Ariadna Vladimirovna Tyrkova-Williams (Sint Petersburg, 13 november 1869 – Washington D.C., 12 januari 1962) was een Russische schrijver en politicus. Ze was een van de oprichters en leiders van de Constitutioneel-Democratische Partij. Na de Russische Revolutie in 1917 vluchtte ze naar het Verenigd Koninkrijk.

Levensloop Vroege jaren Ze werd geboren als de dochter van de grootgrondbezitter Vladimir Tyrkov. Hij bezat een groot landgoed in Novgorod. Op het gymnasium was Tyrkova bevriend met Nadezjda Kroepskaja, de latere vrouw van Vladimir Lenin. Ariadna Tyrkova studeerde in Sint Petersburg. waar ze haar man, de ingenieur Alfred Borman, leerde kennen. Samen kreeg zij een zoon en een dochter. Na zeven jaar strandde het huwelijk.

Politiek actief Tyrkova had aanvankelijk weinig interesse in politiek, maar haar houding veranderde toen haar broer werd gearresteerd bij Narodnaja Volja, de verzetsgroep die achter de aanslag op tsaar Alexander II van Rusland zat.

Rond 1900 raakte Tyrkova betrokken bij de liberale oppositiegroep van Peter Struve. In 1904 werd zij gearresteerd toen ze vierhonderd exemplaren van de liberale krant Osvobozhedenie (“Vrijheid”) het land binnen wilde smokkelen. Later dat jaar werd Tyrkova opnieuw gearresteerd en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van dertig maanden. Ze vluchtte naar Stuttgart, waar ze bij Peter Struve en zijn gezin woonde. In de Duitse stad, leerde ze de taalkundige en journalist Harrold Williams kennen, met wie ze trouwde. Williams vertrok aan het einde van 1904 naar Rusland, waar hij een baan kreeg als correspondent voor een Britse krant..

Tyrkova kreeg amnestie dankzij het Oktobermanifest en voegde zich in 1905 bij haar echtgenoot. Samen met Ekaterina Kuskova richtte ze de Russische Unie voor Vrouwengelijkheid op. Ze raakte teleurgesteld in de verschillende groepen en sloot zich daarom aan bij de Constitutioneel-Democratische Partij. Dit kwam haar in 1908 op een reprimande van Lenin te staan toen ze zei dat ze niet de wens had om geregeerd te worden door ongeletterde fabrieksarbeiders. Lenin zei dat Tyrkova daarom, zodra de revolutie daar was, een van de eerste zou zijn die aan de lantaarnpaal zou bungelen.

In 1906 trad ze toe tot het Centraal Comité van de partij. Vooral dankzij Tyrkova nam de partij gelijke rechten voor vrouwen op in haar programma. Na de nederlaag van de revolutionaire beweging in 1907 pleitte zij voor een alliantie met andere progressieve groepen in de Doema, en de linkervleugel van de Oktobristenpartij.

De Ochrana, de geheime dienst, doorzocht in 1911 het appartement van Tyrkova en Williams vanwege de verdenking van spionage. Dat was voor het echtpaar reden om een jaar uit te wijken naar Turkije. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zette Tyrkova zich in voor de Russische Unie van Steden, waarbij ze verantwoordelijk was voor de bevoorrading van medische eenheden.

Russische Revolutie Na de uitbraak van de Februarirevolutie in 1917 werd Tyrkova verkozen in de doema]van Petrograd, waar ze fractieleider was van de Constitutioneel-Democratische Partij. In augustus van dat jaar nam ze deel aan de Democratische Conferentie. Een maand later werd ze gekozen in het voorlopige parlement. In augustus 1918 nam ze deel aan de Russische Grondwetgevende Vergadering, die een nieuwe grondwet moest opstellen. Na de machtsovername door de bolsjewieten gaf Tyrkova nog kort de krant Borba uit, totdat deze werd verboden door de nieuwe bolsjewistische regering. Daarna hielp Tyrkova bij de organisatie van het niet-communistische verzet in het zuiden van Rusland, maar in de lente van 1918 vertrok ze naar Groot-Brittannië. In 1919 publiceerde ze een boek over de Russische Revolutie onder de titel From Liberty to Brest-Litovsk.

Latere jaren In 1919 keerde ze samen met haar man terug naar Rusland, naar het gebied dat onder controle stond van generaal Anton Denikin, die leiding gaf aan de Witten. Tyrkova was zelf ook geradicaliseerd en wees het concept van democratie af. Na de nederlaag van Denikin keerde Tyrkova terug naar Groot-Brittannië. In Londen was ze de oprichter van het Russische Bevrijdingscomité. Ze publiceerde een biografie over Aleksandr Poesjkin en – na zijn dood in 1928 – een biografie over haar man.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond Tyrkova zich in Frankrijk. In 1943 werd ze kortstondig door de Duitsers geïnterneerd omdat ze de Britse nationaliteit droeg.

In 1951 emigreerde Tyrkova naar de Verenigde Staten, waar ze haar driedelige memoires publiceerde in het Russisch. In 1962 overleed ze in Washington D.C.. Ze ligt begraven op Rock Creek Cemetery.

Categorie:Russisch politicus Categorie:Russisch schrijver