Frans-Gobert d'Aspremont-Lynden (28 januari 1643- 31 januari 1708) was een rijksgraaf van het rijksgraafschap Rekem (Reckheim). Hij was minderjarig toen zijn vader Ferdinand in 1665 overleed. In 1673 werd Frans-Gobert, als oudste zoon, meerderjarig. Hij kon van dan af het bestuur van het rijksgraafschap Reckheim overnemen van zijn voogden. Dat waren monseigneur Frans-Egon van Fürstenberg, prinsbisschop van Straatsburg, broer van de overleden gravin Elisabeth van Fürstenberg; en rijksgravin Henriëtte d’Aspremont-Lynden, prinses-abdis van het Adellijk Stift van Munsterbilzen, zuster van de overleden graaf Ferdinand.
Frans-Gobert was echter door zijn oom Frans-Egon benoemd tot domheer en seculiere kanunnik in verschillende voorname kathedralen, met name in Straatsburg, Keulen, Salzburg en Luik. Later, op het einde van de 17de eeuw, werd hij nog abt-commenditaris van abdij St.-Euroult in Normandië. Omdat hij als kanunnik geen nakomelingen zou krijgen moest het majoraat ingeroepen worden om de troonopvolging in het graafschap te garanderen. Daarom stond hij in eerste instantie zijn eerstgeboorterecht af aan zijn jongere broer Ferdinand-Gobert (1650-1708). Later, toen zijn broer een militaire carrière wilde uitbouwen kwam het bestuur van het rijksgraafschap opnieuw in zijn handen.
Conflict met de clerus miniatuur|Herenstraat 19, locatie van het voormalige karmelietenklooster De rijksgraaf, heerszuchtig en impulsief van aard, nam het niet dat het norbertinessenklooster en de bevoegdheid over het benoemen van de pastoor, zowel in hun eigen kerk (sinds de stichting van het klooster in 1140) als in die van de parochie (sinds 1264) onder het gezag viel van de abdij van Beaurepart. Herhaaldelijk probeerde hij de abt Ambroise Defraine hem het patronaatsrecht over de kerk van Rekem aan hem af te staan. Ook een ruil met het recht van de kerk te Boorsem (Borsheim) weigerde de abt.
Om de macht van de abt te fnuiken nam de rijksgraaf contact op met de provinciaal van de Nederduitse provincie van de minderbroeders om in Rekem een klooster te stichten, maar zonder resultaat. De paters karmelieten was de volgende orde die werd aangesproken. Met resultaat want zij vestigden zich in april 1679 in een klooster aan de Herenstraat met de huidige huisnummers 15, 17 en 19.
Als Frans-Gobert pastoor Ghilsen liet uitdrijven, zelf een pastoor aanstelde en zich bemoeide met de gang van zaken in het norbertinessenklooster merkten de paters dat ze in vroeg of laat zelf zouden betrokken geraken in een conflict met de rijskgraaf. Na amper vijf jaar verkochten ze hun bezittingen en verlieten Rekem.
Familieraad miniatuur|Keizerlijke rechtbank te Speyer Op 31 december 1680 besloten verwanten van Frans-Gobert samen te komen in Luik om een einde te maken aan de onenigheid met de clerus. Men kwam tot een overeenkomst om de rechtsbevoegdheid over de clerus vast te leggen. Frans-Gobert droeg hierbij al zijn rechten over aan zijn vader Ferdinand, met uitzondering van het patronaatsrecht over de kerk van Borsheim (Boorsem).
Ferdinand-Gobert en zijn broers en zussen wisten niet dat Frans-Gobert naar het Reckheims gerecht had gewend. Dat leidde tot lange betwistingen en gerechtszaken. Frans-Gobert voelde zich sterk gezien een keizerlijke privilege uit 1545 bepaalde dat die rechtbank onafhankelijk is van alle rechtbanken behalve die van de keizerlijke rechtbank van Speyer. De abt van Beaurepart maakte dan ook in Speyer een gerechtszaak aanhangig. Ten slotte wendden beide partijen zich tot Rome en de rijksgraaf kreeg ongelijk. Die verbood dan maar de publicatie in Rekem van de Roomse beslissing. Het was pas jaren later dat Ferdinand-Gobert, bij een bezoek aan het hof van Wenen vernam hoe de vork aan de steel zat en dat de onterecht aangestelde kanunnik Meex de pastorie moest verlaten en pastoor Ghilsen op 8 januari 1689 opnieuw parochieherder werd.
Voortgezet conflict In 1700 overleed priorin Jeanne Leclercq van het norbertinessenklooster. Frans-Gobert stuurde bij de aanstelling van haar opvolgster de drossaard naar het klooster en liet het door zijn schutterij omsingelen. De zusters werden verplicht Ursule Elyas, de kandidate van de rijksgraaf te verkiezen alhoewel ze niet tot het klooster behoorde. De abt van de abdij van Beaurepart was aanwezig bij de verkiezing en hij lichtte de prinsbisschop van Luik in. Die besloot om zuster Maria Libert, de voorkeurkandidate van de zusters als priorin aan te stellen. Reckeim reageerde niet hierop en Luik verbood Frans-Gobert de toegang tot alle kerken van zijn bisdom.
De rijksgraaf besloot de toegang tot de kerk, die op zijn domein lag, dicht te metselen zodat er geen andere toegang was dan die via zijn kasteel. Geestelijken en kerkgoederen kregen grondbelasting opgelegd. Jozef Clemens van Beieren besloot op 7 augustus 1703 Frans-Gobert te excommuniceren, samen met zijn drossaard en secretaris. Als Frans-Gobert op 20 december 1703 in Keulen overleed verzoende hij zich met de kerk en werd in de kerk van het norbertinessenklooster begraven.
Categorie:Rekem Categorie:Huis Aspremont Lynden