thumb|De kruidlaag van de meeste bossen is anders in de laatste paar meter aan de rand van het bos, zoals hier, waar zich een nitrofiele zoom heeft ontwikkeld. Met een randeffect bedoelt men in de ecologie het verschijnsel dat een bepaalde zone langs de rand van een gebied of plek qua standplaatsfactoren afwijkend is ten opzichte van de rest van het gebied of de plek.

Voorbeeld Een veelvoorkomend voorbeeld van het randeffect is te zien op graslandpercelen met een natuurfunctie. Vaak is – ook buiten het fenologisch optimum – vanaf een afstand al te zien dat de buitenste randzone van het perceel dat grenst aan een sloot, weg of bos een hogere trofiegraad heeft, meer gebufferd is, of ruiger is, met een hoger aandeel storingssoorten. Langs sloten is de oorzaak hiervan vaak dat er extra stikstof beschikbaar is vanwege de periodieke slootschoning (hekkelen, waarbij het materiaal op de slootoever blijft liggen). Langs de weg is buffering van plaveisel of een gruispad bijvoorbeeld de oorzaak. Langs bossen is het veelal het strooisel van het bos dat meer accumuleert langs de rand.

Zie ook Ver-thematiek Vegetatiezonering Bufferstrook (landbouw) Vicinisme (vegetatiekunde)

Externe link Het begrip 'randeffect' op Ecopedia

Categorie:Ecologie