De pausverkiezing van 1088 vond plaats op 12 maart 1088 in Terracina, een aantal maanden na het overlijden van paus Victor III, en leidde tot de verkiezing van Odo van Châtillon als paus Urbanus II. Zijn pontificaat zou een van de meest invloedrijke van de middeleeuwen worden, onder meer door het begin van de Eerste Kruistocht in 1095.

Deze pausverkiezing was sensu stricto nog geen conclaaf, omdat de kardinalen niet werden opgesloten.

Achtergrond Na de dood van paus Victor III bevond de Kerk zich nog steeds midden in de Investituurstrijd, een conflict tussen pauselijke en keizerlijke macht. Rome was politiek instabiel en delen van de stad stonden onder invloed van aanhangers van tegenpaus Clemens III, die door keizer Hendrik IV werd gesteund.

De hervormingsgezinde kardinalen, trouw aan de Gregoriaanse hervormingen, wilden een sterke paus die de lijn van paus Gregorius VII en paus Victor III kon voortzetten. Odo van Châtillon, de gerespecteerde kardinaal-bisschop van Ostia en voormalig prior van Cluny, werd gezien als de ideale kandidaat.

Verloop en nasleep De verkiezing vond plaats op 12 maart 1088. Zes kardinaal-bisschoppen namen deel aan de stemming, bijgestaan door twee lagere kardinalen. Zij kozen unaniem voor Odo van Châtillon, die bekend stond om zijn diplomatieke vaardigheden, zijn hervormingsgezindheid en zijn nauwe banden met de kloosterorde van Cluny. De verkiezing vond plaats buiten de directe invloed van de keizerlijke partij, wat de hervormingsgezinde factie in staat stelde een paus te kiezen zonder inmenging van wereldlijke machthebbers.

Odo van Châtillon aanvaardde de verkiezing en nam de naam Urbanus II aan. Zijn wijding vond plaats in de kerk Santi Pietro e Cesareo in Terracina, omdat Rome op dat moment nog te onveilig was door de aanwezigheid van de aanhangers van tegenpaus Clemens III. Pas later kon Urbanus II zijn positie in Rome consolideren.

1088 Categorie:Christendom in de middeleeuwen Categorie:1080-1089