thumb|De oprichting van Quislings nationale regering werd afgekondigd in de vesting Akershus. Aan de linkerkant van de zaal staan Terboven (derde van links) en verschillende Duitse officieren, aan de rechterkant Quisling (derde van rechts) en een aantal van zijn ministers. thumb|Foto van de receptie in het Storting tijdens de Staatswet op 1 februari 1942, toen Josef Terboven, hoofd van het Reichskommissariat Noorwegen, Vidkun Quisling, leider van de Nationale Vergadering (NS), benoemde tot minister-president (premier) en "de nationale regering" installeerde. In werkelijkheid geloofde Terboven dat Quisling nutteloos was, en de Reichskommissar behield zijn positie als dictator van het land tot de bevrijding. Van links naar rechts: Wilhelm Redieß, politiegeneraal en SS-chef in Noorwegen, Terboven, Quisling, Rudolf Schiedermair en Paul Wegener, hoofd van de NSDAP Einsatzstab Noorwegen, die de samenwerking met de NS coördineerde.
De regering van Vidkun Quisling werd gevormd op 1 februari 1942 na de Staatsakte in Akershus op de vesting Akershus in Oslo, tijdens de Duitse bezetting van Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog. Deze regering stond formeel bekend als de 'Nationale Regering' (Noors: Den nasjonale regjering) en functioneerde als de collaborerende regering van de fascistische partij Nasjonal Samling onder leiding van Vidkun Quisling. Hoewel de regering zogenaamd de uitvoerende macht overnam, bleef de feitelijke zeggenschap in handen van het Duitse Reichskommissariat Norwegen, geleid door Josef Terboven.
De regering van Quisling was grotendeels een voortzetten van de commissarische staarsraden die Terboven in september 1940 had ingesteld. Deze raden waren oorspronkelijk bedoeld als tijdelijk bestuur om de weg voor een toekomstige overname door Nasjonale Salmling voor te bereiden. Quisling werd als politiek leider van deze raden aangesteld, en alle NS-leden moesten een persoonlijke eed van trouw aan hem afleggen. Gedurende deze periode werden verschillende maatregelen doorgevoerd die de ideologie van NS weerspiegelden, zoals hervormingen van het arbeidsrecht, het strafrecht, het rechtssysteem en het politieapparaat, evenals de introductie van nationaalsocialistische idealen in de culturele en publieke sector.
Na de officiële instelling van de Nationale Regering in 1942 nam Quisling de bevoegdheden van koning en parlement tijdelijk over. Hij beschouwde dit als een belangrijke stap naar Noorse onafhankelijkheid onder zijn gezag, hoewel het regime in werkelijkheid een marionettenregering van nazi-Duitsland bleef. Quisling probeerde de Duitse bezetting te beëindigen en streefde naar een vredesverdrag waarbij Noorwegen soevereiniteit zou behouden en tegelijkertijd politiek en economisch zou worden verbonden met Duitsland. Veel van zijn plannen, waaronder een uitgebreidere Noorse staat en samenwering in een pan-Europees systeem onder Duitse leiding, werden door Adolf Hitler afgewezen.
Het beleid van de regering van Quisling werd gekenmerkt door repressieve maatregelen tegen politieke tegenstanders en Joden, de invoering van nationale dienstplicht en grootschalige hervormingen in het onderwijs. Zo werden scholen tijdelijk gesloten en werden circa 1.100 leraren gearresteerd en naar Duitsland of Kirkenes gedeporteerd. Deze maatregelen leidden tot wijdverspreid verzet in de Noorse samenleving en conflicten met de Kerk van Noorwegen.
De regering van Quisling bleef aan tot de bevrijding van Noorwegen op 8 mei 1945. Na de capitulatie van Duitsland werden Quisling en vier van zijn ministers gearresteerd. In het Noorse hoogverraadproces werden vier ministers, waaronder Quisling zelf, ter dood veroordeeld wegens landverraad. De overige leden kregen van de regering voornamelijk langdurige gevangenisstraffen.
De val van de collaborerende regering markeerde het einde van de directe NS-invloed op het Noorse bestuur en de terugkeer van het constitutionele gezag.
Categorie:Tweede Wereldoorlog in Noorwegen