miniatuur|Montrichard gezien vanaf het zuiden, met de Sainte-Croixkerk en de ruïne van het kasteel Montrichard (gemeente Montrichard Val de Cher in het Franse departement Loir-et-Cher) was in de middeleeuwen een ommuurde stad die verder verdedigd werd door een kasteel op een heuvel. Van de vestingwerken van Montrichard resten delen van het kasteel, waaronder de ruïne van de donjon die 67 meter boven de Cher uittorent. Deze donjon is beschermd als historisch monument. De stadsmuur met zijn vier stadspoorten is volledig afgebroken.

Geschiedenis miniatuur|Donjon miniatuur|De brug over de Cher met Montrichard op de achtergrond Graaf Fulco III van Anjou bezat hier een gebied als enclave in Touraine. Om zijn aanspraak op het gebied kracht bij te zetten, koos hij een rotsheuvel boven de Cher uit als lokatie voor een kasteel. De bouw vond plaats tussen 1005 en 1010. Voor de bouw van het kasteel liet hij het dorp Mont Reveau op de heuvel afbreken. Het was een mottekasteel dat waarschijnlijk bestond uit een houten toren en een omheining bestaande uit houten palen. Dit bouwwerk, dat de naam Monrichard kreeg, lag waarschijnlijk ten noorden van de huidige donjon, buiten de latere stadsomwalling. Het kwam tot een oorlog met Eudes van Tourraine over dit kasteel, die gewonnen werd door Fulco III. Op de heuvelwand onder het kasteel Montrichard liet hij ook een kapel bouwen, de Sainte-Croix, waaraan hij een reliek van het Heilig Kruis schonk dat afkomstig was uit het Heilige Land en voordien bewaard werd in het klooster van Beaulieu-lès-Loches.

Bouw Tussen 1110 en 1128 liet Hugues I van Amboise, een vazal van de graaf van Anjou en heer van Montrichard, een stenen burcht bouwen op de rotsheuvel. Dit kasteel bestond uit een donjon en een weermuur die omgeven was door een gracht. Onderaan de heuvel werd een tweede muur gebouwd die verbonden was met de donjon. De bouwde duurde naar verluidt maar een jaar. miniatuur|Stenen projectiel afgeworpen door een Franse mangonel in 1188 miniatuur|Sainte-Croixkerk

Hendrik II van Engeland, hertog van Anjou, liet een brug bouwen over de Cher. Het ging aanvankelijk om een versterkte brug. In juli 1188 legde koning Filips II van Frankrijk in zijn oorlog tegen de Plantagenets het beleg van Montrichard. Het kasteel werd verdedigd door 42 ridders en driehonderd krijgslieden. De Franse belegeraars groeven tunnels in de tufsteen van de rotsheuvel. Door vuur lieten zij de gangen instorten waardoor een deel van de weermuur instortte. Zo kon het kasteel na een beleg van twee maanden worden ingenomen en kwam Montrichard opnieuw in Frans bezit.

In de dertiende eeuw werd een derde muur gebouwd als stadsmuur van de plaats Montrichard die tussen het kasteel en de rivier was ontstaan. Deze muur telde vier poorten: de Porte au Roi in het noorden, de Porte du Pont in het zuiden aan de brug over de Cher, de Porte Chanvre in het oosten en de Porte Peinte in het westen.

Koninklijk kasteel In 1356 bij het begin van de Honderdjarige Oorlog werd het kasteel van Montrichard belangrijk voor de Fransen. Zij gebruikten het kasteel als steunpunt van waaruit troepen naar Poitou werden gestuurd. In 1422 verbleef de Franse kroonprins, de latere Karel VII, voor het eerst in het kasteel van Montrichard tijdens zijn strijd tegen de Bourguignons. Hij verbleef daarna nog verschillende keren in de donjon, waar hij hof hield op het gelijkvloers. Hij vertrouwde de verdiepingen niet nadat daar een keer een deel van de houten vloer was ingestort. Rond 1436 liet de kroonprins, de latere koning Lodewijk XI, het kasteel versterken. Hij was op dat moment in opstand tegen zijn vader. Hij liet de muren herstellen en een ronde toren op de zuidoostelijke hoek van het kasteel bouwen. Deze toren telde vier verdiepingen en had in kelder een opslagruimte waar 75 ton graan kon worden opgeslagen. Dit was voldoende om duizend mensen gedurende zes maanden te voeden tijdens een beleg. Als koning verbleef Lodewijk XI vanaf 1461 regelmatig in het kasteel. Hij liet koninklijke vertrekken bouwen naast de donjon. Op 3 november 1473 werd het huwelijk van zijn dochter Anna met Peter II van Bourbon gevierd in de kasteelkapel. Ook het huwelijk op 8 september 1476 van zijn dochter Johanna met Lodewijk van Orléans, de latere koning Lodewijk XII vond plaats in de Sainte-Croixkapel.

Verval In september 1589 kwamen Montrichard en zijn kasteel in handen van de Heilige Liga. In november van dat jaar nam koning Hendrik IV het kasteel opnieuw in. Hij dreigde ermee alle inwoners van Montrichard te laten opknopen omdat zij de zijde van de Heilige Liga hadden gekozen. En als straf liet hij twaalf voet van de donjon afbreken. Het kasteel was tegen dan al niet meer in gebruik als residentie van de heren van Montrichard. Jacques de Beaune (1452-1527) had als heer van Monrichard het meer gerieflijke Hôtel d'Effiat (ook Grand Maison) laten bouwen in het centrum van de stad.

Zo raakte het kasteel in verval. In 1749 stortte een toren van de weermuur tussen de Porte au Roi en de kapel in. In november 1753 stortten de bouwvallige koninklijke vertrekken in en het puin vernielde de noordelijke zijde van de Sainte-Croixkapel. Het herstel van de schade aan het kerkgebouw was klaar in 1757. Vanaf 1767 werden delen van de stadsmuur afgebroken. Tijdens de Franse Revolutie werd het kasteel deels afgebroken. Uit de stenen van de donjon werd salpeter gewonnen voor de productie van buskruit. In juni 1794 werd de vier stadspoorten afgebroken. Op 4 juli 1877 werd de ruïne van de donjon beschermd als historisch monument.

In juni 1940 had Franse leger zich teruggetrokken achter de Cher. Toen de Duitsers artillerie plaatsten in het kasteel, werd dit onder vuur genomen door de Franse artillerie. Bij dit bombardement werd de vijftiende-eeuwse toren op de zuidoostelijke hoek van het kasteel vernield.

Beschrijving miniatuur|De kasteelsite miniatuur|Gevangeniscellen in de donjon De vierkanten donjon had massieve stenen muren die aan de basis drie meter breed waren en geflankeerd waren door steunberen. De toren bezat op de gelijkvloerse verdieping opslagruimten en ruimten gebruikt als gevangenis. Erboven waren er drie verdiepingen. Een verdieping was ingericht als woonvertrek voor de kasteelheer, voorzien van een haard en boogvensters. Bovenaan was de toren voorzien van een rondgang en kantelen. De twaalfde-eeuwse weermuur van het kasteel omvatte de donjon en ook de latere koninklijke vertrekken, die gebouwd waren tussen de donjon en de kapel. De tweede weermuur lag lager op de heuvel en omvatte onder meer de kapel.

De stadsmuur van Montrichard was tussen zeven en acht meter hoog en had de vorm van een onregelmatige vierhoek. De zuidelijke zijde werd gevormd door de Cher. In het midden van de noordelijke zijde stond het kasteel van Montrichard. Zowel de westelijke en de noordwestelijke zijde, als de oostelijke zijde werden naast een muur verdedigd door een gracht. Een beek stroomde voor de westelijk muur en de Porte Peinte, de Ruisseau de la Fontaine de l'Aulne. Enkel de noordoostelijke zijde was niet omgeven door een gracht. Hier lag de kasteelheuvel. De weg tussen Tours en Bourges liep van west naar oost door de stad en vormde er de hoofdstraat, de huidige Rue Nationale. In de westelijk muur stond de Porte Peinte en in de oostelijke muur de Porte Chanvre. De weg tussen Blois en Loches liep van noord naar zuid door de stad en over de brug over de Cher. Het verkeer uit het noorden kwam de stad binnen via de Porte au Roi die ten westen onder het kasteel stond aan de huidige Rue de la Porte au Roi. Deze weg liep vervolgens rond de kasteelheuvel om daarna terug naar het zuiden te draaien en via de Porte du Pont en de brug over de Cher de stad te verlaten.

Resten miniatuur|Weermuur van het kasteel met kantelen De donjon is bewaard als ruïne. De toren bezit geen vloeren meer. Ook delen van de weermuur zijn bewaard. In 1997 werd op de plaats van de verdwenen zuidoostelijke toren de graanopslagplaats ontdekt, die oorspronkelijk onder de toren lag. Het kasteel kan bezocht worden als museale site.

De Sainte-Croixkapel, de vroeger kasteelkapel, werd in 1755 de parochiekerk van Montrichard en bleef in deze hoedanigheid bewaard. De kerk kreeg in de negentiende eeuw een nieuw portaal en een kerktoren.

De brug over de Cher maakte als versterkte brug deel uit van de stadsversterkingen. Aan de overzijde van de Cher was er een versterkte toren die de toegang tot de brug verdedigde. Aan de stadszijde stond de massieve Porte du Pont. In vredestijd dienden deze versterkingen om tol te heffen op het verkeer over de brug. In de zeventiende eeuw werd de versterking aan de overzijde van de Cher afgebroken en op de funderingen werd een tolhuis gebouwd. Ook de pijlers verloren toen hun defensieve uiterlijk. Van de oorspronkelijke twaalfde-eeuwse brug resten nog enkele pijlers.

De stadsmuren en de vier poorten werden afgebroken. De vorm van de stadsmuur is nog zichtbaar in het stratenplan van Montrichard en er zijn ook nog enkele sporen zichtbaar op de Boulevard Philippe Auguste en de Quai Jean Bart. Van de Porte Chanvre is nog een overblijfsel zichtbaar tussen huisnummers 104 en 106 op de Rue Nationale.

Een maquette van het kasteel in oorspronkelijke toestand is te zien in het Musée d’éthnologie des Amis du Vieux Montrichard.

Categorie:Montrichard Val de Cher Categorie:Bouwwerk in Loir-et-Cher Montrichard