliotheek- en archiefcollecties. Via de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg (ERR) werden in de door Duitsland bezette gebieden honderdduizenden boeken, handschriften en archiefstukken in beslag genomen en naar Duitsland overgebracht. Een aanzienlijk deel van dit materiaal kwam terecht bij instellingen die onder de Hohe Schule ressorteerden, waaronder het Institut zur Erforschung der Judenfrage.
Hoewel het zwaartepunt lag bij collecties uit Joodse bibliotheken en instellingen, betrof de cultuurroof ook materiaal van andere door het nationaalsocialisme als vijandig beschouwde organisaties en netwerken. In de historiografie wordt erop gewezen dat binnen deze bredere roofstromen eveneens archieven en bibliotheken van vrijzinnige en vrijmetselaarsorganisaties werden meegenomen.
Binnen de nationaalsocialistische ideologie werd de vrijmetselarij beschouwd als onderdeel van een vermeend internationaal complot, dat nauw verbonden zou zijn met het Jodendom. Vanuit deze gedachtegang werd ook vrijmetselaarserfgoed onderwerp van confiscatie, classificatie en propagandistische herinterpretatie. In Frankfurt werden binnen het kader van de Hohe Schule gespecialiseerde verzamelingen ingericht voor de studie van vrijmetselarij, zonder dat het instituut zelf primair als maçonniek onderzoekscentrum fungeerde.
Oorlogseinde en nasleep
Vanwege geallieerde bombardementen op Frankfurt werden delen van de collecties vanaf 1943 verplaatst naar Hungen in Hessen. In maart 1944 raakten de gebouwen van het instituut in Frankfurt zwaar beschadigd door luchtaanvallen. Tegen het einde van de oorlog werd het project van de Hohe Schule stopgezet en hield ook het Institut zur Erforschung der Judenfrage op te bestaan.
Na de bevrijding werden delen van de geroofde collecties door de geallieerden teruggevonden en samengebracht in verzameldepots, waaronder het Offenbach Archival Depot. Daar werd getracht de herkomst van het materiaal te reconstrueren en restitutie aan oorspronkelijke eigenaren of instellingen mogelijk te maken.
Historiografie In de geschiedschrijving geldt het Institut zur Erforschung der Judenfrage als een voorbeeld van de wijze waarop academische structuren en methoden binnen het nationaalsocialisme werden ingezet ter legitimering van antisemitisme, racisme en vervolgingspolitiek. Het instituut combineerde ideologische scholing, propagandaproductie en de exploitatie van geroofd cultureel erfgoed binnen één organisatorisch kader.
Categorie:Holocaust Categorie:Organisatie in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Geschiedenis van Frankfurt am Main Categorie:Nazi-Duitsland