thumb|De campagne #KyivNotKiev van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, gelanceerd in oktober 2018, riep buitenlandse overheden en media op om de naam van de hoofdstad te spellen als Kyiv (de Oekraïense schrijfwijze) en niet langer Kiev (de Russische schrijfwijze). Oekraïnisering of oekraïnisatie (Oekraïens: Українізація Oekrajinizatsiya) is het demografische en institutionele proces van taalkundige en culturele assimilatie, waarbij oorspronkelijk niet-Oekraïenstalige mensen of oorspronkelijk niet-Oekraïenstalige instellingen of gebruiken overgaan op het Oekraïens. Het kan hierbij om minderheden of meerderheden gaan en zowel binnen als buiten het land Oekraïne gebeuren. Naast een proces kan oekraïnisering ook een actief beleid zijn van overheden of organisaties. De term wordt gebruikt in de taalkunde, de geschiedeniswetenschap de sociologie en de politicologie.
Het bekendste voorbeeld van oekraïnisering is dat van de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek in het interbellum (jaren 1920 en 1930), als onderdeel van het korenisatie-beleid dat de bolsjewieken destijds in de gehele Sovjet-Unie invoerden.
Sinds de onafhankelijkheid van Oekraïne in 1991 streven overheden, instellingen en organisaties in binnen- en buitenland in meer of mindere mate naar bepaalde vormen van oekraïnisering. In de praktijk gaat dat gepaard met derussificatie en decommunisatie. In verschillende fasen werd dit proces steeds verder gestimuleerd door politieke, culturele en militaire gebeurtenissen en ontwikkelingen, met name de Oranjerevolutie van 2004, de Euromaidan en Revolutie van de Waardigheid van 2013–2014, de Oorlog in Oost-Oekraïne (2014–2022) en de Russische invasie van Oekraïne sinds 2022. In deze periode werd oekraïnisering steeds meer een nationaal beleid dat werd vastgelegd in wet- en regelgeving waaraan overheden, organisaties, bedrijven en burgers in toenemende mate bij werden betrokken in reactie op verder toenemende politiek-economische druk en tot slot militaire agressie tegen Oekraïne door Rusland.
Sovjet-Oekraïne Interbellum rechts|miniatuur|Het korenisatie-beleid leidde tot oekraïnisering in de Oekraïense SSR.Op deze Sovjet-rekruteringsposter uit 1921 voor militair onderwijs stond het thema Oekraïnisering centraal. De tekst luidt: "Zoon! Schrijf je in voor de School van Rode Commandanten en de verdediging van de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek zal verzekerd zijn."De poster maakt gebruik van traditionele Oekraïense beelden en tekst in de Oekraïense taal. De Sovjets organiseerden de School van Rode Commandanten in Charkiv om de carrières van het Oekraïense nationale kader in het Rode Leger te promoten. In het interbellum werd oekraïnisering onderdeel van het korenisatie-beleid in de gehele Sovjet-Unie. De politiek was er in de eerste plaats op gericht om de Oekraïense bevolking loyaal te maken aan de Sovjet-Unie (met het machtscentrum in Moskou in de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek) en het communisme en deze legitimiteit te verschaffen, nadat vele Oekraïense burgers de Oekraïense Volksrepubliek hadden gesteund tijdens de Oekraïense Onafhankelijkheidsoorlog (1917–1921). In de praktijk drong het de aanzienlijke russificatie (en restanten van polonisering) terug in het bestuur, het onderwijs en de media van de Oekraïense SSR en traditioneel Oekraïenstalige gebieden in zuidwestelijk Rusland. Dit betrof de oblasten en regio's Koeban, Don (heden Rostov), Stavropol, een deel van de Noordelijke Kaukasus, Koersk en Voronezj. Oleksandr Sjoemsky en Mykola Skrypnyk waren uitzonderlijk actief in het stimuleren van de oekraïnisering.
Binnen de bestuurlijke leiding van de Sovjet-Unie en de Communistische Partij in Moskou kwam er steeds meer weerstand tegen de oekraïnisering. Jozef Stalin en Lazar Kaganovitsj waren bang dat het succes van de oekraïnisering zou doorslaan in anti-Russische sentimenten en separatisme die het voortbestaan van de Unie zouden kunnen ondermijnen. Daarop werden verschillende maatregelen vanaf 1927 weer teruggedraaid en kreeg het Russisch in toenemende mate weer een belangrijke rol. Het besluit viel tot slot op 18 november 1933, toen het Centraal Comité van de Communistische Partij van Oekraïne in Charkiv besloot dat Oekraïens nationalisme "het grootste gevaar van dit moment" was en besloot het oekraïniseringsbeleid te beëindigen.
Koude Oorlog
Met name na de Tweede Wereldoorlog waren Stalin en zijn vertrouwelingen erg beducht voor alles wat riekte naar separatisme en Oekraïens nationalisme, en werd de russificatie zoals die in de tsarentijd al werd gevoerd weer in volle kracht voortgezet. Hoewel Partijsecretaris Petro Sjelest voorstander van oekraïnisering was, waren veel andere apparatsjiks dat niet. In de jaren 1965–1966 werden verschillende Oekraïense schrijvers in het geheim opgepakt omdat ze hier onvoldoende in mee zouden werken. Verschillende dissidenten zoals Vasyl Stoes, Vjatsjeslav Tsjornovil en Ivan Dzjoeba protesteerden hier in 1965 tegen bij de première van de film De vuurpaarden in Kyiv. Djzoeba schreef eind 1965 het essay Internationalisme of russificatie? dat het beleid veroordeelde en pleitte voor het voorzetten van de korenisatie van de jaren 1920. Hij stuurde het essay op naar Partijsecretaris Petro Sjelest, premier Volodymyr Sjtsjerbytsky en de leiding van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie in Moskou.
De tekst verspreidde zich razendsnel illegaal via samvydav en werd ten slotte in 1968 gepubliceerd door de Oekraïense diaspora in München, waarna het ook in het Engels werd vertaald en uitgegeven in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada. Deze jarenlang slepende controverse die ontaardde in een pamflettenstrijd resulteerde er uiteindelijk in dat Dzjoeba in 1972 werd ontslagen en in 1973 gearresteerd en veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf en 5 jaar verbanning (later verminderd tot 18 maanden). Verschillende andere Oekraïense schrijvers en kunstenaars werden die jaren ook gearresteerd of anderszins tegengewerkt. Intussen was Sjelest vervangen door Sjtsjerbytsky, die 17 jaar lang een russificatiebeleid in Oekraïne zou voeren.
Pas in de late Sovjettijd, waarin glasnost en perestrojka weer voorzichtig de deur openden voor Oekraïense taal en cultuur, begon er weer langzaam een derussificatie. Op 20 oktober 1989 nam de Opperste Sovjet van Oekraïne de Taalwet aan (Oekraïens: Про мови в Українській РСР, Pro movy v Oekrajinsjkij RSR, "Over talen in de Oekraïense SSR"), volgens welke het Oekraïens de enige staatstaal was die in alle officiële aangelegenheden diende te worden gehanteerd. Enkele andere talen (inclusief het Russisch) werden erkend en beschermd als minderheidstalen.
Onafhankelijk Oekraïne thumb|Percentage Oekraïense tekst in transcripten van toespraken gehouden in het parlement van Oekraïne, de Verchovna Rada, van 1990 (75%) tot 2021 (100%).
thumb|350x350px|Aangepaste graffiti in Kyiv van Russische naar Oekraïense spelling van een woordgrap. De originele tekst in het Russisch was "не парковать" ("niet parkeren"), die werd veranderd naar "не панковать" ("niet punkeren", wat betekent "niet rotzooien"), later veranderd naar Oekraïens "не панкувати". De eerste regeringen van de in 1991 onafhankelijk geworden nieuwe staat Oekraïne voerden een oekraïniseringsbeleid, waarbij onder meer in de Grondwet van 1996 werd vastgelegd dat het Oekraïens de staatstaal van Oekraïne was; veel inwoners konden die taal toen echter nog niet lezen. Ook president Koetsjma zelf moest 's avonds lessen Oekraïens krijgen om te voldoen aan de eis dat politici alleen die taal in het openbaar zouden gebruiken. De officiële schrijfwijze van plaatsnamen zoals Kiev, Lvov en Charkov (Russisch) werden gewijzigd naar Kyiv, Lviv en Charkiv (Oekraïens). Een deel van de Russischtalige bevolking ondervond hier moeite van en uitte hier oppositie tegen; met name op de Krim leidde dit tot pro-Russisch separatisme. Op andere vlakken was dit oekraïniseringsbeleid echter een succes: de Oekraïense staat werd sterker, bouwde een eigen leger op, beperkte invloed van Rusland en haalde de banden aan met Midden-Europese staten en het Westen.
De Euromaidan-revolutie (2013–2014), de Russische annexatie van de Krim (2014) en de voortwoedende oorlog in Donbas vanaf 2014 hadden in de jaren daarna ingrijpende politieke, sociaal-economische en cultureel-religieuze gevolgen voor de Oekraïense samenleving. Terwijl het tussen 1991 en 2014 een verdeeld tweetalig land was, werden daarna de bezette delen steeds (pro-)Russischer en de onbezette delen meer pro-Europees, pro-westers en meer eentalig Oekraïens. Het onbezette Oekraïne ontwikkelde zich tot een steeds meer verenigde samenleving die zich in belangrijke mate kenmerkte door zich af te zetten tegen de regering van Poetin en in mindere mate Rusland, de Russische taal en cultuur. In oktober 2018 kwam het ook tot een schisma tussen de Russisch-Orthodoxe Kerk en het Oecumenisch patriarchaat van Constantinopel toen die laatste de Oekraïens-Orthodoxe Kerk autonomie verleende.
De campagne #KyivNotKiev van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, gelanceerd in oktober 2018, riep buitenlandse overheden en media op om de naam van de hoofdstad te spellen als Kyiv (de Oekraïense schrijfwijze) en niet langer Kiev (de Russische schrijfwijze). Rond dezelfde tijd werd erop aangedrongen om het lidwoord "de" weg te laten voor "Oekraïne"; het zeggen of schrijven van "de Oekraïne" zou namelijk impliceren dat het slechts een geografisch gebied is en geen onafhankelijk land. (In Russische staatsmedia wordt nog altijd на Украине na Ukraine gezegd en geschreven, wat eveneens impliceert dat het geen zelfstandig land is, maar een gebied). In de meeste andere talen is dit taalgebruik al vanzelf geleidelijk veranderd sinds de jaren 1990.
De Oekraïense Taalwet van 2019 droeg in belangrijke mate bij aan de verdere oekraïnisering van het openbare leven in Oekraïne. De regionale en gemeentelijke bestuurstalen die door sommige lagere overheden waren ingesteld in de jaren 2012–2018 werden weer afgeschaft toen de Taalwet van 2012 door het Grondwettelijk Hof in februari 2018 ongrondwettig waren verklaard.
Sinds de grootschalige Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 zijn steeds meer burgers het Oekraïens als voertaal gebruiken. Naast de hoofdstad Kyiv gold dat vooral in traditioneel overwegend Russischtalige voormalige industriesteden zoals Charkiv, Dnipro, Zaporizja, Odesa en Cherson. Veel burgers in die steden, die kwamen uit families waar om historische redenen het Russisch al generaties als moedertaal werd gebruikt, wilden niet meer met het land Rusland en de Russische soldaten en Russische propaganda geassocieerd worden en committeerden zich aan de landstaal van hun landgenoten. Voor sommige mensen ging dat makkelijker dan voor anderen, en velen veranderden hun dagelijks taalgebruik in stappen. Hierdoor zijn er nieuwe mengvormen van Oekraïens en Russisch ontstaan, die taalkundigen Soerzjyk noemen.
Ondertussen wordt er voortgang gemaakt van het vervangen van het Russisch als voertaal in de Oekraïense krijgsmacht. Toen de grootschalige invasie in februari 2022 begon, spraken de meeste Oekraïense soldaten in werksituaties nog Russisch, een restant uit de Sovjettijd om ervoor te zorgen dat soldaten die Oekraïens niet als moedertaal hadden of op school geleerd ook mee konden doen. Maar door de oorlogssituatie werd het steeds belangrijker om voor de Russische vijand onverstaanbaar te zijn als men werd afgeluisterd of als bepaalde gevoelige informatie in verkeerde handen zou komen. Daarop is sindsdien het Oekraïens ook steeds meer de militaire voertaal geworden.
Zie ook Oekraïense volkstelling 1959
Oekraïens Categorie:Oekraïens Categorie:Taalbeleid Categorie:Oekraïens recht Categorie:Demografie van Oekraïne