thumb|Penning van de Nederlandsch-Belgische Vereeniging der Vrienden van de Medaille als Kunstwerk, met beeltenis van H.J. de Dompierre de Chaufepié (Toon Dupuis, 1908) Henri Jean de Dompierre de Chaufepié (Amsterdam, 20 september 1861 – Den Haag, 12 februari 1911) was een Nederlands classicus, numismaat en museumdirecteur.
Leven en werk De Chaufepié werd geboren in Amsterdam als een zoon van de Waalse predikant Jacques Henri de Dompierre de Chaufepié (1806-1864) en Marie Ferrand (1824-1902).Familie (de Dompierre) de Chaufepié in Nederland's Patriciaat, 9e jaargang (1918), p. 71-74. Nadat zijn vader overleed verhuisde het gezin naar Den Haag. De Chaufepié bezocht er het Gymnasium Haganum en studeerde daarna aan de Universiteit Leiden. In 1887 trouwde hij met Eugenie Scherius (1865-1912). In oktober 1889 promoveerde De Chaufepié tot doctor in de klassieke letteren, op het proefschrift De titulo I.R.N. 4312 ad Iuvenalem poetam perperam relato. Een maand eerder was hij als volontair in het Koninklijk Kabinet van Munten, Penningen en Gesneden Stenen (Penningkabinet) aan de slag gegaan, waar hij de collectie gesneden stenen inventariseerde. Hij werd per 1 maart 1892 benoemd tot conservator van de Griekse en Romeinse afdeling van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden"Ministerie van Binnenlandsche Zaken", Nederlandsche staatscourant, 16 februari 1892. en bleef daarnaast een dag per week in het Penningkabinet werken.
Penningkunst Per 1 oktober 1893 werd De Chaufepié directeur van het Penningkabinet,"Wetten, benoemingen, besluiten, enz.", Nederlandsche Staatscourant, 14 september 1893. als opvolger van de overleden A.A. Looijen. Hij richtte zich in zijn nieuwe rol onder meer op de aanschaf van moderne penningen, waaronder Franse en Oostenrijkse penningen. De Chaufepié meende dat de Nederlandse medailleurs daar veel van konden leren. Onder meer Johan Hendrik Baars en J.H.P. Wortman zouden hier inderdaad gebruik van maken.A.O. van Kerkwijk, "Levensbericht van H.J. de Dompierre de Chaufepié", in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden: E.J. Brill, 1911. Geïnspireerd door bezoeken aan buitenlandse musea, veranderde hij ook onder andere de manier waarop de gesneden stenen (bewerkt met de intaglio- of cameetechniek) werden gepresenteerd. Hij liet bovendien een opstelling maken waarbij penningen aan beide zijden konden worden bekeken. De Chaufepié organiseerde diverse tentoonstellingen en nam onder meer het initiatief voor de uitgave de Oranje Nassau Boekerij en de Historiepenningen en Munten betrekking hebbende op het Stamhuis Oranje-Nassau, ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina, waarin ruim 1400 penningen en munten in het Penningkabinet werden beschreven die een relatie hebben met het huis Van Oranje.De Historiepenningen en Munten betrekking hebbende op het Stamhuis Oranje-Nassau, gedigitaliseerd door het Getty Research Institute.
De Chaufepié was in 1899 medeoprichter van de Société des Amis de la médaille française in Parijs en nam met Alphonse de Witte in 1901 het initiatief voor de oprichting van de Nederlandsch-Belgische Vereeniging der Vrienden van de Medaille als Kunstwerk, die tot doel had medailleurs aan het werk te helpen en het grote publiek voor penningkunst te interesseren.Dossier: Nederlands-Belgische vereniging van vrienden van de medaille als kunstwerk, Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Jan Six werd voorzitter van de Nederlandse sectie, De Chaufepié werd algemeen secretaris. Vanaf 1901 tot aan zijn overlijden was hij ook voorzitter van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde.Aug. Sassen (1911) "In Memoriam Dr. H.J. de Dompierre de Chaufepié † 12 Februari 1911", Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde, 19e jaargang, 1911. Amsterdam: Johannes Müller. p. 110-123. De Chaufepié redigeerde het tijdschrift Les médailles et plaquettes modernes (1899-1906) voor uitgever H. Kleinmann & Co en publiceerde meerdere malen over numismatiek, onder meer in De Nederlandsche Spectator, Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, het tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde en de Revue belge de numismatique."Henri Jean de Dompierre de Chaufepié", Numista.
Armenzorg De Chaufepié had diverse nevenfuncties, hij was onder meer lid van de commissie van toezicht van de Christelijke Vereeniging van jonge mannen, bestuurslid van de Teylersstichting, lid van het college van curatoren van het Gymnasium Haganum en bestuurslid van een aantal liefdadigheidsinstellingen."Dr. De Dompierre de Chaufepié †", Het Vaderland, 13 februari 1911. Hij zette zich bovendien in voor de armenzorg en de bestrijding van armoede. Hij was als zodanig onder meer secretaris van de vereniging Het Kinderziekenhuis. Hij werd bovendien naast J.F.L. Blankenberg, H. Goeman Borgesius, A.F.K. Hartogh en R.J.H. Patijn lid van een door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen gevormde commissie die zich bezighield met Het vraagstuk der armverzorging. In 1895 publiceerden zij hun tweedelig rapport, gewijd aan een overzicht van de armenzorg in binnen- en buitenland, een bespreking van de bestaande Nederlandse armenwet en een opzet voor een nieuwe armenwet."Binnenland", Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad, 21 december 1895.
Samen met W. Hovy, W.H. Nolens en J.F.L. Blankenberg vertegenwoordigde De Chaufepié de Nederlandse regering op een internationaal congres over armenzorg in Parijs (1900), het internationaal congres van instellingen van weldadigheid in Milaan (1906) en het internationaal congres van weldadigheidsinstellingen in Kopenhagen (1910)."Wetten, besluiten, benoemingen, enz.", Nederlandsche Staatscourant, 11 december 1899; "Wetten, benoemingen, besluiten, enz.", Nederlandsche Staatscourant, 1 november 1905; "Wetten, benoemingen, besluiten, enz.", Nederlandsche Staatscourant, 11 januari 1910.
Dr. H.J. de Dompierre de Chaufepié werd in 1907 benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw."Wetten, besluiten, benoemingen, enz.", Nederlandsche Staatscourant, 9 oktober 1907. Hij overleed vier jaar later, op 49-jarige leeftijd, en werd begraven op Oud Eik en Duinen.Familiebericht, Algemeen Handelsblad, 13 februari 1911.
Publicaties (selectie) 1895: Het vraagstuk der armverzorging. Amsterdam, i.o.v. de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Samen met J.F.L. Blankenberg, H. Goeman Borgesius, A.F.K. Hartogh en R.J.H. Patijn. 1899: Gids der Nederlandsche weldadigheid. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf. Samen met J.F.L. Blankenberg en H Smissaert (met een voorrede van N.G. Pierson). 1903-1906: Catalogus der Nederlandsche en op Nederland betrekking hebbende gedenkpenningen. 's-Gravenhage: Koninklijk Kabinet van Munten, Penningen en Gesneden Steenen. Samen met A.O. van Kerkwijk. 1910: Keur van munten en penningen uit het Koninklijk Kabinet van munten, penningen en gesneden steenen te 's-Gravenhage. 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff. Samen met A.O. van Kerkwijk.
Categorie:Nederlands classicus Categorie:Nederlands conservator Categorie:Nederlands museumdirecteur Categorie:Nederlands numismaticus Categorie:Directeur van Nederlands museum