Anna Reyns (1706 - 1768) was een handelsvrouw in achttiende-eeuws Antwerpen. Samen met haar zus Isabella Reyns (1710 - 1771), was ze hoofd van een kantbedrijf. Na haar huwelijk met Willem van Hogerwoert werd ze ook een belangrijke speler binnen de diamantenhandel in Antwerpen.

Familie en jeugdHeeren, Monique: Anna en Isabelle Reyns, coopvrouwen in cante’ Spiegel Historiael (1967). p. 427-435. Anna haar grootvader, Laureys Reyns, was een advocaat die uitgeweken was naar Antwerpen. Na zijn huwelijk met Anna Van Loon in 1665 kregen ze één zoon, genaamd Johannes-Philippus Reyns (1665 - 1711). Hij werd ook advocaat, en samen met zijn vader hield hij zich bezig met de financiële aspecten en handelszaken van hun cliënten. Johannes-Philippus trouwde met Dorothea Noeys in 1705, en ze leefden samen in Kipdorp. Samen kregen ze 5 kinderen, maar er bleven uiteindelijk maar 2 kinderen in leven, namelijk Anna en haar zus Isabella Reyns.

Beide zusjes hebben hun vader nooit gekend, want na zijn dood in 1711 was Anna nog maar 5 jaar oud, en Isabella 1 jaar oud. Hun moeder Dorothea hertrouwde in 1714 met de koopman Wenceslas Pelgrom. Hij stamde af van een aanzienlijke koopmansgeslacht en had vele connecties in het buitenland. Hierdoor belande Anna en haar zus ook in het handelaarsmilieu.

Samen met hun stiefvader verhuisden ze naar een ander burgerhuis, recht tegenover de Sint-Jacobskerk. Hier kregen Wenceslas en Dorothea nog 4 andere kinderen waarmee Anna en Isabella mee opgroeiden. Samen kregen ze les van twee gouvernantes. Anna en haar zus kregen lager onderwijs en daarna lessen binnen de dans- en conversatiekunst. Ze waren ook sterk gevormd in het Latijn en Frans, zeker omdat Frans belangrijk was binnen het milieu van de Antwerpse bourgeoisie. Daarnaast kregen ze van hun stiefvader les over handelszaken, waardoor ze zelfstandig genoeg waren om het handelsleven aan te vangen.

Kanthandel Op het moment dat Anna 21 en Isabella 18 waren, richtte hun stiefvader een groothandel in kant voor hen op, wat hun toegang tot de wereld van de kanthandel betekende. De eerste tien jaar konden Anna en Isabella rekenen op de hulp van hun stiefvader, die vooral het financiële beheer op zich nam. Klantengelden kwamen op zijn rekening terecht, waarna hij de zussen contant uitbetaalde.

Hun kanthandel was voornamelijk op het buitenland gericht. Zo hadden ze vaste correspondenten in de Verenigde Provinciën, en later ook correspondenten op het Iberisch schiereiland.

Binnen het kantbedrijf had Anna de leidinggevende functie. Zij was verantwoordelijk voor de communicatie met de correspondenten, het opnemen van bestellingen, het regelen van de verzendingen en het bijhouden van de kasboeken. Haar zus Isabella was dan verantwoordelijk voor de contacten te onderhouden met de kantwerksters zelf. Zij verdeelde de opdrachten en patronen onder hen, en zorgde ervoor dat de bestelde kante garnitures op tijd klaar waren.

Verder persoonlijk leven

Na het overlijden van hun moeder Dorothea Noeys in 1737, leidde de uitvoering van haar testament tot spanningen. De zussen kwamen in conflict met hun stiefvader en diens kinderen, waardoor de hechte band die vroeger bestond wegviel. Na de verdeling van de erfenis verlieten Anna en Isabella in 1740 het ouderlijke huis. Ze gingen samen wonen naast het Antwerpse theater, De Commedie, gelegen aan de Brabantseche Coremerckt. Dit plein vormde in die tijd het bruisende centrum van het mondaine en handelsgerichte Antwerpen.

Hier behoorden Anna en Isabella behoorden tot de gegoede burgerij, dankzij de aanzienlijke erfdelen die zij ontvingen van zowel hun moeder als hun eerder overleden vader. Hierdoor kwamen zij in het bezit van diverse gronden, hoeven, renten, obligaties en een ruime som contant geld. Isabella ontwikkelde zich daarbij tot een uitgesproken speculante. Zij investeerde actief hun kapitaal en groeide, gedreven door een ware speculatiekoorts, uit tot een effectenspecialiste.

Het leven van de zussen werd gekenmerkt door een intens handelsritme, waarin zij zich bezighielden met het inkopen en verzenden van kant, het aankopen en beheren van effecten, het bijhouden van rekeningen en correspondentie, en het toezicht op hun gronden, landerijen en hoeven, inclusief het laten uitvoeren van herstellingen.

Diamanthandel Anna trad in 1749, op 43‑jarige leeftijd, in het huwelijk met de Amsterdamse diamanthandelaar Willem van Hogerwoert. Het bleef een kinderloos huwelijk. Belangrijk is dat voorafgaand aan de trouw de zussen hun gezamenlijke bezit onder elkaar. verdeelden. Hoewel Anna en Willem gehuwd waren, hielden zij zich niet met elkaars handelszaken bezig.

Maar toen Willem in 1759 overleed, namen Anna en Isabella zijn diamantzaak over. Hun eigen kantbedrijf lieten zij geleidelijk aan varen, waarna ze zich volledig toelegden op de diamantsector.

Na de dood van Anna in 1768 nam Isabella beide bedrijven volledige over. Dit deed ze tot aan haar dood, 13 april 1771. Beide zussen werden begraven in de Sint-Jacobskerk.

Categorie:Belgisch ondernemer