Maria Manina (ook bekend als Maria Fletcher en Maria Seedo) was een Italiaanse sopraan uit de eerste helft van de 18e eeuw. Zij heeft voornamelijk gewerkt in Engeland waar ze in de periode 1712-1736 een succesvolle carrière wist op te bouwen.
Debuut in Londen Het is onbekend waar en wanneer Maria is geboren en ook over haar jeugdjaren zijn er geen gegevens. Ze was in ieder geval een zus van zangeres Margherita de L’Epine, die reeds sinds 1702 in Engeland werkte. Waarschijnlijk woonde Maria dus al enige tijd in Londen bij haar zus voordat ze op 17 mei 1712 debuteerde in het Queen's Theatre: hier zong zij de rol van Eucharis in de opera Calypso and Telemachus van Johann Ernst Galliard. In januari 1713 had ze een kleine rol in Teseo van Georg Friedrich Händel. Ze bleef tot juni 1714 werkzaam bij het Queen's Theatre, waar ze vooral kleine rollen kreeg in Italiaanse opera's.
Opbouw van een zangcarrière Eind 1714 of begin 1715 trouwde Maria met ene Fletcher waardoor ze voortaan als Maria Fletcher door het leven ging. Op 6 oktober 1715 trad ze dan ook onder deze naam op in het Lincoln's Inn Fields Theatre. Op 2 januari 1717 was ze hier te horen in de Engelstalige versie van Giovanni Bononcini's opera Camilla, waarin zij de titelrol vertolkte. Ze zou tot de zomer van 1717 in dit theater blijven werken.
In het muziekseizoen 1717-1718 trad Maria op bij concerten in de Hickford’s Room en de York Buildings. Tijdens de seizoenen van 1718 en 1719 was ze weer actief in het Lincoln's Inn Fields Theatre, waar ze Engelse theatermuziek ten gehore bracht. Ook in de periode 1720-1721 was ze aan dit theater verbonden, alhoewel ze niet meer zo vaak optrad als voorheen.
In maart 1721 hield Maria een benefietconcert voor zichzelf in de Hickford's Room.
Na 1721 bleef het stil rondom Maria. Haar eerstvolgende levensteken dateert pas van november 1726: ze gaf toen ruim 20 voorstellingen van de opera Camilla in het Lincoln's Inn Fields Theatre.
Op 19 april 1727 gaf ze een benefietconcert voor zichzelf waarbij ze ruim 46 pond ophaalde.
Tweede huwelijk In de loop van 1727 trouwde Maria met de Duitse componist Seedo. Voortaan zou ze dus bekend staan onder de naam Maria Seedo.
Ze bleef ook na haar huwelijk actief als zangeres en was onder andere te horen in The Prophetess van Henry Purcell/Johann Christoph Pepusch en Telemachus van Alessandro Scarlatti (1732). Bij haar benefietconcert op 27 maart 1728 - waar Engelse en Schotse ballades werden uitgevoerd - haalde ze 140 pond op. In 1730 zong Maria de mannelijke hoofdrollen in Venus and Adonis en Myrtillo van Pepusch, die overigens sinds 1718 de echtgenoot was van Maria's zuster Margherita.
In de zomer van 1732 verliet Maria het Lincoln's Inn Fields Theatre. In november van dat jaar verscheen zij nog in John Frederick Lampe's opera Britannia in het Haymarket Theatre.
Maria's echtgenoot Seedo was inmiddels in de financiële problemen geraakt. Om aan geld te komen, was er op 21 mei 1733 in het Drury Lane Theatre een benefietconcert voor hem, waar Maria de rol van Daphne zong in Seedo's compositie Venus, Cupid and Hymen.
Vertrek naar Potsdam Begin 1736 kreeg Seedo de functie van kapelmeester aangeboden aan het hof van koning Frederik Willem I van Pruisen. Zijn schulden werden afbetaald door de Pruisische ambassadeur, die bij de koning tevens melding maakte van de goede zangstem van Seedo's vrouw Maria. Toen alles was geregeld, reisde het echtpaar af naar Potsdam, waar ze in mei 1736 aankwamen.
Het is onbekend hoe Maria's leven verder is verlopen. Ook haar sterfdatum is niet bekend.
Categorie:Italiaans zanger