Het loflied van SimeonHet werk staat ook bekend als De lofzang van Simeon. is een schilderij van Rembrandt van Rijn uit 1631. Het is een van de laatste werken uit Rembrandts Leidse periode, gemaakt voordat hij definitief naar Amsterdam vertrok. Sinds 1922 maakt het schilderij deel uit van de collectie van het Mauritshuis in Den Haag.

Voorstelling De voorstelling is gebaseerd op een verhaal uit het Evangelie volgens LucasLucas 2:22-38. Na de besnijdenis van Jezus bezoeken Maria en Jozef de tempel in Jeruzalem om hun eerstgeboren kind aan God op te dragen en het verplichte offer van twee jonge duiven te brengen. In de tempel ontmoeten zij de vrome Simeon, aan wie door de Heilige Geest was beloofd dat hij niet zou sterven voordat hij de Messias had gezien. Rembrandt laat het moment zien waarop Simeon zich realiseert dat Jezus de Messias is. Hij neemt het kind in zijn armen en zingt met opgeheven hoofd een lofzang. Een heldere lichtbundel, die de goddelijke openbaring symboliseert, verlicht de oude man en het kind.

Links van Simeon knielt de verrast opkijkende Maria en naast haar zit Jozef met het koppel duiven in zijn handen. Dit intieme, fel verlichte groepje vormt een groot contrast met de enorme, in halfduister gehulde ruimte van de gotische kerk. Deze architectuur lijkt te zijn geïnspireerd op de Hooglandse kerk of de Pieterskerk in Leiden. In de donkere delen van de achtergrond zijn aan de rechterkant vrome toeschouwers op de trappen te zien en een hogepriester die bovenaan de trap onder een groot baldakijn zit.

Rembrandt heeft het verhaal van Simeon in de tempel tijdens zijn hele loopbaan afgebeeld op tekeningen en schilderijen. Een voorbeeld hiervan is De opdracht in de tempel uit 1627, dat deel uitmaakt van de collectie van de Hamburger Kunsthalle.

Herkomst Het schilderij was mogelijk tussen 1632 en 1647 in het bezit van stadhouder Frederik Hendrik.Het schilderij De opdracht in de tempel in Hamburg komt hiervoor ook in aanmerking. In 1696 was het werk eigendom van Adriaan Bout in Den Haag. Op 11 augustus 1733 kocht de schilder en kunsthandelaar Philip van Dijk het tijdens een veiling van de collectie van Bout voor 430 gulden, waarna het in datzelfde jaar in het bezit kwam van Willem IV.

Het schilderij werd ondergebracht op paleis Het Loo, in het schilderijenkabinet van de vrouw van de prins, Anna van Hannover. Hier diende het als pendant van het schilderij De jonge moeder van Gerrit Dou. Omdat het werk van Dou aan de bovenkant halfrond was, werden de bovenhoeken van Rembrandts rechthoekige paneel afgezaagd en werd er een beschilderde, halfronde toog aan toegevoegd. Na Willem IV kwam het werk toe aan Willem V en werd het tussen 1795 en 1815 als oorlogsbuit ondergebracht in het Louvre in Parijs. Na de teruggave kwam het paneel eerst in de Galerij Prins Willem V terecht en vanaf 1822 in het Mauritshuis. In 1989 kreeg het schilderij weer zijn oorspronkelijke, rechthoekige formaat.

Afbeeldingen

Literatuur (2005). Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis: Een vorstelijke verzameling. Den Haag. p. 144

Externe links

Categorie:Schilderij in het Mauritshuis Categorie:Werk van Rembrandt