Susanna Verbruggen (ca. 1684 - 18 april 1752) was een achttiende-eeuwse Vlaamse prentenuitgeefster en beeldenverkoopsters. Vanuit Antwerpen leidde zij decennialang een handel in devotieprenten en bezat zij een grote collectie van koperplaten.
Jeugd en start onderneming Ze werd rond 1684 geboren als dochter van Joseph Verbruggen en Hélène Daverieux de Cruybeke.Verboven, Kara 'Susanna Verbruggen: beeldekensvercoopster en andelaeresse'. De Boekenwereld, jaargang 41, nr. 2, p. 40.
Zelf koos Susanna ervoor om als geestelijke dochter door het leven te gaan. Geestelijke dochters waren vrouwen die kozen voor een onafhankelijk en devoot leven. Ze legden enkel een belofte van kuisheid af en leefden naar de regel van arbeid en gebed. Deze keuze om ongehuwd te blijven was in de achttiende eeuw een manier waarop een vrouw juridisch en financieel onafhankelijk kon blijven. Het gaf haar de handelingsbekwaamheid om zelfstandig contracten af te sluiten en een eigen kapitaal te beheren. De Contrareformatie blies deze levenswijze nieuw leven in. De jezuïeten namen deze geestelijke dochters onder hun hoede in de zeventiende en achttiende eeuw omdat zij zich inzetten voor liefdadigheid, onderwijs en zorgden hiervoor voor wat een connectie in het netwerk van hulp en geloof. In het jaar 1710, op 26-jarige leeftijd, liet Susanna zich registreren bij de Sint Lucasgilde als "andelaeresse" en "beldekens vercoopster".
Antwerpen als uitgeverscentrum voor devotieprentenThijs, Alfons K.L. (1993). Antwerpen, internationaal uitgeverscentrum van devotieprenten (17de-18de eeuw). Vanaf de late zestiende eeuw had Antwerpen zich ontwikkeld tot een grafisch centrum en een bastion van de contrareformatie. De jezuïetenorde speelde een grote rol in de verspreiding van kleine, gegraveerde devotieprenten, ook wel sanctjes genoemd. Deze prenten hielpen gelovigen uit alle bevolkingslagen bij het bidden en de verering van heiligen. Waar de kwaliteit in de zeventiende eeuw nog zeer hoog was, lag de focus in de achttiende eeuw, de periode van Verbruggen, op massaproductie. Uitgevers legden zich toe op het herdrukken van oude koperplaten. Om de slijtage van deze platen te verbergen, werden de prenten vaak door afzetters voorzien van felle kleuren. De vraag bleef groot en de afzetmarkt reikte tot aan het Iberisch schiereiland, Duitsland en Oostenrijk. Verbruggen kocht in deze periode het huis ‘De Herpe’ in 1739. Het gebouw is vandaag terug te vinden in de Keizerstraat nummer 67 van waaruit zij dertien jaar lang haar prentenuitgeverij uitbaatte.
Sint-Lucas Gilde Verbruggen werd geregistreerd in de Liggeren van het Antwerpse Sint-Lucasgilde. Dit gilde vormde sinds de middeleeuwen het hart van de kunst- en ambachtswereld in de stad. Het genootschap was gevestigd in het Pand van Spanje op de Grote Markt en verenigde oorspronkelijk goudsmeden, schilders en houtsnijders onder de bescherming van hun patroonheilige Sint-Lucas. Tijdens de zestiende eeuw kende het gilde een groei waarbij ook andere beroepsgroepen zoals drukkers, boekbinders en klavecimbelbouwers zich aansloten. Het gilde bezat een monopolie; uitsluitend leden mochten binnen de Antwerpse stadsmuren kunst verkopen. Om toe te treden tot dit bolwerk diende men poorter van de stad te zijn en meestergeld te betalen.
Naast het handhaven van kwaliteitscontroles en het uitoefenen van juridische macht bij zakelijke conflicten, bood het gilde een sociaal vangnet dat voorzag in financiële steun voor weduwen en zieke leden. Dankzij het bewaarde archief, de zogenaamde Liggeren, is bekend dat Verbruggen in 1710 officieel werd opgenomen en expliciet werd aangeduid als andelaeresse en beeldekensvercoopster. Hoewel de organisatie vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw haar greep op de markt begon te verliezen door economische veranderingen en buitenlandse import, bleef het lidmaatschap voor Verbruggen noodzakelijk. Het bood haar de wettelijke basis en de commerciële bescherming om haar grootschalige handel ongestoord uit te oefenen. Na de opheffing van het gilde in 1795 werd het kunstbezit overgedragen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, wat de basis vormt van het huidige Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA).
TestamentenAntwerpen, Stadsarchief, Notariaat 250, Notaris J.B. Bervoets, nr. 39 (scan 118-121), 20 maart 1727Antwerpen, Stadsarchief, Notariaat 2330, Notaris M. Kramp, p. 619-629 (scan 273-278), 25 juni 1749Antwerpen, Stadsarchief, Notariaat 2330, Notaris M. Kramp, p. 41-48 (scan 26-30), 3 januari 1752 Verbruggen liet in totaal drie testamenten na waarin er informatie staat over haar nalatenschap. Ze was een spilfiguur in deze commerciële sector. Zij bouwde een omvangrijk prentenfonds op door koperplaten van zestiende- en zeventiende-eeuwse meesters op te kopen, waaronder werken van de families Galle en Wierix. Naast religieuze prenten bezat en drukte zij ook seculier werk.In een akte uit 1727 legateerde zij aan haar dienstmeid Catharina Verbiest vierhonderd pond aan koperen platen. Men schat dat haar totale collectie uit tweeduizend tot drieduizend individuele koperplaten bestond.
Verbruggen omringde zich in haar woning met een netwerk van vrouwen en geestelijke dochters die meewerkten in de uitgeverij. Na haar overlijden op 18 april 1752 gingen de onderneming en de handelsvoorraad over naar Isabella Hertsens, eveneens een geestelijke dochter en voormalig dienstmeisje. Hertsens zette de uitgeverij voort en bleef de prenten onder de naam van haar voorgangster drukken. Susanna Verbruggen werd begraven in de Antwerpse Sint-Jacobskerk. Ze lijkt een nauwe band gehad te hebben met de Sint-Jacobskerk door de schenkingen die ze aan de kerk naliet en het feit dat ze daar is begraven. Tegenwoordig bevindt een groot deel van haar devotieprenten zich in de collectie van het Ruusbroecgenootschap in Antwerpen.
Categorie:Uitgever Categorie:Persoon in de 18e eeuw