De moord op Dirk van Leeuwen, ook wel bekend als de moordzaak in het Oostzanergat, was een geruchtmakende strafzaak. Deze zaak speelde zich af op 10 mei 1919 in het waterrijke gebied rond Oostzaan, een dorp ten noorden van Amsterdam dat destijds nog grotendeels bestond uit polders, plassen en kanalen. In 1932 werd de zaak in de pers genoemd als eene afschuwelijke zaak, die, ondanks de bewogen na-oorlogsche dagen, groote beroering bracht in den lande De Tijd d.d. 11 november 1932: De moord in het Oostzanergat
Het slachtoffer was Dirk van Leeuwen, een dertienjarige jongen die werkzaam was als kantoorbediende. Hij woonde aan de Vrolikstraat 445 in Amsterdam en werkte op een kantoor aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Op zaterdag 10 mei 1919 verliet hij na zijn werk het kantoor en verdween spoorloos. De politie van bureau Muiderpoort publiceerde op 13 mei een oproep waarin het publiek werd gevraagd informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats. Het onderzoek wees al snel op een misdrijf. Op 16 mei 1919 werd het lichaam van de jongen gevondenHet volk: dagblad voor de arbeiderspartij d.d. 17 mei 1919: Moord door verdrinking? in een doodlopend water dat uitkwam op het Oostzaanderkanaal, achter het oude Entos-terrein in Oostzaan. Het lijk lag in het Oostzanergat, een smal, afgelegen water. Uit het politieonderzoek en latere getuigenissen bleek dat Dirk kort daarvoor een bedrag van ongeveer 760 gulden had geïnd, waarschijnlijk met een kwitantie of opdracht van zijn werk. Dit geld bleek na zijn verdwijning spoorloos verdwenen. De daders lokten de jongen onder een voorwendsel mee naar een roeibootje en voeren met hem naar het Oostzanergat. Daar werd hij vermoord door onder water te worden gehouden tot hij verdronk. Het motief was roof: het geld dat de jongen bij zich had of kort daarvoor had ontvangen. Hoofdverdachte was Willem Visser, die met de jongen gezien was en als de uitvoerder gold. Als medeplichtige stond Dirk Snijders terecht. Beiden werden gearresteerd en berecht. De opsporing en berging van het lichaam trokken veel aandacht. Duikers doorzochten het water herhaaldelijk. Op de plek van de moord werd later een kruis geplaatst als gedenkteken. De rechtszaak vond plaats voor de rechtbank in Amsterdam, in het Paleis van Justitie aan de Prinsengracht (toegang via de Lange Leidsedwarsstraat).
250px|links|thumb|De aankomst van de celwagen of boevenwagen, waarin de beide beklaagden Willem Visser en Dirk Snijder van het Huis van Bewaring naar de zitting vervoerd worden, lokte een hevig gesis en gejoel uit van omstanders. De officier van justitie eiste levenslange gevangenisstraf, maar de rechter veroordeelde hem tot 20 jaar gevangenisstraf. Dirk Snijders werd eveneens schuldig bevonden aan betrokkenheid bij de moord. In 1932 diende Visser een verzoek tot herziening van het vonnis in, dit verzoek werd afgewezen.
Externe verwijzing Uitgebreid verslag op de website van Stichting Oudheidkamer Oostzaan
Categorie:Moordzaak in Nederland Categorie:1919