Paolo Scalabrini (Lucca of Bologna, 1713 - Lucca, 1803 of 28 februari 1806) was een Italiaanse componist en kapelmeester. Een belangrijk deel van zijn muziekcarrière vond plaats in de Deense hoofdstad Kopenhagen.
Levensloop Scalabrini werkte vanaf 1742 als kapelmeester in het reizend operagezelschap van Pietro Mingotti. Dit gezelschap verbleef sinds 1736 in Graz, waar het samen met het gezelschap van Petro's broer Angelo Mingotti Italiaanse opera's uitvoerde. In 1742 echter besloot Pietro om met zijn gezelschap Graz weer te verlaten en in diverse Duitse en Oostenrijkse steden opera's op te voeren. Kapelmeester Scalabrini was verantwoordelijk voor zowel het schrijven als arrangeren van de opera's.
Kapelmeester aan het Deense hof Eind 1747 kwam het gezelschap van Pietro Mingotti aan in Kopenhagen, waar het door het Deense koninklijk hof was ingehuurd om Italiaanse opera's uit te voeren. Dit werd al snel een groot succes, waarbij Scalabrini indruk maakte op het hof dankzij zijn grote kwaliteiten als musicus en componist. Dit leidde er toe dat hij op 15 juli 1748 werd benoemd tot hofkapelmeester. Hij volgde hier Johann Adolph Scheibe op, die als tegenstander van de moderne Italiaanse opera zich niet kon handhaven en moest vertrekken. In datzelfde jaar trouwde Scalabrini ook nog met de sopraan Grazia Mellini, die haar man volgde naar het koninklijk hof en daar als zangeres werd aangenomen.
Met het oog op de opening van een nieuw operahuis te Kopenhagen startte Scalabrini in 1749 met zijn eigen zangschool. Op deze manier kon hij zelf de benodigde operazangers opleiden.
Componeren en reizen Scalabrini bleef tot 1753 de functie van kapelmeester uitoefenen, waarna Giuseppe Sarti - die op dat moment werkte voor Pietro Mingotti - hem opvolgde. Scalabrini bleef aanvankelijk nog wel in Kopenhagen, waar hij diverse werken componeerde en zich met zijn zangschool bezig hield. In 1756 ging hij echter op reis en maakte muziektournees door Europa. Na twaalf jaar keerde hij weer terug in Kopenhagen, waar hij aan de slag ging als kapelmeester van het operagezelschap dat hij zelf in Italië had samengesteld. Een van de leden van dit gezelschap was de zangeres Teresa Torri.
In 1775 moest koninklijk kapelmeester Giuseppe Sarti uit Denemarken vertrekken. Scalabrini volgde hem op en werd dus voor de tweede keer kapelmeester aan het Deense hof.
Terugkeer naar Italië Op 1 februari 1781 overleed Scalabrini's echtgenote Grazai. Hij besloot nu om terug te keren naar Italië. Hier hertrouwde hij met Teresa Torri, de zangeres uit zijn operagezelschap.
Op 28 februari 1806 overleed Scalabrini in Lucca.
Werken Scarabini schreef meerdere opera's, zangspelen en intermezzi. Voor zijn opera's gebruikte hij soms delen van composities van andere componisten. Vanaf 1753 - toen hij door Sarti als kapelmeester werd vervangen - richtte hij zich meer op het intermezzo en de komische opera.
In 1758 werd zijn compositie Den belønnede Kjærlighed uitgevoerd, het eerste zangspel in de Deense taal; het betrof overigens een vertaling van een oorspronkelijk Italiaanse tekst. Hierna volgden er ook composities die direct op een Deense tekst waren geschreven, zoals Geniernes Fest (1760) en Oraklet (1776). De muziek van Koerlighed uden strømper (1773) schreef hij voor het gelijknamige toneelstuk van de Noor Johan Herman Wessel.
Scalabrini schreef tevens composities voor speciale gebeurtenissen, zoals cantates voor de verjaardag van de Deense koning in 1771 en 1772.
Hieronder volgt een selectie van Scalabrini's composities:
Oronte re de sciti (1742), opera Giuseppe riconosciuto (Bologna, 1742), oratorium Antigono (Praag, 1744), dramma per musica Adriano (Kopenhagen, 1749), dramma per musica Il marito vizioso (Kopenhagen, 1750), intermezzo Koerlighed uden strømper (1773), muziek bij het gelijknamige toneelstuk Oraklet (1776), opera
Categorie:Italiaans componist