Renato Constantino (Manilla, 10 maart 1919 – Quezon 15 september 1999) was een toonaangevende Filipijnse historicus en schrijver. Hij schreef onder meer de geschiedenisboeken A Past Revisited (1975) en The Continuing Past (1978). Deze boeken waren onderscheidend van andere Filipijnse geschiedenisboeken tot dan toe, omdat ze geschreven werden vanuit Filipijns perspectief en dus niet vanuit het standpunt van de voormalige kolonisators of vanuit de Filipijnse elite. In deze boeken komt ook het overkoepelende thema van zijn werk, de voortdurende strijd van de gewone Filipijnse bevolking, duidelijk terug

Biografie Vroege levensloop en carrière Renato Constantino werd geboren op 10 maart 1919 in de Filipijnse hoofdstad Manilla. Zijn ouders waren Amador Constantino en Francisca Reyes. Het stel had naast Renato nog een zoon. Na het voltooien van de Arellano High School studeerde Constantino van 1939 tot 1941 rechten aan de University of the Philippines. In zijn eerste jaar was Constantino hoofdredacteur van de Philippine Collegian, de officiële studentenkrant van de universiteit die traditioneel een belangrijke rol speelt in het politieke en maatschappelijke debat binnen de Filipijnse academische wereld. Het was in deze periode dat hij met zijn scherpe artikelen voor het eerst opviel bij de autoriteiten. De artikelen die Constantino schreef over de oorlogsmisdagen van de Verenigde Staten tijdens de Filipijns-Amerikaanse Oorlog leidden ertoe dat hij werd door de Amerikanen werd gearresteerd en ondervraagd in Fort Santiago in Intramuros. Pas nadat hij uitlegde dat hij alle informatie had gevonden in vrij toegankelijke in de VS gepubliceerde bronnen werd Constantino weer vrijgelaten. Hij verwierf nationale bekendheid door een vlijmscherp commentaar waarin hij waarschuwde voor de dictatoriale neigingen van de toenmalige president van het Filipijnse Gemenebest, Manuel Quezon na diens voorstel van om een eenpartijstelsel in te voeren in het land. Quezon zag zich genoodzaakt afstand te nemen van het voorstel en prees daarbij de schrijfkunsten van Constantino. Na twee jaar studeren voltooide Constantino in 1941 een de opleiding Bachelor of Philosophy aan de University of the Philippines.

Kort na de Tweede Wereldoorlog was Constantino van 1945 tot 1946 columnist voor de Evening Herald. Tevens schreef hij in deze periode ook stukken voor de Sunday Times Magazine en de Sunday Post. Ook was hij in deze periode samen met collega's uit de krantenwereld betrokken bij de oprichting van de Philippine Newspaper Guild. Dit was de eerste Filipijnse vakbond in deze branche en een eerste poging om met alle medewerkers samen een gemeenschappelijk front te vormen tegen het management. Daarnaast gaf hij in 1946 les in politieke wetenschappen aan de University of the Philippines en Arellano College.

In diplomatieke dienst Van 1946 tot 1949, kort nadat de Filipijnen onafhankelijk waren geworden, was Constantino actief als Filipijns diplomaat in New York. Hij was uitvoerend secretaris van de Filipijnse missie en tevens was hij plaatsvervangend Filipijns vertegenwoordiger en adviseur van de Filipijnse delegatie bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. In deze periode zag hij met eigen ogen hoe landen als de Filipijnen op het internationale podium werden geïntimideerd door de grote mogendheden. In 1950 publiceerde hij op basis van zijn ervaring het boek The United Nations. Na afloop van zijn periode in de Verenigde Staten werd hij in Manilla benoemd tot Counsellor, de op twee na hoogste positie op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Zijn carrière als diplomaat kwam echter in 1951 plotseling ten einde toen het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken hem vanwege bedreigingen voor hun belangen kwalificeerde als een politieke radicaal vanwege zijn verzet tegen inmenging in het Filipijnse beleid door de VS en zijn pleidooi om als Filipijnen zelf een onafhankelijk buitenlandse beleid te gaan voeren. Het hielp daarbij niet dat hij onder meer had voorgesteld om diplomatieke banden met de Volksrepubliek China aan te gaan. In de jaren 1950 in de Verenigde Staten vierde het Mccarthyisme immers hoogtij.

Universitair docent en historicus thumb|Het schilderij España y Filipinas van Juan Luna aangekondigd in de periode dat Constantino curator van het Lopez Memorial Museum was Constantino gaf ondertussen ook les op diverse universiteiten. Zo was hij docent politieke wetenschappen en economie aan de Far Eastern University, de Adamson University en Arellano University en 1949 tot 1951. Vanaf 1951 tot 1954 doceerde hij politieke wetenschappen en geschiedenis aan de Far Eastern University. Zijn standpunten begonnen hem echter steeds meer in de weg te staan bij zijn werk. Vanaf 1959 wilde geen universiteit hem meer in dienst hebben en geen uitgever wilde zijn werk uitgeven. Gedurende deze periode werkte hij daarom als ghostspeechwriter en was hij van 1954 tot 1960 werkzaam als economisch analist en beleidsadviseur van een grote suikermaatschappij genaamd Binalbagan Isabela Sugar Company (BISCOM). Van 1960 tot 1972 was hij hoofdcurator van het Lopez Memorial Museum. In deze periode breidde hij de Filipiniana-collectie van het museum uit van 800 tot 40.000 items. Ook speelde hij ook een cruciale rol bij de verwerving van belangrijke kunstwerken, zoals het schilderij España y Filipinas van Juan Luna.

Ook werkte hij in deze periode samen met de nationalistische politici Claro Recto en Lorenzo Tañada, die hij bijstond in hun strijd in het Filipijns Congres tegen de in hun ogen neokoloniale inmenging van de Verenigde Staten, zoals hun aanwezigheid in de Filipijnen op de Amerikaanse militaire basissen. Over beide politici schreef hij jaren later ook een biografie: The Making of a Filipino (1969) over Recto en The Essential Tañada (1989) over Tañada. Constantino bleef ondertussen in de jaren 60 ook schrijven over de toestand van de Filipijnse samenleving. Zo schreef hij in deze periode onder andere de essays The Miseducation of the Filipino en The Filipinos in the Philippines. Deze essays werden uiteindelijk echter pas jaren later gepubliceerd. Ze verschenen echter al wel afzonderlijk op pampletten. Deze essays, maar ook essays als Origin of a Myth, Roots of Subservience, The Filipino Elite, Veneration Without Understanding, Society Without Purpose, Towards a New Past, The New Missionaries, Fascism: Prospect and Retrospect, The Radical Campus Press en Parents and Activists werden veelvuldig gelezen voor door activisten en intellectuelen, met name in de periode aan het begin van 1970 die bekend stond als de First Quarter Storm. In deze periode was er veel onrust en protest tegen de regering van president Marcos, met marsen en demonstraties en eindigde gewelddadig met confrontaties tussen demonstranten en politie.

In de tweede helft van de jaren '60 kwam Constantino langzamerhand weer meer aan het werk bij diverse werkgevers. Vanaf 1967 schreef hij voor Graphic Magazine. Ook doceerde hij vanaf 1969 aan diverse faculteiten van de University of the Philippines, iets dat hij jarenlang zou blijven doen. Ook bij zijn overlijden was hij nog als docent verbonden aan deze universiteit. Vanaf 1970 schreef hij tevens columns de Manila Chronicle. Zijn scherpe commentaren brachten hem ook nu weer in moeilijkheden. Zo zag hij zich kort voor het uitroepen van de staat van beleg door Marcos in 1972 gedwongen om ontslag te nemen bij de Chronicle, waarvoor hij sinds 1970 schreef, toen de hoofdredacteur hem vroeg om zijn toon te matigen bij zijn aanvallen op de president. In datzelfde jaar publiceerde Constantino de The Marcos Watch, een verzameling van zijn kritische krantencolumns van zijn hand. Toen Marcos kort daarna de staat van beleg afkondigde werd hij gearresteerd. Constantino stond enkele maanden onder huisarrest en mocht daarna enkele jaren het land niet meer uit. Hij bleef in die periode wel actief als historicus.

Het geschiedenisboek A Past Revisited (1975) en het vervolg The Continuing Past (1978), dat hij samen met zijn vrouw Letizia Roxas schreef worden wel gezien als zijn belangrijkste werken. Het eerste deel beschrijft de Filipijnse geschiedenis tot de periode van de Gemenebest van de Filipijnen vlak voor de Tweede Wereldoorlog en deel twee gaat over de periode daarna tot aan de regering van president Diosdado Macapagal. Deze geschiedenisboeken waren baanbrekend en onderscheidend van ander Filipijnse geschiedenisboeken tot dan toe, omdat ze geschreven werden vanuit Filipijns perspectief en dus niet vanuit het standpunt van de voormalige kolonisators of vanuit de Filipijnse elite. Constantino beschreef andere helden van de Filipijnse geschiedenis, die volgens hem de ware Filipijnse vrijheidsstrijders waren, zoals bijvoorbeel Macario Sakay en Teodoro Asedillo. Hij werkte met zijn vrouw voor zijn dood nog aan een derde deel over de Filipijnse geschiedenis over de periode-Marcos. Dit deel is er echter niet gekomen door zijn overlijden in 1999.

In 1976 richtte Constantino met zijn vrouw Letizia de Foundation for Nationalist Studies op. Deze stichting had als doel om Filipijns nationalistische projecten te bevorderen en werd na zijn dood hernoemd naar Constantino Foundation. Na de val van Marcos was hij onder meer columnist voor de Daily Globe van 1987 tot 1993, tot de krant na een lange staking noodgedwongen ophield te bestaan. Nadien schreef hij tweemaal per week een column voor de Manila Bulletin tot kort voor zijn dood. De stap om te gaan schrijven voor dit grote enigszins conservatieve Filipijnse dagblad werd gezien als een opmerkelijke. En hoewel zijn columns voor deze krant wat minder uitgesproken waren dan voorheen weken zijn standpunten wel duidelijk af van hun andere columnisten.

Erkenning Later in zijn carrière kwam de erkenning voor Constantino als nationalistisch historicus, wetenschapper en criticus. In 1990 werd door de University of the Philippines onderscheiden met een eredoctoraat in de Rechten. Ook werd hij door het Cultural Center of the Philippines uitgeroepen tot een van de 100 meest vooraanstaande Filipijnen van de afgelopen eeuw op het gebied van kunst en cultuur. In 2001 werd Constantino postuum ook opgenomen op het Bantayog ng mga Bayani (Monument voor helden), ter ere van zijn bijdrage aan de strijd tegen het dictatoriale bewind van Ferdinand Marcos.

Overlijden thumb|right|De naam van Renato Constantino werd in 2001 opgenomen op het Bantayog ng mga Bayani (Monument voor helden), ter ere van zijn bijdrage aan de strijd tegen het dictatoriale bewind van Ferdinand Marcos Na zijn eerste hartaanval op 16 augustus 1998, moest Constantino vijf keer per dag peritoneale dialyse ondergaan. Hij stopte hierdoor noodgedwongen met het schrijven van de twee columns voor de Bulletin. In de periode erna kreeg hij nog diverse hartaanvallen. Na een vierde hartaanval op 14 september 1999 werd hij in allerijl naar het ziekenhuis gebracht, waar hij een dag later op 80-jarige leeftijd overleed aan weer een nieuwe hartaanval. Constantino was getrouwd met Letizia Roxas Constantino, die hem veelvuldig hielp bij het schreven. Samen kregen ze twee kinderen: Renato jr. en Karina Constantino. Kleindochters Kara David en Karmina Constantino werden bekend als televisiejournalist en presentator.

Werken Constantino schreef in zijn carrière tientallen boeken, essays en artikelen.

Boeken The United Nations (1950) Recto Reader (1965) The Filipinos in the Philippines (1967) The Making of a Filipino (1969) Dissent and Counter-Consciousness (1970) The Philippine Insurrection Against the United States, 5 volumes (1971) (redacteur) The Marcos Watch (1972) Identity and Consciousness: The Philippines Experience (1974) A History of the Philippines met Letizia R. Constantino (1975) The Philippines: A Past Revisited (1975) Insight and Foresight (1977) Essays on Philippine Nationalism, Vols. I and II (1977) The Philippines: The Continuing Past met Letizia R. Constantino (1978)