Jhr. Willem Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer (Groningen, 14 januari 1878 – Den Haag, 31 augustus 1931) was een Nederlands bestuurder. Hij diende achtereenvolgens als burgemeester van de gemeenten Zweeloo, Utingeradeel en Aengwirden.

Zweeloo

Van Andringa de Kempenaer begon zijn loopbaan als burgemeester in de Drentse gemeente Zweeloo, waar hij vijfeneenhalf jaar aan het hoofd stond. Tijdens zijn ambtsperiode zette hij zich in voor de economische belangen van de gemeente, hoewel hij naar eigen zeggen vaak beperkt werd door onoverkomelijke financiële bezwaren. Bij zijn afscheid in 1914 sprak hij de wens uit dat de komst van de geplande tramlijn — die de gemeente zou verbinden met grotere plaatsen — ervoor zou zorgen dat Zweeloo nog lang mocht groeien en bloeien. Utingeradeel

In mei 1914 werd hij benoemd tot burgemeester van de Friese gemeente Utingeradeel. Deze periode (mei 1914 – augustus 1919) werd gedomineerd door de Eerste Wereldoorlog en de bijbehorende distributie van goederen. Volgens de burgemeester zorgde de druk van de distributie ervoor dat hij zijn oorspronkelijke goede voornemens voor de gemeente niet volledig kon uitvoeren.

Bij zijn vertrek merkte de oudste wethouder, J.F. de Zee, op dat de burgemeester zich in Utingeradeel nooit echt thuis had gevoeld en dat er sprake was geweest van verschillende botsingen. Desondanks werd zijn interesse in landbouwzaken geprezen door raadslid P.J. Bottema, zelf oud-voorzitter van de afdeling Utingeradeel van de Friese Maatschappij van Landbouw. Aengwirden

Op 4 augustus 1919 trad hij aan als burgemeester van Aengwirden. Onder zijn leiding, die ruim elf jaar duurde, kwamen belangrijke projecten tot stand zoals een nieuw stratenplan, de stichting van een sportterrein en de aankoop van diverse terreinen. Hij stond bekend als een goed leider van de raadsvergaderingen en toonde veel betrokkenheid bij de belangen van de Heerenveense zakenlieden.

Zijn bestuurlijke periode kende echter ook politieke frictie. Van Andringa de Kempenaer botste regelmatig met de democratische meerderheid in de raad, in het bijzonder over de bestrijding van de werkloosheid. Terwijl de burgemeester stelde boven de partijen te staan in het algemeen belang, meende de SDAP-fractie dat verbeteringen voor de arbeidersklasse vooral waren afgedwongen door de arbeidersbeweging zelf. Ontslag en overlijden

Vanwege aanhoudende gezondheidsproblemen vroeg hij per 1 januari 1930 ontslag aan. Hij was op dat moment reeds te ziek om persoonlijk afscheid te nemen van de raad. Hij overleed op 31 augustus 1931 in Den Haag op 53-jarige leeftijd.

Categorie:Burgemeester van Zweeloo Categorie:Burgemeester van Utingeradeel Categorie:Burgemeester van Aengwirden Categorie:Nederlands persoon in de Eerste Wereldoorlog