De okroeg Artvin (Russisch: , ; Georgisch: , ) was een bestuurlijke eenheid van het onderkoninkrijk van de Kaukasus van het Russische Rijk.

Geografie miniatuur|De weg Batoemi - Artvin door de kloof van de Tsjorochi (begin 20e eeuw). De okroeg grensde in het noorden aan Batoemi, in het oosten en zuiden aan de Kars en in het zuiden en westen aan Lazistan van het Ottomaanse Rijk. In 1912 was de okroeg afgerond 2.875 vierkante werst groot (3.272 km²). Het gebied was historisch onderdeel van de Georgische cultuur-historische vorstendom Klardzjeti.

Artvin is een bergachtig gebied, doorsneden door de uitlopers van de Kleine Kaukasus en werd rondom op natuurlijke wijze begrensd door gebergtes, terwijl het centrale deel onderdeel was van het Tsjorochi-bekken, met diepe kloven in het westen. De noordelijke grens met de okroeg Batoemi werd gevormd door bergen van meer dan 3500 meter hoog. In het oosten werd de okroeg van de oblast Kars gescheiden door het Arsiani-gebergte. De zuidelijke grens met Turkije werd bepaald door het Pontisch Gebergte.

Door de gematigde hoogte en de beschutting tegen de wind was het klimaat er warm en groeiden er zuidelijke vruchten, zoals olijven. De overvloed aan neerslag zorgde voor weelderige vegetatie, met name in het westelijke deel dat de meeste neerslag ontving vanaf de Zwarte Zee. Tegelijkertijd waren er in Artvin weinig bossen. Loofbomen met veel klimplanten overheersten in de lagere bergzone, terwijl naaldbomen hogerop de overhand hadden. In het binnenland van Artvin groeiden jeneverbessen.

Geschiedenis miniatuur|Ardanoetsji (Artanoedzji) was een historisch Georgisch fort en koninklijke residentie tijdens het vorstendom Klardzjeti in de middeleeuwen. In 1878 kwam het weer in de Georgische invloedssfeer en werd een districtscentrum in de okroeg Artvin. Foto medio 1878 door Dimitri Ermakov. De okroeg, een militair district, werd op 20 september 1878 (O.S.) opgericht als een van de bestuurlijke deeleenheden in de oblast Batoemi, die op datzelfde moment werd opgericht. Dit was een direct uitvloeisel van de Russische verovering en annexatie van delen van Oost-Anatalië in de Russisch-Turkse Oorlog van 1877-1878.

Het gebied werd bij de Vrede van Berlijn samen met de naburige oblast Kars aan Rusland toegekend. De naamgevende plaats Artvin werd het bestuurlijk centrum. Na de Russische annexatie vertrokken veel inwoners. Het gebied werd voornamelijk bewoond door Turken en moslim-Georgiërs (Laz en Adzjaren).

Bestuurlijke herindelingen De Russische regering wilde het nieuw geannexeerde gebied grootschalig koloniseren, maar na enkele jaren was het tsaristische regime niet tevreden over het tempo hiervan en besloot ze op 12 juni 1883 de aparte bestuurlijke status van de oblast Batoemi op te heffen om kosten te besparen. De okroegen Artvin en Batoemi werden bij het gouvernement Koetais gevoegd.

De onderkoning van de Kaukasus Grigory Golitsin (1896-1904) was hier tegenstander van en voerde campagne om dit weer ongedaan te maken. Hij was ervan overtuigd dat de bestuurlijke vereniging van deze gebieden met west-Georgië het nationale zelfbewustzijn van de moslim-Georgiërs zou vergroten en de eenwording van de Georgiërs zou versterken. Op 17 maart 1903 tekende keizer Nicolaas II een decreet om de oblast Batoemi per 1 juni van dat jaar te herstellen als aparte bestuurlijke eenheid met de okroegen Artvin en Batoemi.

Betwist met Turkije De Russische Revolutie van 1917 maakte een einde aan het keizerlijke Rusland, alsmede de deelname van Rusland aan de Eerste Wereldoorlog. Dit had ook gevolgen voor de Kaukasusveldtocht en het Ottomaans-Russische grensgebied. Bij het vrede van Brest-Litovsk van 3 maart 1918 stond bolsjewistisch Rusland de oblasten Kars en Batoemi af aan Turkije, en daarmee ook het gebied van Artvin. In dezelfde periode vormde de Georgische staat zich. De Georgiërs erkenden het verdrag van Brest-Litovsk niet.

Tijdens de vredesconferenties van Trabzon en Batoemi in het voorjaar van 1918 probeerden Georgische onderhandelaars deze overdracht van territorium ongedaan te maken. Om de druk op te voeren bezetten Ottomaanse troepen in april 1918 de oblast Batoemi en daarmee ook Artvin. Op 26 mei 1918 werd de Democratische Republiek Georgië uitgeroepen en een week later werd het verdrag van Batoemi met de Turken ondertekend waarin de Georgische republiek onder meer Artvin afstond in ruil voor erkenning van hun staat.

Met deze ontwikkelingen kwam een feitelijk einde aan de okroeg Artvin. Na de capitulatie van Turkije in de Eerste Wereldoorlog met de wapenstilstand van Mudros in oktober 1918 werd Artvin eerst onderdeel van het Brits mandaatgebied Batoemi. In juli 1920 droegen de Britten het gezag over aan Georgië. Rusland erkende in het Russisch-Georgische verdrag van 7 mei 1920 Artvin als onderdeel van Georgië, maar tijdens de Sovjet-verovering van Georgië in februari-maart 1921 bezette Turkije op 23 februari 1921 Artvin en Batoemi.

In 1921 werd Artvin definitief aan Turkije overgedragen middels het Russisch-Turkse Verdrag van Moskou, wat bestendigd werd in het Verdrag van Kars, waarin de grenzen in het Sovjet-Turkse grensgebied werden vastgelegd. Het grootste deel van de okroeg Batoemi bleef wel Georgisch als de autonome republiek Adzjarië.

Bestuurlijke indeling miniatuur|De stad Artvin was het bestuurlijk centrum. De okroeg was ingedeeld in gemeentelijke districten (oetsjastok), ook wel politiedistricten genoemd, namelijk Artvinski, Ardanoetsjski en Sjavsjeto-Imerchevski. De nummers I tot III in de tabel verwijzen naar de nummers op de etnografische kaart in de infobox en de bijbehorende census van 1886.

Bestuurlijke onderverdeling okroeg Artvin District Centrum Opp.(werst²) Inwoners 1886 1912 Artvin (hoofdplaats) 6.442 7.551 I Artvinski Artvin 1.120 12.919 12.804 II Ardanoetsjski Ardanoetsji 685 14.754 18.336 III Sjavsjeti-Imerchevski Satlel 1.070 18.319 23.780 Totaal 2.875 52.434 62.471Verantwoording data: Volkstelling Transkaukasus 1886; Kaukasische kalender 1913.

Demografie Volgens de Russische volkstelling van 1897 woonden er op dat moment 56.140 mensen in het gebied van de okroeg Artvin. In 1912 waren dat er 64.916. Demografie van okroeg Artvin Jaar Totaal Georgiërs Armeniërs Turken Russen Koerden 1886 52.434 17.814(34,0%) 7.775(14,8%) 26.395(50,3%) - 154(0,3%) 1897 56.140 5.521(9,8%) 7.819(13,9%) 41.468(73,9%) 1.022(1,8%) 112(0,2%) 1912 64.916 14.565(22,4%) 10.172(15,7%) 38.715(59,6%) 712(1,1%) 83(0.1%)Verantwoording data: Volkstelling Transkaukasus 1886; Russische volkstelling van 1897; Kaukasische kalender 1913.

Etniciteit en religie De okroeg Artvin kende een gemengde bevolkingssamenstelling met een meerderheid aan Turken, maar ook een aanzienlijk aantal Georgiërs (Adzjaren) en Armeniërs. Door de voormalige Ottomaanse heerschappij over het gebied waren de Turken en grotendeels geïslamiseerde Georgiërs de grootste bevolkingsgroepen.

Als gevolg van deze bevolkingssamenstelling was de islam de grootste religie in de provincie (bijna 84 procent), gevolgd door de Armeens-Katholieke Kerk (acht procent) en de Armeens-Apostolische Kerk (zes procent), de oosters-orthodoxe kerk (twee procent).

Zie ook Onderkoninkrijk van de Kaukasus (1801-1917)

Referenties

Categorie:Onderkoninkrijk van de Kaukasus (1801-1917)