Jan Cornelis Willem Onderdenwijngaard (geboren Polak; Zevenbergen, 1 juli 1897 - Wassenaar, 18 april 1973) was een Nederlands vrijmetselaar, bankier en internationaal actief maçonniek bestuurder. Hij was medeoprichter van de loges Via Lucis en Fiat Lux, president van de Internationale Liga van Vrijmetselaren en Grootmeester van de Grootloge der Nederlanden. Hij gold als een uitgesproken voorstander van universele, niet-dogmatische vrijmetselarij en onderhield nauwe contacten met vrijmetselaren wereldwijd.

Privéleven en loopbaan

Onderdenwijngaard werd geboren als Jan Cornelis Willem Polak in Zevenbergen in 1897. Hij werkte als bankier en accountant in Den Haag en verbleef voor zijn werk regelmatig in het buitenland. Hij sprak meerdere talen vloeiend en bouwde in die jaren een omvangrijk internationaal netwerk op dat later van belang zou blijken voor zijn vrijmetselaarsactiviteiten.

In 1940 nam hij de naam Onderdenwijngaard aan. In datzelfde jaar redde hij de door prins Frederik aan de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden geschonken kroonluchter van het ordegebouw aan de Fluwelen Burgwal door deze tijdens een veiling op te kopen voor vierduizend gulden. Na de oorlog schonk hij de kroonluchter terug aan de Orde; zij hangt thans - anno 2026 - in de hal van het ordegebouw aan de Javastraat te Den Haag.

Onderdenwijngaard was ook een begaafd violist. Hij musiceerde regelmatig samen met zijn dochter Toos (1926–2019), een concertpianiste die in de jaren zeventig en tachtig optrad met vrijwel alle grote Nederlandse orkesten. In hun huis ontvingen zij muzikale vrijmetselaren zoals de violist en dirigent Sam Swaap en de violist Adolphe Poth, die beiden verbonden waren aan het Residentie Orkest en actief waren binnen de vrijmetselarij.

Hij was een bewonderaar van de Tsjechische pedagoog en theoloog Comenius, wiens gedachtegoed hem inspireerde in zijn maçonnieke werk. Hij gaf rondleidingen in het Comeniusmuseum te Naarden en schreef meerdere Bouwstukken over diens ideeën.

Vrijmetselarij

Onderdenwijngaard werd in 1925 aangenomen als Leerling-vrijmetselaar in de Loge L'Union Royale te Den Haag. Voor de Tweede Wereldoorlog was hij internationaal actief als penningmeester van de Internationale Liga van Vrijmetselaren.

In 1947 was hij een van de oprichters van de Loge Via Lucis, die hij noemde naar het gedachtegoed van Comenius. Als Voorzittend Meester gaf hij binnen deze loge vorm aan zijn internationale en humanistische ideeën. Niet alle leden konden zich daarin vinden, wat leidde tot spanningen.

Conflict met het Grootoosten en oprichting van de Grootloge

Onderdenwijngaards streven naar contact met buitenlandse obediënties, waaronder grootmachten die door het Grootoosten der Nederlanden als irregulier werden beschouwd, bracht hem in conflict met het Hoofdbestuur van de Orde. Zijn rol als president van de Liga werd onverenigbaar verklaard met het lidmaatschap van de Orde.

Dit leidde in 1956 tot de oprichting van de Loge Fiat Lux, door Onderdenwijngaard en achttien andere leden die tevens uit hun eigen loges traden. Het Grootoosten weigerde deze nieuwe loge te erkennen. Onderdenwijngaard trad vervolgens uit het Grootoosten en legde zijn presidentschap van de Liga neer tijdens het internationale congres in Den Haag in 1957.

In 1957 werd de Grootloge der Nederlanden opgericht door Fiat Lux en twee andere nieuw gevormde vrije loges: Lux et Tenebris te Den Haag en Comenius te Groningen. Onderdenwijngaard werd de eerste Grootmeester van de nieuwe obediëntie. De Grootloge gebruikte grotendeels de rituelen van het Grootoosten, maar verving het Boek der Heilige Wet door de Constituties van Anderson uit 1723 als moreel referentiepunt, in lijn met Onderdenwijngaards streven naar een niet-dogmatische vrijmetselarij. De nieuwe obediëntie werd noch door het Grootoosten der Nederlanden, noch door de United Grand Lodge of England erkend.

Internationale activiteiten

Onderdenwijngaard was gedurende zijn hele maçonnieke loopbaan actief in internationale vrijmetselaarsverbanden. Op 2 september 1960 vond in het paleis van de moeder van de Jordaanse koning te Amman een ceremonie plaats waarbij Onderdenwijngaard zelf werd geïnstalleerd als Ere-Grootmeester van de Ritus van Memphis-Misraïm. Bij die gelegenheid wijdde hij koning Hoessein van Jordanië in als vrijmetselaar en installeerde hem als Ere-Grootmeester van de Grootloge der Nederlanden.

Hij was medeopsteller van het Appèl van Straatsburg (22 januari 1961), dat leidde tot de oprichting van C.L.I.P.S.A.S., een internationaal forum van liberale en adogmatische obediënties waarvan de Grootloge der Nederlanden medeoprichtster was. In 1962 richtte hij samen met koning Hoessein het International Consistory of Jerusalem op, een spirituele raad voor interreligieuze samenwerking.

Onderdenwijngaard onderhield ook betrekkingen met gemengde en feminiene vrijmetselarij. Hij woonde in 1970 bijeenkomsten bij van deGran Loggia d'Italia degli A.L.A.M. en was aanwezig bij de installatie van de loge Plato van de Nederlandse Grootloge der Gemengde Vrijmetselarij. Hoewel hij geen pleitbezorger was van gemengde loges binnen reguliere obediënties, ijverde hij voor wederzijdse erkenning op basis van gedeelde beginselen.

Nalatenschap

Onderdenwijngaard overleed in 1973 in Wassenaar. Na zijn dood verloor de Grootloge der Nederlanden haar samenhang; de obediëntie hield op te bestaan in 1974. Een groot deel van het archiefmateriaal is sindsdien verloren gegaan, wat onderzoek naar deze periode bemoeilijkt.

Maçonnieke historici beschouwen hem als een vertegenwoordiger van de universele, adogmatische vrijmetselarij die zich beriep op de Constituties van Anderson van 1723. De scheuring die hij veroorzaakte illustreert de spanningen binnen de Nederlandse vrijmetselarij van de naoorlogse decennia tussen een meer traditionele, gesloten benadering en een internationale, liberale visie.

Zie ook Vrijmetselarij in Nederland Grootloge der Nederlanden Internationale vrijmetselarij

Categorie:Nederlands vrijmetselaar Categorie:Geschiedenis van de vrijmetselarij Categorie:Internationale vrijmetselarij Categorie:Persoon in de 20e eeuw