Petronelle Siboons (Brugge, 1711 – Brugge, 6 juli 1808), ook Siboen, was gedurende lange tijd grootjuffrouw in het Prinselijke Begijnhof Ten Wijngaerde van Brugge. Ze slaagde er in om het bestaan van het begijnhof te vrijwaren gedurende de woelige tijden van de Franse bezetting.
Jeugd en intrede in het Begijnhof miniatuur|300x300px|Lofgedicht van gouden jubileum Petronilla Siboons, 1785. Openbare Bibliotheek Brugge, inv. B 527-19. Petronelle is een dochter uit het tweede huwelijk van Pieter Siboons met Marie Claire Herreboudt. Ze werd geboren in Brugge en er gedoopt op 20 september 1711 in de Sint-Salvatorkerk. Haar vader sterft in 1721 toen ze amper 10 jaar is. Op 25-jarige leeftijd (1736) treedt Petronelle binnen in het begijnhof en ze wordt officieel aanvaard op 16 juli 1737.
Van 1759 tot aan haar overlijden in 1808 vinden we haar naam terug in de archieven van het Begijnhof. Tijdens die lange periode blijft ze haar opdrachten als grootjuffrouw nauwgezet uitvoeren.
Haar verantwoordelijkheden neemt ze tot op hoge leeftijd ter harte. Zo was ze reeds ruim in de tachtig wanneer zij samen met haar nichtjes en andere burgers een arrest stelt op de eigendommen van meerdere Brugse ambachtshuizen. De betrokkenheid op hoge leeftijd van Petronelle bij de successie die aan de grondslag lag van dit arrest wordt nog versterkt doordat Petronelle was aangesteld als “curateur” van haar nichtje Clara Vleys toen die onder curatele werd gesteld.
Petronelle en het Franse bestuur (1794-1815) Kort na de Franse bezetting, vanaf 25 juni 1794, worden de verordeningen die volgen uit de Franse wetten ten uitvoer gebracht. De onvrede van Petronelle met de nieuwe maatschappelijke orde komt snel tot uiting. Haar onvrede komt bovendien duidelijk tot uiting in haar wilsbeschikking van 4 augustus 1794. In die wilsbeschikking laat ze blijken dat ze het niet eens is met een aantal nieuwe reglementen. Zo is ze het niet eens met de verordening omtrent begravingen op het nieuwe kerkhof nadat het verboden was om in stedelijke omgevingen te begraven op een kerkhof rond de kerk. Ook maakt ze duidelijk dat ze geen vertrouwen heeft in het Franse papieren geld.
Als grootjuffrouw loodst ze het begijnhof naar de 19e eeuw en slaagt ze er in om het bestaan van de instelling te behouden en te voorkomen dat het Franse bestuur het patrimonium van het begijnhof volledig aanslaat. Hierbij speelt de opgedrongen keuze om voor het begijnhof te kiezen voor een zorginstelling een beslissende rol. Zo kan het begijnhof met zijn bestuur blijven bestaan, zij het onder het toezicht van de hospices civils.
Maar het begijnhof verliest wel veel van zijn bezittingen en inkomsten die voortaan bij de hospices civils terecht komen. De leefomstandigheden van de begijnen, vooral van de ouderen en zieken, worden daardoor moeilijk omdat het begijnhof niet meer over voldoende inkomsten beschikt. De zorg voor de mede-begijnen komt meer en meer in het gedrang.
In een antwoord op een brief van de hospices (1800) klaagt Petronelle dan ook de precaire financiële situatie waarin veel begijnen verkeren aan en dringt aan op bijkomende middelen.
Deze tussenkomst moet ze niet doen omwille van haar persoonlijke financiële situatie daar de confiscatie onder het Franse bestuur zich richtte op de instellingen. Haar eigen vermogen kon blijkbaar voldoende stand gehouden want in de fortuinstaat die bij wet van 10 december 1795 moet opgesteld worden, wordt zij vermeld bij de rijkste burgers van Brugge.Fortuintoestand der Brugse begijnen, in: Biekorf 1993/1, p.97
Overlijden miniatuur|Overlijdensbericht van Petronilla Siboons. Stadsarchief Brugge, Verzameling bidprentjes, 1808 Petronelle overlijdt in het begijnhof op 6 juli 1808 op de leeftijd van 97 jaar. De kerkelijke dienst heeft plaats in de kapel van het begijnhof op zondag 10 juli 1808. In lijn met de verordening van het stadsbestuur, kan zij niet meer begraven worden op het kerkhof van het begijnhof. Maar om een begraving op het centrale kerkhof te omzeilen en in uitvoering van haar wilsbeschikking, kiest de familie, zoals een aantal andere Brugse voorname families voor het kerkhof van Sint-Kruis waar haar broer Petrus Jacobus, voorheen president van het Brugse seminarie, reeds begraven werd. Het overlijdensbericht van Petronelle wordt verstuurd door haar nichtjes Susanne en Thérèse Siboons, dochters van haar broer Jacobus, die uitweek naar Antwerpen waar de twee nichtjes zijn geboren. Beiden worden ze begijn in het begijnhof Ten Wijngaarde waar ze, tot aan Petronelles dood, hun intrek nemen bij hun tante.
Bibliografie Benoit Kervyn de Volkaersbeke en Roger Vanden Bussche, "Petronilla Siboons: grootjuffrouw van het Prinselijk Begijnhof de Wijngaard ... ", in: Brugs Ommeland, 2025/2, blz. 69-84.
Categorie:Begijn Categorie:Geschiedenis van Brugge