De vrijheidsbijdrage is een belastingmaatregel om meer geld op te halen voor de krijgsmacht van Nederland. Het is geen aparte belastingmaatregel, maar een belastingverzwaring op de inkomens van burgers en bedrijven.

De vrijheidsbijdrage werd voor het eerst geïntroduceerd in het coalitieakkoord van het minderheidskabinet dat in 2026 werd gevormd door D66, CDA en VVD. De opbrengsten van de vrijheidsbijdrage zou Nederland helpen om aan de NAVO-norm te komen (5% van het bpp) en de kosten van defensie-uitgaven te dekken, wat in de kabinetsperiode 2026-2030 zou oplopen naar 9 miljard euro per jaar.

Financiële gevolgen Voor de belastingverhoging worden de belastingschijven aangepast. Omdat de eerste twee belastingschijven niet heel veel van elkaar verschillen zullen de middeninkomens die meer dan 38.883 euro verdienen op jaarbasis niet meer dan een paar tientjes moeten bijdragen. Voor inkomens boven de 78.426 euro zal een belastingverhoging van een honderd euro per jaar worden doorgevoerd.

De ING-bank waarschuwde in 2026 voor een koopkrachtdaling voor zowel huishoudens als bedrijven. Dit kwam niet alleen door de vrijheidsbijdrage, maar ook door de bezuinigingen op de zorg die dezelfde minderheidsregering gelijktijdig wou invoeren.

Volgens een analyse van vakbond FNV kan de vrijheidsbijdrage relatief zwaarder uitpakken voor lage- en middeninkomens dan voor hogere inkomens. In een berekening van de belastingverhoging voor 2027 concludeert de vakbond dat een werknemer met een modaal inkomen ongeveer €152 extra belasting per jaar betaalt, terwijl iemand met een inkomen van driemaal modaal circa €138 extra betaalt. Volgens de analyse komt dit onder meer doordat de maatregel deels werkt via een lagere indexatie van heffingskortingen, waarvan lagere en middeninkomens relatief meer gebruikmaken.

Categorie:Belasting in Nederland Categorie:Krijgsmacht van Nederland