Basisrisicofactoren (Engels: basic risk factors, vaak afgekort BRF) zijn categorieën van organisatorische, technische en menselijke omstandigheden die binnen de veiligheidskunde worden gebruikt om de achterliggende oorzaken van incidenten en ongevallen te analyseren. Binnen de Tripod-methodiek worden dergelijke latente organisatorische factoren aangeduid als basisrisicofactoren.

Basisrisicofactoren beschrijven latente omstandigheden binnen organisaties die de kans vergroten dat een fout of ongeval optreedt. Het concept sluit aan bij systeembenaderingen van veiligheid, waarin incidenten worden gezien als het resultaat van interacties tussen verschillende onderdelen van een organisatorisch systeem.Reason, J. (1990). Human Error. Cambridge University Press.

Achtergrond Binnen de klassieke veiligheidskunde werden ongevallen lange tijd verklaard als het gevolg van individuele fouten of onveilige handelingen. Een bekend voorbeeld hiervan is de Domino-theorie van Heinrich, waarin ongevallen worden beschreven als een keten van gebeurtenissen die uiteindelijk leidt tot schade of letsel.Heinrich, H.W. (1931). Industrial Accident Prevention: A Scientific Approach. McGraw-Hill.

Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw ontstond een bredere systeembenadering van veiligheid. Onderzoekers zoals James Reason benadrukten dat incidenten vaak voortkomen uit zogenaamde latente fouten, die voortkomen uit organisatorische beslissingen, ontwerpkeuzes of managementstructuren.

Het concept van basisrisicofactoren werd ontwikkeld binnen deze systeembenadering en kreeg vorm binnen de ontwikkeling van de Tripod-methodiek voor incidentanalyse en veiligheidsmanagement.Groeneweg, J. (2002). Controlling the Controllable: Preventing Business Upsets. Global Safety Group. In latere studies en toepassingen binnen de veiligheidskunde wordt het concept verder beschreven en toegepast.Guffens, R.J.M. (1995). Basis-Risico-Factoren – Een gereedschap voor het managen van veiligheid. Afstudeerscriptie veiligheidskunde.

Tripod-methodiek Binnen de Tripod-methodiek worden basisrisicofactoren gebruikt om latente organisatorische omstandigheden te identificeren die kunnen bijdragen aan incidenten. De methode onderscheidt verschillende categorieën van factoren die verband houden met management, werkomgeving en technische systemen.

In Tripod Delta worden basisrisicofactoren gebruikt als onderdeel van een proactieve veiligheidsaudit, terwijl Tripod Beta wordt gebruikt voor incidentanalyse waarbij achterliggende oorzaken van een gebeurtenis worden geclassificeerd.Hudson, P.T.W., Reason, J.T., Wagenaar, W.A., Bentley, P.D., Primrose, M., & Visser, J.P. (1993). Tripod Delta: Proactive approach to enhanced safety.

De elf basisrisicofactoren Binnen de Tripod-methodiek worden standaard elf categorieën onderscheiden die de kwaliteit van het veiligheidsbeheersysteem bepalen: Ontwerp (Ontwerpmethodiek voor technische installaties): Tekortkomingen in de lay-out of constructie van installaties en werkplekken. Gereedschap en apparatuur (Hardware): De beschikbaarheid, geschiktheid en staat van onderhoud van middelen. Onderhoudsmanagement (Maintenance Management): De mate waarin preventief en correctief onderhoud is geregeld. Procedures: De kwaliteit, begrijpelijkheid en actualiteit van werkinstructies. Opleiding en training (Training): De mate waarin medewerkers beschikken over de juiste kennis en vaardigheden. Communicatie: De overdracht van informatie tussen afdelingen, shifts en personen. Organisatie (Incompatible Goals): Conflicten tussen veiligheid en andere doelen (zoals productie of snelheid). Managementvoering (Organisation): De structuur, verantwoordelijkheden en middelen binnen de organisatie. Arbeidsomstandigheden (Environmental Conditions): Externe factoren zoals lawaai, licht, hitte of ergonomie. Defensieve maatregelen (Error Enforcing Conditions): De aanwezigheid en werking van beveiligingen en barrières. Huishouding (Housekeeping): De orde en netheid op de werkplek.

Toepassing Basisrisicofactoren worden gebruikt in verschillende domeinen van veiligheidsmanagement, waaronder: procesindustrie en -veiligheid arbeidsveiligheid incidentonderzoek veiligheidsaudits risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)

De methode wordt toegepast in sectoren met complexe technische systemen, zoals de olie- en gasindustrie, chemische industrie en luchtvaart. In latere studies is het concept ook toegepast in de gezondheidszorg voor analyse van patiëntveiligheid.van Beuzekom, M., Boer, F., Akerboom, S., & Hudson, P. (2010). Patient safety: latent risk factors. British Journal of Anaesthesia.

Inventarisatie en vragenlijsten Bij het inventariseren van basisrisicofactoren worden in veiligheidsanalyses vaak gestandaardiseerde en gevalideerde vragenlijsten gebruikt. Dergelijke vragenlijsten zijn ontwikkeld om latente organisatorische omstandigheden systematisch te kunnen beoordelen, bijvoorbeeld op het gebied van procedures, opleiding, communicatie en onderhoud. De vragen zijn doorgaans zo geformuleerd dat zij waarneembare omstandigheden en organisatorische praktijken meten in plaats van subjectieve meningen van respondenten. Hierdoor kunnen beoordelingen beter worden vergeleken tussen verschillende afdelingen, locaties of organisaties en wordt de reproduceerbaarheid van veiligheidsanalyses vergroot.

Validiteit van auditvragen Bij de ontwikkeling van vragenlijsten voor veiligheidsanalyses wordt vaak aandacht besteed aan de validiteit van de gebruikte vragen. Daarbij wordt onder meer onderscheid gemaakt tussen inhoudsvaliditeit (content validity) en begripsvaliditeit (construct validity). Inhoudsvaliditeit heeft betrekking op de mate waarin vragen alle relevante aspecten van een basisrisicofactor afdekken, bijvoorbeeld wanneer vragen over procedures, opleiding en communicatie gezamenlijk het organisatorische veiligheidsbeheer beschrijven. Begripsvaliditeit verwijst naar de mate waarin een vraag daadwerkelijk het bedoelde concept meet, bijvoorbeeld of een vraag over training werkelijk inzicht geeft in de aanwezige competenties en niet slechts in de perceptie van medewerkers. Door dergelijke validiteitsaspecten mee te nemen bij het opstellen van vragenlijsten proberen onderzoekers en auditors de betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid van veiligheidsanalyses te vergroten.

Relatie met andere veiligheidsmodellen Het concept van basisrisicofactoren vertoont overeenkomsten met andere modellen binnen de veiligheidskunde. thumb|right|350px| Voorbeelden van veiligheidsmodellen: 1) model van basisrisicofactoren (technische, organisatorische en menselijke factoren), 2) domino-model van ongevalscausaliteit en 3) risicomatrix gebruikt bij risicoanalyse.

Swiss-cheese model Het Swiss-cheese model van James Reason beschrijft veiligheid als een systeem van meerdere verdedigingslagen waarin zwakke plekken (gaten) kunnen samenvallen en leiden tot een incident.

HFACS Het Human Factors Analysis and Classification System (HFACS) is een model dat menselijke en organisatorische factoren in incidenten analyseert op meerdere niveaus binnen een organisatie.Wiegmann, D.A., & Shappell, S.A. (2003). A Human Error Approach to Aviation Accident Analysis. Ashgate.

Risicomanagement Binnen risicomanagement worden vergelijkbare classificaties gebruikt om risico's te analyseren, zoals risk influencing factors en latent organisational factors.

Kritiek en beperkingen Zoals bij andere classificatiemodellen is er kritiek dat basisrisicofactoren complexe organisatorische processen kunnen vereenvoudigen. Daarnaast kan de interpretatie van categorieën variëren afhankelijk van de context en de expertise van de analist.

Daarom worden basisrisicofactoren meestal gebruikt in combinatie met andere methoden, zoals veiligheidsaudits, incidentdatabases en veiligheidscultuurmetingen.

Er bestaat een spanningsveld tussen modellen die zich richten op onderliggende oorzaken van incidenten, zoals basisrisicofactoren, en instrumenten voor praktische risicobeheersing binnen organisaties, zoals risico-inventarisatie en -evaluatie en bedrijfshulpverlening.

Zie ook Veranderingsmanagement Risicoanalyse Gatenkaasmodel Driehoek van Heinrich

Literatuur Groeneweg, J. (2002). Controlling the Controllable: Preventing Business Upsets. Global Safety Group. Heinrich, H.W. (1931). Industrial Accident Prevention: A Scientific Approach. McGraw-Hill. Reason, J. (1990). Human Error. Cambridge University Press. Rasmussen, J. (1997). Risk management in a dynamic society: a modelling problem. Safety Science. Swuste, P. et al. (2016). Process safety indicators: a review of literature. Journal of Loss Prevention in the Process Industries. Wagenaar, W.A., Groeneweg, J., Hudson, P., & Reason, J. (1994). Promoting safety in the oil industry. Ergonomics.

Referenties

Categorie:Veiligheidskunde Categorie:Arbeidsveiligheid