De ambo van Hendrik II (Duits: Ambo Heinrichs II., Heinrichsambo of Heinrichskanzel) is een middeleeuwse ambo in de vorm van een kansel in de Dom van Aken in de Duitse stad Aken. Het kunstvoorwerp werd vervaardigd tussen 1002 en 1024 in opdracht van Hendrik II, keizer van het Heilige Roomse Rijk, en behoort tot de belangrijkste kunstwerken uit de Ottoonse renaissance.
Geschiedenis Dat Hendrik II (973/978-1024) de schenker is van deze ambo blijkt uit de Latijnse inscriptie op de bovenrand: Hoc opus ambonis auro gemmisque micantis rex pius Heinricus ("Deze ambon van goud en schitterende edelstenen, geeft de vrome koning Hendrik"). Over de plaats van ontstaan en de maker is niets met zekerheid te zeggen. Vermoed wordt dat de ambo is ontstaan in het westelijk deel van Duitsland, het Rijnland en omgeving.
Oorspronkelijk stond de ambo waarschijnlijk voor het hoogaltaar op de centrale as van het octagoon, de achthoekige Paltskapel die de kern vormt van de dom. Na de bouw van het gotische koor in 1414 werd de ambon verplaatst naar de zuidkant van de eerste koortravee. De houten trap werd in 1782 toegevoegd.
In 1794 werd Aken, tezamen met de overige Duitse landen op de westelijke Rijnoever, het Prinsbisdom Luik en de Zuidelijke Nederlanden, bezet door troepen van de Eerste Franse Republiek. Nog in hetzelfde jaar werden verschillende kerkschatten van de Akense Dom weggevoerd naar Parijs. De meeste schatten waren tijdig in veiligheid gebracht in het cisterciënzerklooster van Paderborn. De Franse overheid legde het Akense domkapittel zware oorlogsbelastingen op, die het kapittel alleen kon betalen door voorwerpen van edelmetaal te laten omsmelten en edelstenen te verkopen. In 1798 werd het kapittel alsnog opgeheven, zoals alle geestelijke instellingen in de geannexeerde gebieden. De dom werd geplunderd en ingericht als paardenstal. Pas na het concordaat tussen de paus en Napoleon in 1882 kreeg de kerk zijn religieuze functie terug. Waarschijnlijk is de ambo in deze periode gedeeltelijk ontdaan van zijn edelstenen: van de 498 edelstenen waren er na de Franse tijd nog 329 over. Mogelijk zijn toen ook een aantal verguld koperen panelen gestolen.Buchkremer (1937), p. 100.
De ambon onderging restauratiewerkzaamheden in 1815-1817 (door Kremer), in 1926-1937 (door B. Witte) en in 2002-2003. De Akense edelsmid Kremer vulde in 1815-1817 diverse ontbrekende delen aan, die later werden verwijderd. Tijdens de grote restauratie van 1926-1937 werden drie ontbrekende evangelistenpanelen en een strip met ingelegde edelstenen gereproduceerd door edelsmid Bernhard Witte.Lepie/Minkenberg (2010), pp. 42-44. De ambon wordt nog steeds gebruikt voor liturgische doeleinden tijdens hoogfeesten.
Beschrijving Opbouw en decoratie middendeel thumb|Bewerkte houtsnede uit Bocks Das Heiligthum zu Aachen (1867). De gele markering toont het Griekse kruis gevormd door de panelen met antieke voorwerpen. In de hoeken daarvan de evangelistenpanelen. Aan de zijkanten de ivoorpanelen. De ambo heeft de plattegrond van een halve vierpas. De kuip is circa 146 cm hoog en 115 cm breed en bestaat uit een eikenhouten kern, bekleed met verguld koperen platen. De eikenhouten trap uit 1786 is rijk versierd met houtsnijwerk in de barokke Luiks-Akense meubelstijl.
Aan de buitenkant van de kuip zijn vijftien cassettes aangebracht, die zeer rijk en divers versierd zijn en waarvan de omlijsting bezet is met honderden edelstenen. Het middendeel van de kuip bevat negen geprofileerde vierkante panelen, versierd met onder andere drijfwerk, stempelwerk, bruinvernis en inlegwerk met filigraan en edelstenen. De vier panelen op de hoeken bevatten gedreven koperen reliëfs die de evangelisten voorstellen. Alleen het paneel met Mattheüs (linksboven) is origineel; de andere drie reliëfs zijn reproducties van gipsmodellen uit de jaren 1870.
De overige cassettes in het middendeel vormen een Grieks kruis, dat vanwege de vele edelstenen enigszins doet denken aan een gemmenkruis (zoals de vier beroemde gemmenkruizen in de Essener Domschat). Kostbare antieke voorwerpen sieren de vijf panelen die het kruis vormen. Daarvan zijn er drie origineel, twee zijn later toegevoegd. De originele stukken zijn twee kommen van bergkristal en een ovale schaal van agaat, de laatste vermoedelijk daterend uit de vierde eeuw na Christus. De twee eerstgenoemde objecten zijn waarschijnlijk Oosterse stukken uit de late tiende of elfde eeuw. Dergelijke bergkristallen objecten waren zeer gewild ten noorden van de Alpen en werden in grote hoeveelheden aangevoerd vanuit het oostelijk Middellandse Zeegebied. Hoe men in het bezit van deze voorwerpen is gekomen, kan niet met zekerheid worden vastgesteld, hoewel geschenken van Byzantijnse delegaties meermaals vermeld worden in de bronnen. Volgens sommige historici maakten de voorwerpen deel uit van een kostbaar servies uit de bruidsschat van keizerin Theophanu, echtgenote van Otto II. Een groene geribbelde kom en een tweede schaal van agaat zijn latere toevoegingen, de agaatschaal (midden onder) uit 1937. De kommen en schalen worden omlijst door in totaal 27 schaakstukken van agaat en chalcedoon, die echter niet op moderne schaakstukken lijken. De meeste daarvan (twintig) zijn origineel.
Zijstukken De versiering op de zijpanelen van de ambo is al minstens even ongewoon voor een kerkelijk meubelstuk. De zes bolle ivoren panelen zijn gevormd naar de kromming van een olifantenslagtand en bevatten ivoorsnijwerk uit de zesde eeuw na Christus uit Alexandrië. De bovenste panelen tonen zegevierende krijgers. Twee genii plaatsen kronen op hun hoofd. Terwijl de krijger aan de rechterkant rechtop staat, klaar voor de strijd, steekt de krijger aan de linkerkant, te paard, een lans in het lichaam van een gepantserde draak. Een ander paneel toont Nereïden rijdend op zeedieren, dochters van de Griekse zeegod Nereus en zijn vrouw Doris, en tevens metgezellen van Poseidon. In de Griekse mythologie belichaamden zij het geluid van de zee. Een vierde paneel toont een statige, gekroonde godin, die een schip in haar rechterhand en een hoorn des overvloeds in haar linkerhand vasthoudt, die leidt naar een kleine tempel waaruit een kind naar buiten kijkt. De koepel van de tempel is versierd met musicerende engelen. De godin zou een personificatie kunnen zijn van de stad Alexandrië of Tyche, dochter van Zeus en godin van het lot en noodlot, die het schip des levens bestuurt. De kroon en het kind roepen ook Isis in herinnering, de Egyptische godin van de liefde en de zee, die als moeder van de goden haar zoon liefdevol in haar armen draagt. Een maenade die danst op de klanken van de aulos en het fluitspel van Pan aan de voeten van de godin, verwijst al naar Dionysus, de Griekse god van de wijn, bekend om zijn ongeremde, bedwelmende feesten, die hieronder is afgebeeld. Hij leunt nonchalant tegen een zuil met gekruiste benen, grijpt de wijnbladeren om hem heen en schenkt energiek wijn uit een kruik boven zijn hoofd, die in de bek van een leeuwin stroomt. Kleine engeltjes en mythische wezens fladderen door het tafereel. Dionysos verschijnt in vergelijkbare settings op twee van de zes reliëfpanelen.
Inscripties Op de boven- en onderrand van de ambo, van links naar rechts, staat een metrische inscriptie in vier Leonijnse verzen gericht aan de Maagd Maria, waarin Hendrik II (hier "vrome koning Hendrik" genoemd) wordt geïdentificeerd als de schenker. Slechts fragmenten van de oorspronkelijke tekst zijn bewaard gebleven, maar tijdens de restauratie in 1939 was het mogelijk deze te reconstrueren met behulp van schriftelijke bronnen, waardoor het volledige vers nu bekend is. : Die Inschriften des Aachener Doms, pp. 17–18, nrs. 19 A–G (met commentaar) (online tekst). [HOC] OPVS AMBONIS AVRO [GEMMISQVE MICANTIS REX PI]VS HEINRICVS CELAE[STIS HONORIS ANHELVS DAPSILIS EX PROPRIO TIBI DAT SANCTISSIMA VIRGO QVO PRE]CE SVMMA TVA SIBI [MERCES FIAT VSIA]Deze ambon van goud en schitterende edelstenen, geeft de vrome koning Hendrik, overweldigd door hemelse eerbewijzen en rijk, aan u, allerheiligste maagd, uit zijn eigen bezit, opdat door uw gebed de hoogste [genade] tot hem moge komen.
De inscripties op de reliëfs van de vier evangelisten zijn eveneens in Leonijnse hexameters. De coupletten luiden: 100px Matteüs + MATHEE PROGENIEM (CHRISTI) / NVMERANDO PRIOREM / AD IOSEPH EX ABRAHA(M) LEGERIS / BENE TENDERE NORMAM Matteüs, jij bent goed gekozen om de regel te handhaven door de voorgaande generaties (van Christus) op te sommen – van Abraham tot Jozef. 100pxMarcus + MARCE LEO FORTIS FORTE(M) / RESONARE VIDERIS / CERTA RESVRGENDI PER / QVE(M) SPES VENERAT ORBI Marcus de Leeuw, jij herhaalt het lot der fortuinen: de zekere wederopstanding waardoor de hoop van de wereld is gekomen. 100pxLucas + MVGIT ADESSE SACRVM / LVCAS LIBAMINIS AESVM / QVOD CONFIXA CRVCI / FRIXIT RESOLVCIO MVNDI Lucas brult dat de heilige offerplant huislook hier is, aangezien de verlossing van de wereld geroosterd is, aan het kruis genageld. 100pxJohannes + MENS TYPICI SOLIS [RADIO] / PERFVSA JOHANNIS / LVCE PRIVS GENITVM DE / VIRGINE NVNCIAT ORTVM De gedachte van Johannes, die als een zonnestraal naar buiten is gestraald, verkondigt dat hij die eens in het licht verwekt is, uit een maagd geboren is.
Theologische en kunsthistorische analyse Het toe-eigenen van seculiere kunst en cultuur voor eigen doeleinden is het christendom nooit vreemd geweest. Zo kan de boodschap van de triomf van het christendom over het heidendom ook worden gezien in het gebruik van de hierboven beschreven decoratieve elementen voor de ambo van Hendrik II: de ooit seculiere voorwerpen en mythologische voorstellingen zijn nu onderdeel geworden van de ambo, een heilige plaats voor de verkondiging van het evangelie. Bovendien vormen de vijf panelen met de 'heidense' gebruiksvoorwerpen een kruis, wat kan worden opgevat als de triomf van het christendom over het heidendom. Volgens een andere interpretatie moet de preekstoel van Hendrik II in zijn geheel worden begrepen als een eclectische poging om de vreemdheid van deze elementen, afkomstig uit de meest uiteenlopende culturele sferen, te verbinden met het christelijke wereldbeeld van de middeleeuwen en ze daarin te integreren.
Het gebruik van antieke motieven in de kunst – in dit geval wel bijzonder levendig – is een fundamenteel onderdeel van de Ottoonse renaissance, waartoe de ambo met zijn unieke ontwerp kan worden gerekend.
De Nederlandse kunsthistorica Elizabeth den Hartog zag paralellen tussen de ambo van Hendrik II en de eveneens 11e-eeuwse cenotaaf van Monulfus en Gondulfus in de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht, met name bij de geprofileerde cassetten die in Aken reliëfs of kunstvoorwerpen omkaderen en in Maastricht ruitvormige kijkgaten., 'Twee elfde-eeuwse grafmonumenten in de St.-Servaaskerk te Maastricht', in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg (PSHAL), jrg. 128 (1992), pp. 26-27. LGOG, Maastricht, .
Verder lezen Erika Doberer. "Studien zu dem Ambo Kaiser Heinrichs II. im Dom zu Aachen." In: Karolingische und ottonische Kunst. Werden, Wesen, Wirkung. Steiner, Wiesbaden 1957, pp. 308–359. , 'Das Mittelstück vom Ambo König Heinrichs II. in Aachen.', in: Aachener Kunstblätter, jrg. 32 (1966), pp. 70–73 (1973): Der Aachener Domschatz, 2e druk, pp. 38–43. Schwann, Düsseldorf (1994): Der Dom zu Aachen. Architektur und Ausstattung, pp. 107–114. Einhard, Aken (2001): Der goldene Dom der Ottonen, pp. 69, 72–80. Einhard, Aken, , 'Die Evangelistenreliefs vom Ambo Heinrichs II. ein „Modell-Fall“ des 19. Jahrhunderts', in: Aachener Kunstblätter, jrg. 61 (1995/97/98), pp. 429–447 (1998): Der Ambo Heinrichs II. im Aachener Dom Proefschrift Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule (2006): Elfenbeinkunst aus dem Aachener Domschatz, pp. 26–58. Imhof, Petersberg,
Bronvermelding, noten
Categorie:Kerkmeubilair Categorie:Edelsmeedkunst Categorie:Kunst van de 11e eeuw Categorie:Ottoonse kunst