Maria Anna von Raschenau (Wenen, 1644/1650 – aldaar, 4 juni 1714) was een Oostenrijks barokcomponiste en koorleidster. Zij woonde na haar jeugdjaren als non in het klooster Sankt Jakob auf der Hülben.
Levensloop Maria Anna was de dochter van Johann Rasch von Raschenau en zijn echtgenote Anna. Beide ouders werkten aan het keizerlijk hof te Wenen. Nadat moeder Anna in 1656 was overleden vroeg Johann met succes om ondersteuning door het hof bij het opvoeden van zijn twee kinderen.
Als kind werd Maria Anna opgeleid in een breed scala aan vakken: Latijn, Spaans, Italiaans, Frans, boekhouden, filosofie, theologie, geschiedenis en muziek. Ook had ze leren koken, naaien en spinnen. Ze bleek over een groot talent voor componeren en zingen te beschikken en bespeelde een zevental instrumenten: orgel, klavecimbel, dwarsfluit, gitaar, luit, viool en viola da gamba.
Op verzoek van haar vader verstrekte het hof in 1669 aan Maria Anna een beurs ter hoogte van 30 florijnen per maand. Daarnaast had zij nog inkomsten als hofmuzikante van keizer Leopold I en zijn echtgenote Margaretha Theresia.
Klooster Rond 1672 trad Maria Anna in bij het Weense klooster Sankt Jakob auf der Hülben. Daar kon ze haar talenten goed in de praktijk brengen: dit klooster stond namelijk bekend om de hoge kwaliteit van de muziek die hier ten gehore werd gebracht. Maria Anna componeerde onder andere muziek voor de festiviteiten op Jacobsdag (25 juli), een dag waarop de keizerlijke familie doorgaans het klooster bezocht. Ze werd in 1710 tevens benoemd tot koorleidster. miniatuur|Het klooster St Jakob auf der Hülben waar Maria Anna intrad als kloosterlinge Haar keizerlijke beurs werd aanvankelijk voortgezet. Keizer Leopold had namelijk besloten dat ze dit inkomen mocht behouden voor de rest van haar leven. Toch werd de beurs na 1677 alsnog ingetrokken, omdat ze die als non niet meer nodig zou hebben. Voor het klooster was dit echter een financiële aderlating, want de beurs werd door het klooster beschouwd als de bruidsschat waarvan Maria Anna's kost en inwoning werden betaald. Hierop besloot het hof om de beurs alsnog te continueren.
Ontevreden vader? Maria Anna's vader Johann had in zijn testament vermeld dat hij meer dan 5000 florijnen was kwijt geweest aan de opleiding van zijn dochter. Uit de tekst lijkt naar voren te komen dat hij niet erg gelukkig was met haar keuze voor het klooster; waarschijnlijk had hij liever gezien dat zijn investering in haar opleiding had geleid tot een sociaal aantrekkelijke positie voor zijn dochter. Haar opleiding was immers geschikt voor een goede positie aan het hof te Wenen of voor het vinden van een goede huwelijkspartner.
Werken Maria Anna Raschenau componeerde in het klooster waarschijnlijk muziek voor de missen, maar deze zijn alle verloren gegaan. Voor de viering van Jacobsdag schreef zij tussen 1694 en 1710 minstens zes grote werken, waarvan een aantal bewaard is gebleven. Het gaat om oratoria en feste teatrali, op libretti van de hofarts Marco Antonio Signorini.
Haar stijl volgde aanvankelijk die van componisten als Antonio Draghi, Pietro Andrea Ziani en keizer Leopold. Vanaf 1703 is er een kentering zichtbaar: in haar compositie Le sacre visioni di S. Teresia gebruikte ze modernere technieken als da capo aria's.
Van Maria Anna zijn de volgende composities bij name bekend:
Gli infermi risanati dal Redentore (1694), oratorium, verloren gegaan Le sacre stimmate di S. Francesco d’Assisi (1695), oratorium I tributi del tempo all’augustissima casa d’Austria (1697), verloren gegaan Il consiglio di Pallade (1697), deels bewaard gebleven Il martirio di S. Giacomo il Maggiore (1699), oratorium, verloren gegaan Le sacre visioni di S. Teresia (1703), oratorium
Mogelijk componeerde ze ook het anonieme werk Trattenimento estivo (1709).
Categorie:Oostenrijks componist