De Entersburg, ook bekend als Nantersburg of Nentirsburg, is een hoogmiddeleeuwse kasteelruïne ten noordoosten van Hontheim (district Bernkastel-Wittlich, Rijnland-Palts). Het kasteel werd waarschijnlijk gebouwd aan het einde van de 11e eeuw als de "Nantersburg", maar al in 1138 verwoest door troepen van Albero van Montreuil, aartsbisschop van Trier. Van het kasteel zelf is heden ten dage slechts weinig resterend; in 1895 werd een middeleeuws aandoende uitkijktoren, de Steffenswarte, gebouwd op de plek waar het kasteel ooit heeft gestaan.

Locatie Het kasteel lag op 262 meter hoogte op een rotsachtige heuvelrug boven het lager gelegen Üßbachdal in de Eifel, op een plateau van 250 meter lang en tot 130 meter breed. Aan de zuidkant was het plateau toegankelijk, maar aan alle overige zijden werd het kasteel beschermd door de 60 meter hoge, steile hellingen naar het dal van het riviertje de Üß.

Geschiedenis Dendrochronologisch onderzoek heeft uitgewezen dat de bouw van de Nantirsburg moet zijn gestart vóór 1096. Volgens Beyer waren sommige heren van Nantirsburg rijksministers, oftewel imperiale ministeriales.Heinrich Beyer: Mittelrheinisches Urkundenbuch, Boek 2, Koblenz: Hölscher, 1865, pag. 108 (dilibri.de)

Albero van Montreuil, de aartsbisschop van Trier, vergezelde keizer Lotharius III in 1136 op zijn Italiaanse veldtocht. Paltsgraaf Otto I van Salm en de broers Werner en Johann van Nantersburg zagen hun kans schoon en namen het tijdelijk onverdedigde aartsbisschoppelijk kasteel in. Dit werd hen door de aartsbisschop uiteraard niet in dank afgenomen. Na terugkeer heroverde hij al snel zijn burcht; als wraak werd de Nantersburg in 1138 door troepen van de aartsbisschop verwoest.Johann Christian von Stramberg, Anton Joseph Weidenbach: Denkwürdiger und nützlicher Rheinischer Antiquarius..., Deel 3, Boek 5, Hergt, Koblenz, 1858, pag. 492 (Google Books)N. Zimmerer: Albero von Trier in Trierische Chronik, 1907, pag. 147 (dilibri.de) Het is niet bekend of het kasteel daarna nog (deels) herbouwd is; de naam "Entersburg" wordt in samenhang met de nabijgelegen plaatsen Hontheim en Wispelt nog wel vermeld in een uit 1335 daterende koopakte tussen Boudewijn van Luxemburg, ook keurvorst van Trier, en Cuno van Ulmen.Johann Friedrich Schannat, Georg Bärsch: Eiflia illustrata, Boek 2, Deel 2, Mayer, Leipzig, 1855, pag. 11 (Google Books)Wilhelm Arnold Günther: Codex diplomaticus Rheno-Mosellanus, Boek 3, B. Heriot, Koblenz, 1824, pag. 329 (Google Books)

Opgravingen Tijdens de eerste opgravingen in de jaren 1850 werden op het hoogste rotsplateau Romeinse munten en sporen van vuur ontdekt. In 1865 werden de resultaten als volgt samengevat: “Een gedetailleerd onderzoek van de ruïnes van de Entersburg bracht aan het licht dat de gebouwen zeer klein waren, gebouwd op stenen fundamenten, eenlaagse vakwerkconstructies en bedekt met stro of brem. Er was geen donjon en het belangrijkste vestingelement was dus de langgerekte positie op een smalle rotsachtige heuvelrug, die aan de enige kwetsbare kant werd doorsneden door een diepe gracht.” In 1974 beschreef Karl-Josef Gilles talrijke kleine vondsten uit de Entersburg in een publicatie van het Rijnlands Staatsmuseum in Trier (hetgeen helaas gevolgd werd door grootschalige plundering). In 1978 en 1979 leidde Gilles een twee serie uitgebreide archeologische opgravingen in opdracht van het Rijnlands Staatsmuseum. Die wezen uit dat op de plek van het kasteel eerder al versterkingen waren gebouwd door de Kelten en de Romeinen.Entersburg. Eintrag in der Datenbank der Kulturgüter in der Region Trier, abgerufen am 20. Februar 2016.

Keltische periode Opgegraven werden een hout-steen-aarden vestingwerk uit de IJzertijd met een oppervlak van ongeveer 1,3 hectare en restanten van een pre-Romeinse muur aan de noord-, oost- en zuidzijde. Daarnaast werden ook Keltische munten (waaronder munten van de Treveri) gevonden, die samen met het ook aangetroffen keramiek en metaal hielpen om de vondsten te dateren in een periode van 300 v. Chr. tot ongeveer het begin van de christelijke jaartelling.Dirk Krausse: Eisenzeitlicher Kulturwandel und Romanisierung im Mosel-Eifel-Raum: Fundstellenkatalog (= Römisch-germanische Forschungen. Deel 63, Mainz/Frankfurt am Main/Esslingen 2006, pag. 19 (online).voor de burchtruïne Entersburg en voor de geografische ligging, bezocht 29 januari 2026.]

Romeinse periode Op het hoogste punt van het plateau werd in de tweede helft van de 3e eeuw een Romeinse vesting gebouwd met een 1,20 meter dikke muur, opgetrokken uit leisteenpuin. De Romeinse vesting had een kleiner oppervlak dan de eerdere Keltische vesting. In een later tijdvak, maar niet eerder dan in het tweede kwart van de 4e eeuw, werd een burgus (torenfort) van zo'n 10 bij 10 meter bijgebouwd aan de noordwestelijke punt; de resten van de fundering waren meer dan twee meter dik. Dit torenfort diende zeer waarschijnlijk niet alleen als extra bescherming voor de vesting, maar ook ter beheersing van de Romeinse weg van Trier naar Andernach, die op ongeveer 600 meter ten noordwesten van de burcht passeerde.

Onder de Romeinse vondsten waren twee bronzen beelden, een gevleugelde Cupido en een buste van Minerva. Muntvondsten daterend tot halverwege de 4e eeuw suggereren dat de Romeinse vesting toen werd verlaten.

Middeleeuwen Bij opgravingen van de middeleeuwse Nantersburg zijn resten van een derde ringmuur en de funderingen van een ridderhof blootgelegd. Bij de bouw was sprake van hergebruik van resten van de Romeinse vesting als bouwmaterialen. De vonsten wijzen op een in twee compartimenten gedeeld, geknikt bouwwerk van ongeveer 30 meter lang en 10 meter breed, met leistenen muren van 1,10 tot 1,50 meter dik. Aan de zuidkant bevonden zich twee ingangen. Er zijn geen sporen van een Bergfried of donjon gevonden. Kleinere vondsten omvatten onder meer munten, keramiek en diverse andere artefacten uit middeleeuwse tijd.

Ten noordwesten van het middeleeuwse kasteel -- en buiten de Romeinse vestingmuur -- zijn op enig moment twee korte slotgrachten in de rots uitgehouwen. Datering van deze grachten is vooralsnog niet mogelijk. De binnenste gracht heeft een U-vormige doorsnede en een maximale diepte van 1,50 meter.

Huidige situatie Het terrein waarop de kasteelruine ligt is vrij toegankelijk.

Op het kleine ovale plateau op de top, ten zuiden van het middeleeuwse kasteel, werd in 1895 een stenen uitkijktoren, de Steffenswarte, gebouwd.Emmi Elert: Führer durch das Königliche Bad Bertrich, Voigtländer, Kreuznach 1904, pag. 16 (dilibri.de) Omwille van achterstallig onderhoud werd de toren in januari 2022 een bouwval bevonden. De toren is daarom niet langer toegankelijk.

Externe link De Entersburg in EBIDAT, de wetenschappelijke database van het Europäischen Burgeninstitut (D)

Categorie:Archeologische vindplaats in Duitsland Categorie:Kasteelruïne in Duitsland Categorie:Geschiedenis van Rijnland-Palts