Giovanni Battista Locatelli (Milaan, 7 januari 1713 - na 1790) was een Italiaans impresario en librettist. Hij speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Italiaanse opera in Praag en Rusland. Over zijn geboortedatum en -plaats bestaat overigens enige onduidelijkheid en er zijn meerdere mogelijkheden: waarschijnlijk is hij geboren op 7 januari 1713 in Milaan of Venetië, maar ook Bergamo rond het jaar 1715 wordt in documenten genoemd.

Operagezelschap In 1741 was Locatelli werkzaam als dichter aan het hof te Bonn.

In 1744 werd hij lid van het reizende operagezelschap van Pietro Mingotti. Hij verzorgde voor Mingotti het libretto van Filippo Finazzi's intermezzo Il matrimonio sconcertato, per forza del Bacco (1744) en de opera Diana nelle selve (1745). Beide composities werden in Praag opgevoerd.

Locatelli besloot nu om een eigen operagezelschap te beginnen, in directe concurrentie met Mingotti. Hij huurde daarom van 1748 tot 1757 het Praagse Kotzentheater waar hij zijn eigen producties kon opvoeren. Locatelli zou zich in deze jaren ontwikkelen tot de spil van het Praagse operaleven.

Het operaseizoen van Praag speelde zich vooral af tussen de herfst en het carnaval. Hierdoor had Locatelli de mogelijkheid om de andere helft van het jaar ook elders actief te zijn. Zo verzorgde hij opera-uitvoeringen tijdens de paasmarkt van Leipzig (vanaf 1751) en in de zomerperiode te Dresden (vanaf 1754). Ook was hij te vinden in Hamburg (1755).miniatuur|Het Kotzentheater te Praag, waar Locatelli zijn producties uitvoerde Giacomo Casanova heeft geschreven over zijn ontmoeting met Locatelli in 1753 in Praag. Hij omschreef de impresario als een vaderfiguur voor zijn medewerkers en vrienden. Tevens was hij een groot liefhebber van lekker eten.

Hoge kwaliteit Locatelli streefde naar een hoge kwaliteit en indrukwekkende uitvoeringen. Hij trok daarom goede zangers en zangeressen aan: zo wist hij Rosa Costa en zijn eigen echtgenote Giovanna della Stella los te weken van Mingotti's gezelschap en contracteerde hij ook Catarina Fumagalli.

Componist Christoph Willibald Gluck diende enkele seizoenen als kapelmeester van het gezelschap: hij dirigeerde onder andere zijn eigen opera's Ezio (1750), Issipile (1752) en Ipermestra (1750).

Locatelli richtte zich vanaf 1751 vooral op de Venetiaanse opera buffa, met succesvolle uitvoeringen in Praag en Dresden.

Financiële problemen, oorlog en Rusland De hoge eisen die Locatelli aan zijn operaproducties stelde, waren kostbaar en hij geraakte dan ook in de financiële problemen. In 1756 brak ook nog eens de Zevenjarige Oorlog uit en een jaar later werd Praag belegerd, waarbij de decors en kostuums van Locatelli's gezelschap grotendeels verloren gingen.

Locatelli had reeds een uitnodiging gekregen van tsarina Elisabeth om in Rusland te komen werken. Vanwege de oplopende problemen in Praag was het voor hem nu een goed moment om op deze uitnodiging in te gaan. De door grote schulden geplaagde Locatelli vluchtte daarom met zijn gezelschap naar Sint-Petersburg, destijds de hoofdstad van Rusland.miniatuur|De uitvoering van de opera Ezio in 1750 Carrière in Rusland Locatelli kwam met zijn gezelschap van dansers en zangers in de loop van 1757 aan in Sint-Petersburg. Hun eerste concert vond plaats op 3 december, als onderdeel van de festiviteiten rondom de verjaardag van Elisabeths troonbestijging. Locatelli voerde die avond de pasticcio Il retiro degli dei op, gecomponeerd door Giovanni Marco Rutini op een tekst van Locatelli.

In Sint Petersburg kreeg Locatelli een contract waarin was vastgelegd dat hij wekelijks een muziekuitvoering speciaal voor het tsaristische hof moest produceren. Daarnaast mocht hij twee keer per week ook een voorstelling geheel naar eigen inzicht en voor het gewone publiek programmeren.

Vanaf februari 1758 kon hij het operarepertoire uitbreiden met komische opera's en balletten dankzij de komst van Antonio Sacco's dansgezelschap. Locatelli was ook degene die in Rusland de opera buffa introduceerde.

Het succes van Locatelli betekende de teloorgang van andere gezelschappen die in Sint-Petersburg actief waren. Het Duitse gezelschap van Johann Peter Hilverding week in 1758 uit naar Tallinn, terwijl het Franse gezelschap van Le Sieur de Sérigny langzaam werd ontbonden. Ook Francesca Araia zette een punt achter zijn muziekactiviteiten.

Avontuur in Moskou In 1759 verlegde Locatelli zijn aandacht naar Moskou. Hij had in deze stad met overheidssubsidie zijn eigen theater geopend en hij liet uit Italië nieuwe zangers en een dirigent overkomen. Tijdens de opening in februari werd Baldassare Galuppi's opera La calamità de’ cuori opgevoerd.

Locatelli hoopte in Moskou eenzelfde succes te behalen als in Sint-Petersburg, maar dat viel tegen: het publiek liet het al snel afweten. Om aan extra inkomsten te komen organiseerde hij gemaskerde bals en bij de universiteit van Moskou tekende hij een contract om studenten Europese theaterteksten te laten vertalen. Financieel ging het echter bergafwaarts en Locatelli zag zich in 1761 genoodzaakt de opera-uitvoeringen in Moskou te staken, waarna de onderneming failliet ging.

Neergang Na het mislukte avontuur in Moskou ging het ook in Sint-Petersburg minder voorspoedig en Locatelli raakte een deel van zijn medewerkers kwijt. De dood van tsarina Elisabeth eind 1761 maakte de situatie extra lastig, want nu was hij zijn grootste weldoenster - en subsidieverstrekker - kwijt. Hij verloor begin 1762 ook nog eens het beheer over zijn theater. miniatuur|De rode herberg In 1763 schreef Locatelli de serenade Il consiglio delle muse voor de verjaardag van tsarina Catharina II. Dit leverde hem als dankbetuiging de inkomsten op van de Krasnyy kabak ('rode herberg'). Locatelli wist deze herberg om te vormen tot een populaire plek voor vertier en vermaak voor de jeugd uit Sint-Petersburg. Verder haalde hij inkomsten uit het organiseren van gemaskerde feesten.

Af en toe hield Locatelli zich nog met muziek bezig. In 1767 schreef hij een libretto voor Galuppi's La governante astuta ed il tutor sciocco e geloso. Tien jaar later leverde Locatelli een tekst voor de cantate La sorpresa delli dei van Paisiello en in 1783 voor de cantate Jahvé. In 1783 was zijn laatste publieke verschijnen, tijdens een galabenefiet met Paisiello's opera La finta amante. Hij droeg hierna het beheer van de rode herberg over aan de Duitse acteur Josef Anton Christ.

In 1790 verscheen in de krant een bericht dat Locatelli zou vertrekken uit Sint-Petersburg. Het is echter onduidelijk of hij daadwerkelijk is vertrokken. Ook over zijn verdere leven en zijn sterfdatum is niets bekend.

Categorie:Impresario