Het nationaal park Liuwa Plain is een nationaal park in de Western Province van Zambia. Liuwa betekent vlakte in het lokale dialect van het Lozi. De vlaktes dienden oorspronkelijk als jachtgebied voor Lubosi Lewanika, de Litunga (koning of paramount chief) van het Lozi-volk. Het gebied werd in het begin van de jaren 1880 door Lubosi Lewanika aangewezen als beschermd gebied en in 1972, toen de Zambiaanse regering het beheer overnam, als nationaal park. De non-profit natuurbeschermingsorganisatie African Parks beheert Liuwa sinds 2003 in samenwerking met het Department of National Parks and Wildlife en het Barotse Royal Establishment.
De graslanden van het park bieden onderdak aan een verscheidenheid aan grote zoogdieren, waaronder tienduizenden blauwe gnoes, waarvan de jaarlijkse migratie de op één na grootste van Afrika is. Veel voorkomende grote roofdieren zijn onder andere jachtluipaard, gevlekte hyena en leeuw, waarvan de beroemdste een vrouwtje was dat Lady Liuwa heette en het onderwerp was van een documentaire van National Geographic (The Last Lioness) voordat ze in 2017 een natuurlijke dood stierf. Lady Liuwa was de enige leeuw die nog in het gebied over was na jaren van overbejaging, voordat African Parks het beheer op zich nam en extra leeuwen introduceerde om de heropbouw van een troep te stimuleren. Er zijn meer dan 300 vogelsoorten geregistreerd in Liuwa, dat tot voor kort weinig toerisme kende. De dierenpopulaties zijn sindsdien gestabiliseerd, ondanks een afname en lokale uitsterving in de jaren 1990-2000.
Geschiedenis Voordat het nationale park werd opgericht, diende het gebied als jachtgebied voor Lubosi Lewanika (1842–1916), die tussen 1878 en 1916 de Litunga (koning of paramount chief) was van het Lozi-volk in Barotseland. Lubosi Lewanika wees de Liuwa Plain in het begin van de jaren 1880 aan als beschermd gebied.
In 1972 kreeg het gebied de status van nationaal park en nam de Zambiaanse regering het beheer over. Ondanks deze status leidde de toegenomen druk van de mens tot een toename van stroperij in het park. Sinds 2003 beheert African Parks het park in samenwerking met het Department of National Parks and Wildlife (DNPW) en de Barotse Royal Establishment (BRE). De lokale belangstelling voor het behoud van het park en zijn wilde dieren is naar verluidt toegenomen sinds het beheer is verbeterd en de verbinding van het gebied met de Litunga is hersteld.
Toerisme Tot voor kort was het toerisme naar het park beperkt: in 2000 bezochten slechts 50 toeristen Liuwa en in 2014 waren dat er naar verluidt minder dan 800. African Parks en Norman Carr Safaris hebben een luxe lodge en helikopterservice geopend om het park toegankelijker te maken voor toeristen. Het safaribedrijf werkte samen met African Parks om de lodge te financieren, ter waarde van 1,6 miljoen dollar. King Lewanika Lodge, genoemd naar de voormalige Litunga, biedt plaats aan vijftien gasten en bestaat uit zes villa's, waarvan één met twee slaapkamers. In 2016 kondigde Proflight Zambia plannen aan voor regelmatige vluchten tussen Lusaka en Kalabo, waardoor de toegang tot het park verder wordt verbeterd.
Flora en fauna De Liuwa Plain ligt in de Barotse Floodplain en wordt in het noorden begrensd door de Luambimba en in het zuiden door de Luanginga. Het park bestaat voornamelijk uit grasland met een oppervlakte van ongeveer 72 bij 32 km, bezaaid met raffiapalmen en bossen. Geregistreerde grassoorten zijn onder andere Echinochloa stagnina en Vossia cuspidata, die belangrijk zijn voor grazende herbivoren, evenals Baikiaea plurijuga, Guibourtia coleosperma, Peltophorum africanum, Terminalia sericea en verschillende soorten Hyphaene.
Zoogdieren Liuwa herbergt een verscheidenheid aan zoogdieren, waaronder elandantilope, kafferbuffel, oribi, rietbok, roanantilope, rode lechwe, sassaby en de migrerende blauwe gnoes, die zich met tienduizenden verzamelen. De gnoemigratie in Liuwa is de op één na grootste in Afrika.
Een onderzoek uit 1991 registreerde een geschatte populatie van 30.000 blauwe gnoes, 800 sassaby, 1.000 zebra's en 10.000 andere grote zoogdieren, waaronder elandantilopen, buffels, oribi's, rode lechwes, rietbokken en sitatoenga's. Latere onderzoeken wezen op een aanzienlijke afname van de populatie, met mogelijk uitsterven van buffels, elandantilopen, Lichtensteinantilopen en roanantilopen. Dankzij verbeterde beschermingsmaatregelen sinds 2003 is de populatie echter gestabiliseerd. Elandantilopen en buffels zijn opnieuw geïntroduceerd en de zebrapopulatie is gegroeid tot meer dan 4000 exemplaren.
Roofdieren zijn onder andere Afrikaanse leeuw, Afrikaanse luipaard, Afrikaanse wilde hond, gevlekte hyena en jachtluipaard. Volgens de non-profit natuurbeschermingsorganisatie African Parks zijn alle leeuwen in het park, op één na, in de jaren negentig uitgeroeid als gevolg van stroperij en trofeejacht. De enige leeuwin van Liuwa, bekend als Lady Liuwa, werd voor het eerst gesignaleerd in het park in 2002. Sindsdien heeft de organisatie de introductie van verschillende extra leeuwen geleid om een broedende troep in Liuwa te herstellen, waar er in 2022 16 leeuwen zijn. Sinds 2005 wordt het beschermde gebied beschouwd als een Lion Conservation Unit.
In een poging om de soort in het park te herintroduceren, werden eind 2021 elf Afrikaanse wilde honden (acht mannetjes uit Zuid-Afrika en drie vrouwtjes uit Kafue National Park) naar het park overgebracht. De dieren werden in een boma met gescheiden compartimenten gehouden om een band op te bouwen, waarna ze in april 2022 werden vrijgelaten en onmiddellijk als roedel begonnen te bewegen.
Kleinere alleseters in Liuwa zijn onder andere de zebramangoeste en de gestreepte jakhals.
Lady Liuwa en de leeuwenpopulatie thumb|Leeuwin Lady Liuwa in november 2012 thumb|Lady Liuwa Lady Liuwa was de meest prominente bewoner van het park en was het onderwerp van een documentaire van National Geographic die in 2010 werd uitgebracht. Volgens de folklore was de leeuwin een reïncarnatie van Mambeti, een lid van de Lozi-stam die in het park leefde en stierf, en een grootmoeder van verschillende medewerkers die in 2016 nog steeds in het park werkten. Lady Liuwa werd voor het eerst gesignaleerd in het park in 2002 en zou vaak de bossen hebben bezocht waar Mambeti begraven lag.
In 2008, nadat er op natuurlijke wijze geen leeuwen meer naar het park waren teruggekeerd, probeerde African Parks een mannelijke leeuw te introduceren, maar deze stierf tijdens de verhuizing. In 2009 werden twee andere mannetjes opnieuw geïntroduceerd. Beide zouden hebben gepaard met Lady Liuwa, maar zij was onvruchtbaar. De twee mannetjes verlieten Liuwa en trokken naar Angola; één werd gedood door de lokale bevolking en de andere, Nakawa, keerde op eigen kracht terug naar het park. In 2011 werden twee leeuwinnen van Kafue National Park naar Liuwa overgebracht; een van hen werd in 2012 gedood door een val, en de andere, Sepo, moest naar Liuwa worden teruggebracht nadat ze uit het gebied was gemigreerd. Sepo werd gevangen, per helikopter teruggebracht en in een boma geplaatst met Lady Liuwa. Het paar raakte aan elkaar gehecht en werd na twee maanden vrijgelaten. Na de paring met Nakawa beviel Sepo in december 2013 van één mannetje en twee vrouwtjes. Nakawa werd later gedood, mogelijk door vergiftiging. In 2015 werd een onbekende leeuw in het park gezien.
In september 2016 werd in het kader van een samenwerkingsproject tussen African Parks, de Mushingashi Conservancy, het Zambia Carnivore Programme en het Zambiaanse Department of National Parks and Wildlife (DPNW) nog een mannelijke leeuw uit het Kafue National Park naar de Liuwa Plain gebracht. De leeuw raakte gedurende twee maanden bevriend met een andere leeuw in een boma en werd vervolgens vrijgelaten.
Lady Liuwa stierf op 9 augustus 2017 een natuurlijke dood.
Vogels en reptielen In Liuwa zijn 334 vogelsoorten geregistreerd, waaronder verschillende soorten roofvogels, trappen, kraanvogels (waaronder grijze kroonkraanvogel en de bedreigde lelkraanvogel, pelikanen, vorkstaartplevieren en ooievaars. Tot de roofvogels behoren de Afrikaanse zeearend, bateleur, grote torenvalk, palmgier, Pels visuil en vechtarend. Tot de geregistreerde watervogels behoren Afrikaanse dwergeend, Afrikaanse gaper, Afrikaanse maraboe, Afrikaanse nimmerzat, blauwe reiger, driebandplevier, Sharpes reiger, smidsplevier, spoorwiekgans en zadelbekooievaar. Denhams trap, hanenstaartwidavink, moerasfiskaal, oostelijke klapperleeuwerik, pijlstaartglansspreeuw, roodkeellangklauw, roodsnavelleeuwerik, secretarisvogel, senegaltrap, steppevorkstaartplevier en witkeelbijeneter zijn ook aanwezig.
Het Liuwa Plain National Park biedt ook een habitat voor verschillende slangensoorten.
Important Bird Area Het gebied is aangewezen als Important Bird Area door BirdLife International vanwege het belang voor significante populaties van de Afrikaanse lepelaar, bruine amarant, Dickinsons torenvalk, Fülleborns langklauw, Kaspische plevier, kleine torenvalk, koperstaartspoorkoekoek, lelkraanvogel, miombomees, moerasgraszanger, pijlstaartglansspreeuw, roestbuikmees, roodkapkrombek, Sharpes reiger, Souza's klauwier, steppevorkstaartplevier, vlagstaartscharrelaar, witbuikhoningzuiger, witwangstern en zuidelijke witstuitbabbelaar.
Galerij
Liuwa Plain Liuwa Plain Liuwa Plain