Jozef Lantsoght (19 juli 1912, Brugge – aldaar, 28 december 1988Rouwkaart) was een Belgische architect en stedebouwkundige.
Hij heeft een omvangrijk en divers architecturaal oeuvre, dat met name kerken, psychiatrische instellingen en ziekenhuizen, culturele instellingen, diverse types woningen, appartementsgebouwen, winkels, fabrieken en watertorens omvat.
Loopbaan Lantsoght studeerde in de jaren 1930 architectuur aan het Gentse Sint-Lucasinstituut, waar hij later lesgaf in de avondopleiding stedenbouw. Hij liep stage in het buitenland, onder meer in Parijs bij André Lurçat, en volgde tot 1940 een stedenbouwkundige opleiding aan het Terkamereninstituut in Brussel.
Tijdens de oorlogsjaren werkte hij als stedenbouwkundig ontwerper voor het West-Vlaamse bureau van het Commissariaat-Generaal des Lands Wederopbouw. In zijn stedenbouwkundige praktijk in de jaren 1960 nam het ontwerp voor de stadsuitbreiding ten noorden van Brugge een belangrijk deel van zijn werk in.
Als architect bewonderde Lantsoght het werk van Alvar Aalto, Le Corbusier, Mies van der Rohe en andere modernistische architecten. Hij geldt als een van de meest representatieve Sint-Lucasarchitecten van de naoorlogse periode.
Oeuvre
Kerken Lantsoght was bevriend met broeder Urbain, directeur van het Sint-Lucasinstituut, en werd in 1958 lid van het Cenakel, een in 1948 op initiatief van broeder Urbain opgericht centrum voor moderne kerkelijke kunst met docenten en oud-studenten van Sint-Lucas, architecten en kunstenaars. Het Cenakel fungeerde als informatiecentrum voor moderne kerkenbouw, waar ideeën werden uitgewisseld, nieuwe vormgeving werd besproken en wedstrijden werden voorbereid en geëvalueerd. Binnen het Sint-Lucasinstituut ontstond zo een eigen strekking in de naoorlogse moderne kerkarchitectuur in Vlaanderen, met nadruk op het sacrale karakter van het kerkgebouw. Deze visie stond tegenover die van Geert Bekaert, die de eenvoudige, strakke zaalkerk propageerde waarin het gebouw in functie van de mens stond, zoals bij de kerken van architect Marc Dessauvage.
Lantsoght ontwierp begin jaren vijftig nog de traditionele neoromaanse Sint-Jozefkerk in Bredene. Eind jaren vijftig realiseerde hij verschillende kerkontwerpen die duidelijk getuigen van vernieuwing en modernistische vormgeving in de naoorlogse periode, voorafgaand aan de afsluiting van het Tweede Vaticaans Concilie in 1965: de Sint-Jan-de-Doperkerk in Menen (1957-1963), de grafkapel van Priester Poppe in Moerzeke (1960-1961) en de Onze-Lieve-Vrouw ter Duinenkerk in Koksijde (1965). Deze monumentale modernistische kerken vertonen een dynamische en expressieve, plastische vormgeving die verwant is aan de kapel van Ronchamp van Le Corbusier. Als betonbouw in combinatie met baksteen tonen zij ook de nieuwe vormgevingsmogelijkheden die gewapend beton in de kerkenbouw bood. Kenmerkend voor Lantsoght was bovendien zijn grote aandacht voor de integratie van kunst in zijn kerkelijke ontwerpen. Bij de uitvoering van deze kerken werkte hij vooral samen met kunstglazenier Maurits Nevens en beeldhouwer Maurice Witdouck, beiden eveneens lid van het Cenakel.
Watertorens Kort na de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een probleem in de drinkwatervoorziening in Vlaams-België. Het was de taak van de drinkwatermaatschappijen om meer aandacht te besteden aan de uitbouw van de drinkwatervoorziening. Dit resulteerde in de realisatie van verschillende watertorens in de periode tussen 1950 en 1970. In deze context maakte Lantsoght in opdracht van de Tussengemeentelijke Maatschappij der Vlaanderen voor Waterbedeling het ontwerp voor de watertorens van Brugge Sint-Kruis aan de Schaakstraat (1961), Grembergen (1963) en Brugge Sint-Andries aan de Koning Leopold III-laan (1972). (2007), pp.81-85
Bronnen en referenties
Categorie:Belgisch architect